Naar boven ↑

Update

Nummer 32, 2019
Uitspraken van 19-10-2019 tot 01-11-2019
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijs ik u op de volgende zaken die onlangs zijn verschenen:

Wederrechtelijk vertoeven (SR 2019-0363)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie lokaalvredebreuk is bewezen verklaard, over de bewezenverklaring van het ten laste gelegde, voor zover deze inhoudt dat de verdachte in het Ibis Hotel ‘wederrechtelijk aldaar vertoevende’ zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd.
Lees hier verder.

Voorwaarden voor winkelverbod in verband met lokaalvredebreuk (SR 2019-0362)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie lokaalvredebreuk is bewezen verklaard, over de verwerping door het hof van het verweer dat niet kan worden bewezen dat de verdachte ‘wederrechtelijk’ een besloten lokaal bij Plus-supermarkt in gebruik is binnengedrongen. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota.
Lees hier verder.

Appelschriftuur houdende grieven (SR 2019-0364)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie bij verstek overtreding van artikel 9 lid 2 WVW 1994, is bewezen verklaard, over het in de bestreden uitspraak beslotende liggende oordeel van het hof dat de verdachte geen appelschriftuur houdende grieven in de zin van artikel 410 lid 1 Sv heeft ingediend.
Lees hier verder.

Annotatie
‘Het onderhavige arrest van de Hoge Raad geeft aanleiding tot enige opmerkingen. In deze zaak wordt geklaagd dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte “wist” dat de in de bewezenverklaring genoemde uitlatingen in strijd met de waarheid waren. De Hoge Raad overweegt dat het bestanddeel “wetende dat” in algemene zin een omschrijving geeft van het bestanddeel “opzet” en dat in de rechtspraak van de Hoge Raad aangenomen wordt dat het bestanddeel “wetende dat” in het algemeen opzet in de voorwaardelijke vorm omvat. Dat kan anders zijn indien uit de rechtspraak het tegendeel volgt...’ zo begint de recent geplaatste annotatie van J.H.J. Verbaan bij ECLI:NL:HR:2019:904, SR 2019-0123, waar ik u graag op attendeer.

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates