Naar boven ↑

Update

Nummer 38, 2018
Uitspraken van 01-12-2018 tot 07-12-2018
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Uitleg artikel 63 Sr (SR 2018-0437)
Het Openbaar Ministerie klaagt in een zaak waarin ten aanzien verdachte medeplegen van een poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, poging tot zware mishandeling, poging tot zware mishandeling, opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd en overtreding van artikel 7 lid 1 WVW 1994, meermalen gepleegd is bewezen verklaard, over de beslissing van het hof omtrent de strafoplegging getuigt van een onjuiste uitleg van artikel 63 Sr. Het hof heeft ten aanzien van de strafoplegging overwogen dat het bij de vraag of aan de verdachte straf dient te worden opgelegd heeft gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Lees hier verder.

Benadering klachtgerechtigden door politie bij klachtmisdrijf (SR 2018-0438)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie is bewezen verklaard, over de verwerping door het hof van de stelling dat de politie niet eigener beweging vermoedelijke slachtoffers van het klachtmisdrijf afdreiging mocht benaderen zonder dat zij eerst een klacht hadden ingediend en voert daartoe aan dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is en keert zich tegen het oordeel van het hof dat de omstandigheid dat een aantal van de aangevers niet binnen de termijn als bedoeld in artikel 66 lid 1 Sr een klacht heeft ingediend, niet in de weg staat aan de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Het klaagt dat dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
Lees hier verder.

Doen van een valse aangifte 188 Sr (SR 2018-0436)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie het doen van een valse aangifte is bewezen verklaard, over de bewezenverklaring en voert onder meer aan dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste uitleg van artikel 188 Sr. Het hof heeft de bewezenverklaring doen steunen op een vijftal bewijsmiddelen. De Hoge Raad overweegt, na het aanhalen van artikel 188 en 268 lid 1 Sr dat in het arrest van 3 maart 1902, W. 7735 is overwogen dat ‘waar artikel 188 Sr hem die aangifte of klachte doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat dit niet gepleegd is, strafbaar stelt, de eenvoudige taalkundige zin dezer woorden alleen wijst op het geval, dat aangifte of klachte geschiedt van een strafbaar feit met de wetenschap dat dit niet, dat is in het geheel niet, gepleegd is; dat deze beteekenis van artikel 188 nog duidelijker uitkomt door de vergelijking met artikel 268 [thans: 268, eerste lid, Sr], vermits de lasterlijke aanklacht, onverschillig of zij betreft een waar of een verdicht feit, steeds, gelijk elke andere beleediging, is gericht tegen een bepaald persoon; dat op dit onderscheid dan ook reeds werd gewezen in de toelichting van artikel 188 (...), waar “de valsche aangifte van voorgewende misdrijven” werd gesteld tegenover “de in artikel 294, 287 (nu 268) vermelde aanklacht tegen een bepaald persoon”.’
Lees hier verder.

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates