Naar boven ↑

Update

Nummer 23, 2024
Uitspraken van 06-07-2024 tot 12-07-2024
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Updates aan.

Annotatie
‘In 2018 is een groep verdachten aangehouden vanwege (o.a.) het voorbereiden van een terroristische aanslag. Het arrest dat in deze noot centraal staat betreft het door één van deze verdachten ingestelde cassatieberoep, nadat hij door het hof voor een viertal feiten is veroordeeld, te weten: medeplegen van voorbereiding moord en voorbereiding van brandstichting/ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk, deelneming aan een terroristische organisatie, medeplegen van voorbereiden/bevorderen van een terroristisch misdrijf en poging tot doodslag op leden van de Dienst Speciale Interventies (DSI), meermalen gepleegd...’, zo begint de annotatie van C.L. van der Vis bij Hoge Raad 11 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:814, SR 2024-0120, waar wij u graag op attenderen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende zaken die onlangs zijn verschenen:

Kan worden vastgesteld dat het bij de aangeefster waargenomen letsel is ontstaan bij deze verkrachting? (wenk SR 2024-0176)
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2 tweede volzin Sv niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over het ontbreken van voldoende steunbewijs voor de onder 4 ten laste gelegde verkrachting. Daartoe wordt onder meer aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat het bij de aangeefster waargenomen letsel is ontstaan bij deze verkrachting.
Lees hier verder. 

Cassatie in het belang der wet (wenk SR 2024-0173)
De vordering tot cassatie in het belang van de wet heeft betrekking op de vraag ‘in hoeverre op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) een proceskostenvergoeding moet worden toegekend ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Meer specifiek gaat het om de vraag of ook een vergoeding voor de proceskosten in de administratief beroepsfase moet worden toegekend indien na het opleggen van de sanctie het boetebedrag is verlaagd door de wetgever’. Het cassatiemiddel heeft daarbij betrekking op de overweging van het hof over de situatie dat de regelgever, terwijl de beroepsprocedure aanhangig is, het sanctiebedrag zoals dat is toegepast door de ambtenaar die bevoegd is tot oplegging van de administratieve sanctie, heeft gewijzigd.
Lees hier verder. 

Post-Keskin. Heeft het hof de verklaringen van de inmiddels overleden getuige voor het bewijs kunnen gebruiken, terwijl de verdediging ten aanzien van die, inmiddels overleden, getuige niet het ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? (wenk SR 2024-0162)
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de verklaringen van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) voor het bewijs van het als feit 1 ten laste gelegde heeft gebruikt, terwijl de verdediging ten aanzien van die, inmiddels overleden, getuige niet het ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen.
Lees hier verder.  

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar juridisch@boom.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,
Redactie SR Updates

Hoge Raad