Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2021
Uitspraken van 10-04-2021 tot 16-04-2021
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Updates aan.

Rechtspraak
Graag wijs ik u op de volgende zaken die onlangs zijn verschenen:

Verrast door eigen waarneming rechter (SR 2021-0092)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie openlijke geweldpleging is bewezen verklaard, dat het hof een eigen waarneming voor het bewijs heeft gebruikt, zonder dat de inhoud van die waarneming ter terechtzitting ter sprake is gebracht, zodat de verdachte daardoor is verrast. 
Lees hier verder.

‘Wist’ dan wel ‘redelijkerwijs moest vermoeden’ (SR 2021-0091)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie diefstal en eenvoudig witwassen is bewezen verklaard, onder meer dat het hof in de bewezenverklaring ten onrechte geen keuze gemaakt heeft of de verdachte ‘wist’ dan wel ‘redelijkerwijs moest vermoeden’ dat de voorwerpen die hij voorhanden heeft gehad afkomstig waren uit enig misdrijf. 
Lees hier verder.

Annotaties
‘Op 1 december 2020 heeft de Hoge Raad een tweetal arresten gewezen over de toepassing van artikel 359a Sv in de rechtspraktijk (ECLI:NL:HR:2020:1889 en ECLI:NL:HR:2020:1890). Deze uitspraken hebben relatief weinig aandacht gekregen. Wel heeft Joost Verbaan op deze site (SR-Updates.nl, zie SR 2020-0374) een uitvoerige samenvatting gegeven van deze uitspraken waarnaar ik graag verwijs. In deze bijdrage wil ik een nadere analyse maken van deze uitspraken. De Hoge Raad geeft namelijk aan geen aanleiding te zien om substantiële wijzigingen aan te brengen in het beoordelingskader maar wel om de precieze formulering van enkele maatstaven te nuanceren of bij te stellen. Belangrijke vraag is dus waaruit die nuancering of bijstelling dan bestaat...’, zo begint de annotatie ‘Vormverzuimen: een never ending story’ van T. Blom bij HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, SR 2020-0374, en ECLI:NL:HR:2020:1890, SR 2020-0385, waar ik u graag op attendeer.

‘Noodweer en noodweerexces blijven tot de verbeelding spreken. De materieelrechtelijke afbakening en invulling van deze strafuitsluitingsgronden is echter niet eenvoudig en sterk casuïstisch van aard. Het is niet voor niets dat de Hoge Raad in zijn overzichtsarrest uit 2016 over noodweer(exces) ietwat onderkoeld kon opmerken dat ‘[i]n de praktijk (…) deze strafuitsluitingsgronden soms aanleiding (...) geven tot moeilijkheden’ (HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456, r.o. 3.1.1). Met voorgenoemd arrest zijn enkele lijnen uitgezet die houvast kunnen bieden bij de beoordeling van een beroep op noodweer(exces). Desalniettemin blijkt de praktijk weerbarstig. Het hier te bespreken arrest biedt daarvan een mooi voorbeeld...’, zo begint de annotatie van D.G.J. Grimmelikhuijzen bij Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1685, SR 2020-0342, waar ik u graag op attendeer.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar info@boomjuridisch.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates