Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan.
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Strekking van de bepaling van artikel 9 Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (MOT) (SR 2015-0060)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onder meer gewoontewitwassen, het opzettelijk overtreden van voorschriften gesteld bij artikel 9 van de Wet MOT en deelname aan een criminele organisatie bewezen is verklaard, over het bewezenverklaarde opzettelijk overtreden van artikel 9 Wet MOT. Het hof heeft geoordeeld dat verdachte transacties genoemd in artikel 8 Wet MOT en de indicatorenlijst A, niet heeft gemeld en daarmee kan worden gekwalificeerd als ‘opzettelijk overtreden van voorschriften gesteld bij artikel 9 van de Wet MOT, meermalen gepleegd’. De Hoge Raad overweegt na het aanhalen van de toepasselijke bepalingen, zoals deze in verschillende periodes luidden en het aanhalen van de memorie van toelichting bij de Wet MOT, de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat leidde tot de wijziging van de Wet MOT en bespreking van de voor deze zaak relevante indicatorenlijst dat in cassatie ervan kan worden uitgegaan dat de onderhavige met het oog op de naleving van de Wet MOT (oud) gedane meldingen waarop de tenlasteleggingen zien, alleen de zogenoemde objectieve indicatoren hebben bevat en dat het hof blijkens de bewezenverklaring heeft geoordeeld dat de verdachte in de in de tenlastelegging vermelde periode, telkens niet heeft voldaan aan de bij art. 9 (oud) Wet MOT voorgeschreven meldingsplicht doordat hij, kort gezegd, de aldaar opgesomde zogenoemde subjectieve indicatoren niet heeft gemeld. Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat de klachten de vraag aan de orde stellen of in het systeem van de hier toepasselijke Wet MOT kan worden volstaan met melding van de objectieve indicatoren, zodat niet in strijd met de Wet MOT wordt gehandeld indien niet tevens subjectieve indicatoren worden vermeld. De Hoge Raad oordeelt dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord. Noch de tekst van de artikelen 8 en 9 (oud) Wet MOT, noch de wetsgeschiedenis biedt enig aanknopingspunt voor de opvatting dat eerst dan (volledig) aan de desbetreffende meldingsplicht is voldaan, indien naast de objectieve indicatoren ook subjectieve indicatoren worden vermeld. Indien alleen objectieve indicatoren zijn vermeld, is immers ook aan de strekking van de Wet MOT dat de omstandigheden worden gemeld op grond waarvan de desbetreffende transactie als ongebruikelijk kan worden aangemerkt, voldaan.
Passieve houding: deelname aan criminele organisatie? (SR-2015-0067)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onder meer feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van het gewoontewitwassen, feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van valsheid in geschrift en deelneming aan een criminele organisatie is bewezenverklaard, dat hof de bewezenverklaring van het deelnemen aan de criminele organisatie onvoldoende met redenen heeft omkleed. De verdediging stelt dat uit de bewijsvoering van het hof niet kan worden afgeleid dat de verdachte door een passieve houding, heeft ‘deelgenomen’ aan een criminele organisatie. Het hof heeft ten aanzien van de deelneming aan de criminele organisatie overwogen dat het vereiste opzet voor verdachte kan worden afgeleid uit het gegeven dat hij bewust een bedrijfscultuur waarin de regels omtrent het melden van ongebruikelijke transacties structureel niet werden nageleefd, heeft laten ontstaan en laten voortbestaan. Daarbij was het voor alle betrokkenen, ook voor verdachte, duidelijk dat de ter wisseling aangeboden gelden wel eens een criminele herkomst konden hebben. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat onder meer verdachte en medeverdachten hebben deelgenomen aan de criminele organisatie en dat het vereiste onvoorwaardelijke opzet bij hen aanwezig was. Zij hoorden immers tot het samenwerkingsverband en hadden een aandeel in gedragingen die strekten tot, of rechtstreeks verband hielden met, de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. De Hoge Raad overweegt dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk dan wel een aandeel daarin heeft. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat de verdachte daadwerkelijk een aandeel heeft gehad in, of heeft ondersteund, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het binnen de organisatie bestaande oogmerk en derhalve in de bewezenverklaring vermelde periode aan die organisatie heeft ‘deelgenomen’ in de hiervoor bedoelde betekenis, toereikend gemotiveerd is.
Bewezenverklaring en bewijsvoering diefstal in vereniging (SR 2015-0062)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie diefstal in vereniging is bewezenverklaard, dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende met redenen heeft omkleed, dat het hof een omstandigheid heeft vermeld die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt en niet heeft aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel het die omstandigheid heeft ontleend en dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak. Ten aanzien van het gebruik van de niet-redengevende verklaringen van de verdachte heeft te gelden dat het hof de bewezenverklaring mede doet steunen op de verklaringen van de verdachte dat hij die dag zelf heeft gepind van de rekening van zijn vader en dat hij bij de Rabobank in Gorinchem met zijn eigen (gestolen) pinpas heeft gepind en naar zijn saldo op de met zijn vader gedeelde rekening heeft gekeken. Het hof heeft evenwel geoordeeld dat het de verklaring van de verdachte dat hij alleen maar bij de pinautomaat stond om zijn saldo te controleren als ongeloofwaardig bestempelt. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze onderdelen van de verklaring van de verdachte, die niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring, dus ten onrechte onder de bewijsmiddelen heeft opgenomen. Dat behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden nu de bewezenverklaring, indien voormelde onderdelen van de verklaring van de verdachte worden weggedacht, zonder meer toereikend is gemotiveerd. Met betrekking tot de klacht dat het hof een omstandigheid heeft vermeld die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt, oordeelt de Hoge Raad dat niet kan worden gezegd dat de in het middel bedoelde omstandigheid een bronvermelding ontbeert. Ten aanzien van de klacht dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak, oordeelt de Hoge Raad dat de verwerping van het standpunt van de verdachte gelet op de nadere bewijsoverweging van het hof, besloten ligt in de gebezigde bewijsmiddelen.
.
Annotatie
‘Deze uitspraak is de zoveelste waarin het Openbaar Ministerie (OM) het niet op zich laat zitten dat de feitenrechter een vormfout als bedoeld in artikel 359a Sv sanctioneert. In casu ging het om de bewijsuitsluiting van kinderpornografisch beeldmateriaal na – kort gezegd – een onrechtmatige betreding en doorzoeking van de woning van de verdachte. Dit had vrijspraak van het tenlastegelegde tot gevolg. Een OM-cassatie volgde en opnieuw haalt de cassatiedesk van het Openbaar Ministerie bij de Hoge Raad een overwinning binnen. Het oordeel van het hof kan geen stand houden omdat het onvoldoende is gemotiveerd. Dat berust op het volgende...’, zo begint de recente geplaatste annotatie van J.S. Nan bij ECLI:NL:HR:2014:3109, waar ik u graag op attendeer.
Vanaf 5 maart: LIVE WEBINAR SR Updates Talk – Jurisprudentie actueel en verdiept
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Het betreft vooral actuele jurisprudentie. U kunt daarnaast ook denken aan wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen. Bij terugkerende thema's in de jurisprudentie van het besproken kwartaal zal de docent in het tweede uur van de cursus dit thema specifiek verder uitdiepen.
Docenten: Prof. mr. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan en mr. dr. Joost Nan, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Data: 5 maart, 4 juni, 3 sept, 3 dec 2015. Meer informatie en inschrijven.
Prijs: € 138,- ex BTW per webinar incl. 2 PO-punten
Organisatie: Law At Web, onderdeel van Boom Juridische uitgevers.
www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Cassatie in het belang der wet rond de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in zijn hoger beroep tegen schorsing van de voorlopige hechtenis. 10-02-2015
- Hoge Raad De rechter die over de toelaatbaarheid van de uitlevering beslist komt geen oordeel toe over de rechtmatigheid van de bewijsgaring ten behoeve van de strafzaak in de verzoekende staat. 10-02-2015
- Hoge Raad Aan de verdachte komt geen beroep toe op het bepaalde in artikel 12 Wet MOT. 10-02-2015
- Hoge Raad Verzoek tot aanhouding onterecht afgewezen. 10-02-2015
- Hoge Raad Belang bij klacht over onterechte toepassing artikel 57 Sr, gezien de hoogte van de opgelegde straf, niet evident. 10-02-2015
- Hoge Raad Deelneming aan criminele organisatie toereikend gemotiveerd. 10-02-2015
- Hoge Raad Cassatie in het belang der wet rond verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. 10-02-2015
- Hoge Raad Aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk, nu de aanvraag onvoldoende is gemotiveerd. 10-02-2015
- Hoge Raad De drie voorgestelde middelen, die klagen over de motivering van het hof, zijn tevergeefs voorgesteld. 10-02-2015
- Hoge Raad Cassatie in het belang der wet rond niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. 10-02-2015
- Hoge Raad De bewijsklacht faalt, nu deze op een verkeerde lezing van de bewezenverklaring berust. 10-02-2015
- Hoge Raad Slagende bewijsklacht overtreding artikel 9 Wet MOT. 10-02-2015
- Hoge Raad Cassatie in het belang der wet rond het door het OM afzonderlijk appèl instellen tegen een ter terechtzitting gegeven beslissing tot toewijzing van een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. 10-02-2015