Naar boven ↑

Update

Nummer 8, 2016
Uitspraken van 16-02-2016 tot 19-02-2016
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Cassatie in het belang der wet: bevoegde ambtenaar in de zin van artikel 3 lid 2 WAHV (SR-2016-0092)
De klacht keert zich tegen het oordeel van het hof dat niet is komen vast te staan dat de sanctie door een daartoe bevoegde ambtenaar is opgelegd in de zin van artikel 3 lid 2 WAHV, nu sprake is van een volledig geautomatiseerd proces dat weliswaar onder verantwoordelijkheid van een ambtenaar staat, maar waarin in alle met de onderhavige zaak vergelijkbare zaken een sanctie wordt opgelegd en waarbij onvoldoende is uitgesloten dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die een nadere beoordeling vergen. De Hoge Raad overweegt na het aanhalen van het wettelijk kader en de wetsgeschiedenis, dat het hof in de bestreden uitspraak heeft vastgesteld dat de administratieve sanctie aan de betrokkene is opgelegd door een ambtenaar die met het toezicht op de naleving van het desbetreffende voorschrift is belast. De Hoge Raad overweegt voorts dat tekst noch strekking van artikel 3 lid 2 WAHV, zoals daarvan mede blijkt uit de wetsgeschiedenis, in het bijzonder de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 28 oktober 1999, Stb. 1999, 469 (Kamerstukken II 1997/98, 25927, 3, p. 11), de bevoegdheid tot sanctieoplegging van die ambtenaar beperken tot gevallen waarin, alvorens de sanctie wordt opgelegd, is onderzocht of sprake is van, al dan niet door de betrokkene naar voren gebrachte, bijzondere omstandigheden die een nadere beoordeling vergen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat niet is komen vast te staan dat de sanctie door een daartoe bevoegde ambtenaar in de zin van artikel 3 lid 2 WAHV is opgelegd nu sprake is van een volledig geautomatiseerd proces waarin in alle zaken een sanctie wordt opgelegd en waarbij onvoldoende is uitgesloten dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die een nadere beoordeling vergen, gelet op de overwegingen, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Motivering doodslag (SR-2016-0091)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie doodslag is bewezenverklaard, over de motivering van de bewezenverklaring door het hof. Het oordeel van het hof, komt, op grond van de bewijsvoering en bewijsoverwegingen, erop neer dat het de verdachte is geweest die in haar woning op de bewuste datum tussen 14:35 uur en 15:57 uur het dodelijk letsel aan het slachtoffer heeft toegebracht. De Hoge Raad overweegt dat de juistheid van de door de feitenrechter in zijn bewijsmotivering vastgestelde feiten en omstandigheden, in cassatie niet kan worden onderzocht. Dat geldt ook voor conclusies van feitelijke aard die de feitenrechter heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vastgesteld. Dergelijke vaststellingen en gevolgtrekkingen kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden onderzocht (vgl. ECLI:NL:HR:2001:AD3530). De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk is gemotiveerd. De Hoge Raad neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat het hof zonder nadere motivering heeft aangenomen dat de getuige omstreeks 14:20 uur het huis definitief heeft verlaten, terwijl een essentieel onderdeel van het namens de verdachte ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt ziet op de aanwezigheid van die getuige in het huis van de verdachte op het moment dat zij haar huis zou hebben verlaten. Het hof, dat heeft vastgesteld dat het mogelijk is om het huis te verlaten in een richting die niet door de camera’s van Coffeeshop Crashlight wordt bestreken, acht weliswaar niet aannemelijk dat de verdachte haar huis in de andere richting voor 15:57 uur heeft verlaten, maar doet die aanname berusten op de omstandigheid dat de verdachte eerst omstreeks 17:00 uur een pintransactie heeft verricht; uit dat gegeven kan evenwel niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat de verdachte niet reeds eerder dan 15:57 uur haar huis heeft verlaten. Ook kan niet worden aangenomen dat het dodelijk letsel aan het slachtoffer voor 15:57 uur is toegebracht op de enkele door het hof gebezigde grond dat de auto van de verdachte om 15:57 uur op camerabeelden van de Coffeeshop Crashlight is vastgelegd. Evenmin kan reeds op basis daarvan de gevolgtrekking worden gemaakt dat, nu de verdachte voor 15:57 uur nog bij het slachtoffer was en het slachtoffer voor 15:57 uur is overleden, het de verdachte is geweest die het dodelijk letsel aan het slachtoffer heeft toegebracht. De omstandigheid dat verdachtes voetafdruk is aangetroffen op het tapijt waarin het lijk van het slachtoffer was gewikkeld, kan redengevend zijn voor de kennelijke leugenachtigheid van haar verklaring dat zij geen lijk heeft gezien, doch het vergt nadere motivering, die ontbreekt, om daaraan de conclusie te kunnen verbinden dat de verdachte daarmee haar daderschap ten aanzien van de doodslag heeft willen bemantelen.

Bewuste en nauwe samenwerking hennepteelt (SR-2016-0093)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie het opzettelijk bewerken en verwerken van hennep is bewezenverklaard, over het oordeel van het hof dat uit de bewijsmiddelen het ten laste gelegde ‘medeplegen’ kan worden afgeleid. De Hoge Raad overweegt dat het enige algemene overwegingen over het medeplegen heeft gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering (vgl. ECLI:NL:HR:2014:3474). Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De Hoge Raad oordeelt dat de bewijsvoering van het Hof onvoldoende grond biedt voor het oordeel dat de verdachte zo nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt dat, zoals is bewezenverklaard, sprake is van tezamen en in vereniging met een ander bewerken en verwerken van hennep. Ten aanzien van verdachtes rol daarbij kan uit de bewijsvoering niet meer worden afgeleid dan dat hij in dat verband ervan op de hoogte was dat de medeverdachte de hennep bewerkte en verwerkte in het door de verdachte gehuurde pand van het autobedrijf, van welk bedrijf de verdachte tezamen met de medeverdachte vennoot was.

Annotatie
‘Strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerde hennepteelt wordt gecompliceerd doordat zeer verschillende typen werkzaamheden ten behoeve van de hennepteelt kunnen worden verricht. Zij roepen de vraag op welke van deze werkzaamheden als strafbare deelneming aan hennepteelt kunnen worden beschouwd…’, zo begint de recent geplaatste annotatie van J.M. ten Voorde bij ECLI:NL:HR:2015:3490, SR-Updates 2016-0039, waar ik u graag op attendeer.

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates

Hoge Raad