Naar boven ↑

Update

Nummer 9, 2015
Uitspraken van 07-03-2015 tot 13-03-2015
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Bijzondere voorwaarde (SR 2015-0121)
De verdediging klaagt namens de verdachte, ten aanzien van wie diefstal met braak in vereniging gepleegd is bewezenverklaard, over de door het hof gestelde bijzondere voorwaarde. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en bepaald dat een gedeelte van de gevangenisstraf, één maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de bijzondere voorwaarde dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg/-reclassering, niet heeft nageleefd. Het hof heeft bepaald dat de verdachte bij het naleven van de aanwijzingen hulp en steun zal worden verleend. De Hoge Raad oordeelt dat het hof, in aanmerking genomen dat de verdachte ten tijde van de uitspraak in hoger beroep meerderjarig was, op grond van het toen toepasselijke art. 77aa, vierde lid, Sr slechts een reclasseringsinstelling als bedoeld in art. 14d, tweede lid, Sr opdracht kunnen verlenen toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarde en de verdachte daarbij hulp en steun te verlenen. De Hoge Raad herstelt het verzuim niet omdat het aan het hof is om, mede in het licht van de meerderjarigheid van de verdachte, te oordelen over het nut en de noodzaak van het stellen van bijzondere voorwaarden.

Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden (SR-2015-0118)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onder meer verkrachting, poging tot zware mishandeling en vernieling, meermalen gepleegd, is bewezenverklaard, over het bevel van het hof dat de gestelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Het hof heeft in uitspraak als bijzondere voorwaarde gesteld dat de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd onder toezicht en leiding van Reclassering stelt. Dat hij vervolgens gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van Reclassering Nederland blijft en zich naar de door of namens die instelling gegeven aanwijzingen zal gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt, ook als dit het volgen van een ambulante behandeling bij De Waag of een andere door de Reclassering aan te wijzen instantie inhoudt. Het hof heeft bevolen dat voornoemde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar is, dat voor de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd een contactverbod met de benadeelde partij geldt en heeft een gebiedsverbod opgelegd en bevolen dat die bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De Hoge Raad overweegt dat, na de bepaling van art. 14e, eerste lid Sr, en bijbehorende memorie van toelichting te hebben aangehaald, moet worden voorgesteld dat een rechterlijke uitspraak in de regel pas tenuitvoergelegd mag worden nadat zij onherroepelijk is geworden en dat de aangehaalde uitzondering op deze regel met betrekking tot de dadelijke uitvoerbaarheid van de op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden dan wel het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen kan hebben. Mede gelet daarop zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Meer in het bijzonder zal hij in een uitspraak waarin ten laste van de verdachte een misdrijf is bewezenverklaard dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, tot uitdrukking dienen te brengen dat en waarom ernstig rekening ermee moet worden gehouden dat de verdachte wederom zo een misdrijf zal begaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing door te overwegen dat dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden wordt bevolen ‘gezien het belang van het slachtoffer bij een contact- en locatieverbod en gelet op het belang dat zowel de verdachte als de samenleving heeft bij behandeling, uit het oogpunt van het terugdringen van het recidivegevaar’ ontoereikend heeft gemotiveerd.

Verzoek tot het benoemen van een deskundige (SR-2015-0125)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onder meer diefstal en diefstal met een valse sleutel is bewezenverklaard, over de afwijzing van het hof van een verzoek tot het benoemen van een gedragsdeskundige. Het hof heeft dat verzoek afgewezen en daarbij overwogen ‘het verzoek van de raadsman om een gedragskundig onderzoek bij de verdachte te laten verrichten wordt afgewezen nu het hof zich op basis van de thans aanwezige stukken waaronder ook hetgeen de raadsman aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd voldoende voorgelicht acht om antwoord te geven op de vragen van art. 350 Sv, waaronder dus ook de vraag naar de strafoplegging, en op grond daarvan een gedragskundig onderzoek bij verdachte niet noodzakelijk acht’. De Hoge Raad overweegt dat het hof het door de raadsman gedane verzoek, niet onbegrijpelijk, heeft opgevat als een verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader (gedrags)deskundig onderzoek naar de geestestoestand van de verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten. Een dergelijk verzoek is een verzoek als bedoeld in art. 328 Sv jo. art. 330 Sv om gebruik te maken van een in art. 316 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf voor de beslissing op een zodanig verzoek is of de rechter de noodzaak van het verzochte is gebleken. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij zijn beslissing tot afwijzing van dit verzoek derhalve de juiste maatstaf heeft toegepast maar die beslissing evenwel, gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, in het bijzonder omtrent de aard van de bij de verdachte aanwezige psychiatrische problematiek in de periode rond het plegen van de aan hem tenlastegelegde feiten, ontoereikend heeft gemotiveerd. Zie ook SR-2015-126.

Vanaf 5 maart: LIVE WEBINAR SR Updates Talk – Jurisprudentie actueel en verdiept
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Het betreft vooral actuele jurisprudentie. U kunt daarnaast ook denken aan wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen. Bij terugkerende thema's in de jurisprudentie van het besproken kwartaal zal de docent in het tweede uur van de cursus dit thema specifiek verder uitdiepen.
Docenten: Prof. mr. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan en mr. dr. Joost Nan, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Data: 4 juni, 3 sept, 3 dec 2015. Meer informatie en inschrijven.
Prijs: € 138,- ex BTW per webinar incl. 2 PO-punten
Organisatie: Law At Web, onderdeel van Boom Juridische uitgevers.
www.lawatweb.nl

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan

Hoofdredacteur SR Updates