Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan.
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Niet voldoen aan bevel krachtens artikel 160 WVW 1994: 184 Sr? (SR 2015-0052)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie het niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, is bewezenverklaard, over het ten onrechte kwalificeren van het bewezenverklaarde als overtreding art. 184, eerste lid, Sr. Het hof heeft geoordeeld dat het door de betrokken politieambtenaren gegeven bevel het motorrijtuig te doen stilhouden krachtens artikel 160 WVW 1994 gedane vordering is, die heeft te gelden als krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel of gedane vordering in de zin van artikel 184, eerste lid, Sr. De Hoge Raad overweegt dat de tenlastelegging is toegesneden op artikel 184, eerste lid, Sr. Deze bepaling eist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gegeven bevel of gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het geven van een bevel of het doen van een vordering (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BB4108). Aan een algemeen taakstellend voorschrift zal zodanige uitdrukkelijke bevelsbevoegdheid niet kunnen worden ontleend, terwijl een wettelijk voorschrift waarin uitsluitend een verplichting of gebod wordt geformuleerd te voldoen aan een bevel of vordering van de betreffende ambtenaar doorgaans niet een uitdrukkelijke bevelsbevoegdheid zal inhouden. In dergelijke gevallen voorziet de wet bovendien veelal in strafbaarstelling van handelen in strijd met de op dat voorschrift gebaseerde verplichting of gebod. Indien de strafvervolging niet betrekking heeft op het misdrijf van artikel 184 Sr is veelal niet vereist dat de vordering of het bevel door de politieambtenaar is gedaan of gegeven krachtens een wettelijk voorschrift dat uitdrukkelijk inhoudt dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van de vordering of het geven van het bevel (vgl. ECLI:NL:HR:2014:3639). In die gevallen steunt de vervolging immers niet op handelen in strijd met art. 184 Sr, maar op overtreding van een APV. Vervolgens oordeelt de Hoge Raad dat het oordeel van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat artikel 160, eerste lid, WVW 1994 verplichtingen bevat voor de bestuurder – waarvan niet-naleving in de WVW 1994 (artikel 177, eerste lid onder a, in verbinding met artikel 178, tweede lid) specifiek als overtreding is strafbaar gesteld – en niet uitdrukkelijk inhoudt dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van de vordering. Zie ook SR 2015-0053.
Opzet op verduistering (SR-2015-0046)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie verduistering van kinderzitjes is bewezenverklaard, dat uit de bewijsvoering van het hof de opzet op de wederrechtelijkheid niet kan volgen. Het hof heeft ten aanzien van de opzet op de wederrechtelijkheid overwogen dat verdachte op 11 december 2011 bij de politie heeft verklaard dat hij de in zijn woning aangetroffen kinderzitjes had gevonden om de hoek bij de flat. Ongeveer een week later heeft verdachte naar eigen zeggen de kinderzitjes in een advertentie op internet te koop aangeboden. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij de kinderzitjes op Marktplaats heeft gezet, omdat deze er tamelijk nieuw uitzagen. In de advertentie, zoals deze op Marktplaats is geplaatst, zijn de kinderzitjes omschreven als: 'Zo goed als nieuw'. Onder wederrechtelijk toe-eigenen als bedoeld in art. 321 Sr wordt verstaan het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over eens anders goed beschikken. Het hof gaat uit van de lezing die de verdachte heeft gegeven over de wijze waarop de kinderzitjes in zijn bezit zijn gekomen. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte de kinderzitjes op het moment dat hij deze aantrof rechtmatig, als vinder, onder zich had. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen, in het bijzonder de omstandigheid dat verdachte de gevonden kinderzitjes te koop heeft aangeboden op internet, volgt dat de verdachte vervolgens als heer en meester over de kinderzitjes is gaan beschikken en hij zich deze heeft toegeëigend. Het had echter op de weg van verdachte gelegen om van deze gevonden voorwerpen melding te doen bij de autoriteiten. Het hof is, mede met verwijzing naar het hierboven overwogene, van oordeel dat de verdachte, gelet op de staat van de kinderzitjes, niet heeft mogen aannemen dat de eigenaar hier afstand van heeft gedaan. De kinderzitjes vertegenwoordigen waarde in het economische verkeer en van omstandigheden, op grond waarvan verdachte kon en mocht menen dat de gevonden voorwerpen rechtens toekomen aan de eerlijke vinder, is niet gebleken. Die zitjes waren dus niet van verdachte en dus was de toe-eigening wederrechtelijk. De Hoge Raad oordeelt dat het hof door te overwegen dat de verdachte ‘niet heeft mogen aannemen dat de eigenaar afstand had gedaan’ van de kinderzitjes en dat niet van ‘omstandigheden is gebleken op grond waarvan verdachte kon en mocht menen dat de gevonden voorwerpen rechtens toekomen aan de eerlijke vinder’ en het verweer dat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet te verwerpen, tot uitdrukking heeft gebracht dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zich de ‘zo goed als nieuwe’ voorwerpen wederrechtelijk toe-eigende door deze te koop te zetten ook zonder nadere motivering niet een onbegrijpelijk oordeel is.
Noodweerexces (SR 2014-0054)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie openlijke geweldpleging in vereniging is bewezenverklaard, dat het hof het beroep op noodweerexces heeft verworpen. Het hof heeft overwogen dat, gelet op de inhoud van de redengevende feiten en omstandigheden de confrontatie tussen verbalisant en de verdachte, de aanleiding en het begin is geweest van de vervolgens ontstane vechtpartij tussen leden van het gezelschap, waarmee de verdachte op stap was enerzijds en de politie anderzijds, terwijl de verdachte daarin een relevant aandeel heeft gehad. Het verweer dat sprake was van noodweerexces is verworpen door het hof. Het hof is van oordeel dat, zelfs al zou er sprake zijn geweest van de gestelde wederrechtelijke aanrandingen, er in de omstandigheden van dit geval geen noodzakelijke verdediging door de verdachte daartegen was geboden. Van de verdachte mocht en kon worden verwacht dat hij zich zou onttrekken aan zijn confrontatie met de verbalisant. Dit is door de verdediging ook met zoveel woorden erkend. Waar dit voor de verdachte geldt, geldt dit eens te meer voor verdachtes moeder. Er was voor haar geen noodzaak om zich uit eigen beweging in het handgemeen te mengen. Zij had zich, ook zonder de hulp van de verdachte, afzijdig kunnen houden en buiten het strijdgewoel. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat onder de gegeven omstandigheden van de verdachte kon en mocht worden gevergd dat hij zich zou onttrekken aan de confrontatie met de politieambtenaar, de verwerping van het verweer zelfstandig draagt.
Vanaf 5 maart: LIVE WEBINAR SR Updates Talk – Jurisprudentie actueel en verdiept
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Het betreft vooral actuele jurisprudentie. U kunt daarnaast ook denken aan wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen. Bij terugkerende thema's in de jurisprudentie van het besproken kwartaal zal de docent in het tweede uur van de cursus dit thema specifiek verder uitdiepen.
Docenten: Prof. mr. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan en mr. dr. Joost Nan, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Data: 5 maart, 4 juni, 3 sept, 3 dec 2015. Meer informatie en inschrijven.
Prijs: € 138,- ex BTW per webinar incl. 2 PO-punten
Organisatie: Law At Web, onderdeel van Boom Juridische uitgevers.
www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Verwerping verweer noodweerexces niet onbegrijpelijk. 03-02-2015
- Hoge Raad Een bevel krachtens artikel 160 lid 1 WVW 1994 geldt niet als een krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel of gedane vordering in de zin van artikel 184 lid 1 Sr. 03-02-2015
- Hoge Raad Verdachte ten onrechte buiten vervolging gesteld. 03-02-2015
- Hoge Raad Voorbedachte raad door hof toereikend gemotiveerd. 03-02-2015
- Hoge Raad Falende bewijsklacht witwassen. 03-02-2015
- Hoge Raad Slagende bewijsklacht schuldheling. 03-02-2015
- Hoge Raad Bewezenverklaring diefstal niet naar de eis der wet met redenen omkleed. 03-02-2015
- Hoge Raad Oplichting: samenweefsel van verdichtsels. 03-02-2015
- Hoge Raad Dagvaarding in hoger beroep niet geldig betekend. 03-02-2015
- Hoge Raad Falende bewijsklacht verduistering. 03-02-2015
- Hoge Raad Wettelijke rente bij schadevergoedingsmaatregel. 03-02-2015
- Hoge Raad Geen instemming hervatting onderzoek bij gewijzigde samenstelling na schorsing. 03-02-2015
- Hoge Raad Vrijspraak ten aanzien van ‘gevaar op de weg veroorzaken’ toereikend gemotiveerd. 03-02-2015
- Hoge Raad Een bevel krachtens artikel 160 lid 1 WVW 1994 geldt niet als een krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel of gedane vordering in de zin van artikel 184 lid 1 Sr. 03-02-2015