Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Oplegging en tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf; artikel 3 EVRM (SR 2017-0495)
De verdediging stelt namens de verdachte de vraag aan de orde of de oplegging van de levenslange gevangenisstraf aan de verdachte, gelet op de wijze van tenuitvoerlegging van deze straf schending van artikel 3 EVRM oplevert. De Hoge Raad overweegt dat ter beoordeling staat of het Nederlandse recht thans in een reële mogelijkheid voorziet tot herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf die in de daarvoor in aanmerking komende gevallen kan leiden tot verkorting van de straf of (voorwaardelijke) invrijheidstelling. Daarbij staat de vraag centraal of die mogelijkheid tot herbeoordeling in het algemeen beschouwd van zodanige aard is dat de oplegging van de levenslange gevangenisstraf in overeenstemming met artikel 3 EVRM kan plaatsvinden. De Hoge Raad overweegt na verwijzing naar het juridisch kader opgenomen in het tussenarrest en dat ook het op 1 maart 2017 in werking getreden Besluit ACL (Stcrt. 2016, 65365) van belang is en dat dit besluit per 1 juni (Stcrt. 2017, 32577) gewijzigd is. De Hoge Raad overweegt dat het Besluit ACL in een regeling voorziet ter zake van de advisering en de besluitvorming omtrent het aanbieden van zogeheten re-integratie activiteiten aan levenslanggestraften, mede met het oog op eventuele gratieverlening.
Lees hier verder.
De zes van Breda (SR 2017-0497)
De verdediging klaagt in de eerste plaats over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van ongeoorloofde pressie op de vrouwelijke verdachten die belastende verklaringen hebben afgelegd en dat (derhalve) geen externe aanwijzingen bestaan voor twijfel aan die verklaringen. Voorts klaagt de verdediging over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat de verklaringen van de vrouwelijke verdachten vals zijn en dat er onvoldoende in hun persoon gelegen aanwijzingen zijn voor de twijfel aan de betrouwbaarheid van de door hen afgelegde verklaringen. Ten slotte klaagt de verdediging over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof omtrent de inconsistenties en onwaarschijnlijke elementen in de tot het bewijs gebezigde verklaringen van de vrouwelijke verdachten. De Hoge Raad overweegt voorafgaand aan de beoordeling van de klachten dat ingeval hij een herzieningsaanvraag op de voet van artikel 472 lid 2 Sv gegrond heeft verklaard en de zaak verwezen heeft, de rechter bij zijn onderzoek niet gebonden is aan de gronden die tot herziening hebben geleid. De rechter in herziening dient de zaak met inachtneming van de grenzen van artikel 472 lid 2 Sv opnieuw geheel te onderzoeken.
Lees hier verder.
Annotatie
‘Het delict mishandeling is met dat enkele woord strafbaar gesteld in artikel 300 Sr. De betrekkelijk korte wetsgeschiedenis laat zien dat de wetgever eerder een ruimere omschrijving voorstond (zie voor de wetsgeschiedenis H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, 1891, dl. 2, p. 471-478). In het oorspronkelijke regeringsontwerp werd iemand namelijk als schuldig aan mishandeling geacht hij die – in modern Nederlands – door enige daad aan een ander opzettelijk lichamelijk leed toebrengt of opzettelijk diens gezondheid benadeelt. Ten aanzien van zware mishandeling moest het dan gaan om het door enige daad aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengen…', zo begint de recent geplaatste annotatie van J.S. Nan bij ECLI:NL:HR:2017:2855, SR 2017-0462, waar ik u graag op attendeer.
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Inhoudsopgave
Hoge Raad
- Hoge Raad De Hoge Raad oordeelt in de zaak van 'De zes van Breda' dat noch hetgeen namens verdachten is aangevoerd noch ambtshalve gronden meebrengen dat de bewezenverklaringen als niet begrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd moet worden beschouwd. 19-12-2017
- Hoge Raad Levenslange gevangenisstraf naar huidige regelgeving op zichzelf niet in strijd met artikel 3 EVRM. 19-12-2017
- Hoge Raad Cassatie in belang der wet ter zake van tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf bij overtreding van voorwaarden die op grond van artkel 14e en 77za Sr dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard, als de straf nog niet onherroepelijk is. 19-12-2017
- Hoge Raad De klacht omtrent het verzuim de cautie te verlenen slaagt, maar behoeft in dit geval niet tot cassatie te leiden. 19-12-2017