Naar boven ↑

Update

Nummer 22, 2018
Uitspraken van 23-06-2018 tot 29-06-2018
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Rapteksten belediging van een bevolkingsgroep (SR 2018-0265)
De verdediging klaagt namens verdachte met rechts- en motiveringsklachten, ten aanzien van wie zich opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen is bewezenverklaard, over de bewezenverklaring. Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring overwogen dat de raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Ter onderbouwing daarvan heeft de verdediging – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de uitlating ‘Flikkers geef ik geen hand’ op zichzelf beledigend kan zijn voor homoseksuelen, maar naar algemeen taalgebruik niet per definitie beledigend is, nu daar niet onmiskenbaar homoseksuelen mee worden bedoeld. De verdachte heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij met de term ‘flikker’ een onbetrouwbaar persoon, die achter je rug om iets doet, bedoelt. De term ‘flikker’ in straattaal heeft de betekenis van een onbetrouwbaar persoon, wat maakt dat van een evident beledigende tekst geen sprake is.
Lees hier verder.

Voorwaardelijk opzet poging doodslag na bellen 112 (SR 2018-0266)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie poging tot doodslag is bewezenverklaard, dat de bewezenverklaring van het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op de dood van het slachtoffer onvoldoende met redenen is omkleed nu de verdachte na de constatering van de toestand van het slachtoffer medische hulp heeft ingeroepen door 112 te bellen. Het hof heeft daartoe overwogen dat het van oordeel is dat geen bewijs voorhanden is dat de verdachte met haar gedragingen de dood van het slachtoffer heeft beoogd. Gelet hierop kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte opzet, in onvoorwaardelijke zin, heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Ten aanzien van de vraag of de verdachte voorwaardelijk opzet op haar dood heeft gehad, overweegt het hof dat het vooropstelt dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood van het slachtoffer – aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zo’n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat zij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).
Lees hier verder.

Annotatie
‘De regeling van de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) zorgt regelmatig voor interessante discussies in de rechtspraktijk. Over het algemeen zijn hiervan historisch verklaarbare onduidelijkheden de oorzaak…’ zo begint de recent geplaatste annotatie van M.J.F. van der Wolf bij ECLI:NL:HR:2018:116, SR 2018-0061, waar ik u graag op attendeer.

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates