Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan.
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Inrijden op politievoertuig poging doodslag (SR 2015-0037)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie poging doodslag is bewezenverklaard, over de motivering van het (voorwaardelijk) opzet in die bewezenverklaring. Het hof heeft met betrekking tot de bewezenverklaring overwogen dat de verdediging, onder verwijzing naar het Porsche-arrest, heeft betoogd dat geen sprake is van een aanmerkelijke kans dat er een ongeluk zou kunnen plaatsvinden dat de dood tot gevolg zou kunnen hebben. Het hof geeft aan dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat in het onderhavig geval de verdachte geen gevolg heeft gegeven aan de aanwijzingen van de achtervolgende verbalisanten om het voertuig tot stilstand te brengen. Verdachte wilde kennelijk aan zijn aanhouding ontkomen. Verdachte heeft meerdere malen, rijdende met een zeer hoge snelheid van circa 140 km/u, de door hem bestuurde personenauto naar links gestuurd, terwijl hij wist dat het voertuig van verbalisanten zich met nagenoeg dezelfde snelheid naast hem dan wel kort achter hem bevond. Er waren geen obstakels op de weghelft waar verdachte reed die maakten dat verdachte uit moest wijken naar de linkerweghelft. De verdachte heeft door deze gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat door zijn gedragingen een dusdanig ongeval zou kunnen plaatsvinden dat de bestuurder van de politieauto en diens bijrijder zouden kunnen komen te overlijden. Indien twee auto's met de gegeven snelheid met elkaar in aanraking komen is naar algemene ervaringsregels de kans aanmerkelijk dat er een dusdanig ongeval zal plaatsvinden dat een bestuurder en bijrijder komen te overlijden. Hetgeen de raadsvrouwe heeft aangevoerd ten aanzien van onder meer de zwaarte en grootte van de beide auto's, de geoefendheid van de bestuurder en het feit dat een botsing kon worden voorkomen door uit te wijken dan wel af te remmen, doet daar niet aan af. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging nu het in het genoemde Porsche-arrest een voor alle betrokkenen levensgevaarlijke verkeersmanoeuvre betrof, terwijl het in het onderhavige geval gaat om doelbewuste, tegen verbalisanten gerichte geweldshandelingen, gericht op het voorkomen van aanhouding. De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsvoering het in de bewezenverklaring omschreven opzet van de verdachte niet zonder meer kan worden afgeleid, mede in aanmerking genomen dat het hof niets heeft vastgesteld waaruit kan volgen dat en in welke mate een ongeval met dodelijk afloop waarschijnlijk was.
Voorbedachte raad bij wurging (SR 2015-0033)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie moord is bewezenverklaard, dat het hof de voorbedachte raad met onvoldoende reden heeft omkleed. Het hof heeft ten aanzien van de voorbedachte raad overwogen dat verdachte meerdere verklaringen heeft afgelegd omtrent hetgeen de avond van 29 juli 2012 in de woning van het slachtoffer heeft plaatsgevonden, zijn rol en – kort gezegd – zijn bedoeling van het doden van het slachtoffer. Tijdens de eerste twee verhoren bij de politie heeft verdachte zeer gedetailleerd verklaard omtrent het gebeuren. Uit deze verklaringen valt niet alleen af te leiden dat verdachte opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad, maar ook dat hij heeft nagedacht over de manier waarop hij het slachtoffer van het leven wilde beroven. Het hof stelt vast dat verdachte in volgende verhoren op punten wisselend is gaan verklaren en kent aan deze later afgelegde verklaringen van verdachte, nu deze op onderdelen niet consistent zijn, minder betekenis toe. Het hof acht ook van belang dat deze verklaringen worden ondersteund door ander bewijs, waaronder de door de politie aangetroffen en vastgelegde situatie in de woning van het slachtoffer toen de politie het slachtoffer in zijn woning aantrof nadat hij met geweld van het leven was beroofd. Het hof acht de stelling van de verdediging dat verdachte niet daadwerkelijk de gelegenheid heeft gehad om zich te beraden of te bezinnen, omdat alle handelingen van verdachte zich in een razend tempo hebben opgevolgd en deze handelingen zijn verricht in een grote roes, niet te rijmen met de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen waarin hij tot in detail de toedracht schetst. Deze door verdachte afgelegde verklaringen brengen het hof tot de conclusie dat verdachte de gelegenheid heeft gehad en genomen zich te beraden en tevens dat hij daadwerkelijk keuzes heeft gemaakt. De veelheid van handelingen die verdachte daarbij heeft moeten verrichten en de veelheid van beslissingen die verdachte heeft moeten nemen, en ook de tijd die daarmee gemoeid is geweest, maken handelen in een roes niet aannemelijk. Bovendien wijst het gedrag van verdachte na het doden van het slachtoffer niet op een hoge mate van opwinding of emotie of een waas. Verdachte heeft nadat hij het slachtoffer om het leven had gebracht – conform zijn voorgenomen plan – de portemonnee van het slachtoffer gezocht, heeft daar geld uitgehaald, is in de stad cocaïne gaan kopen, is weer teruggegaan naar de woning van het slachtoffer en is – om niet te worden gezien – zittend achter de bank (waarop het overleden slachtoffer lag) cocaïne gaan gebruiken en heeft daarbij tv gekeken.
Het hof oordeelt al met al dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte in een opwelling van boosheid of in een waas heeft gehandeld, maar dat verdachte, gelet op zijn eigen verklaringen, over zijn bedoelingen, zijn daad en de uitkomst daarvan heeft nagedacht. Hij heeft alternatieven afgewogen en besloten dat het slachtoffer dood moest. De Hoge Raad oordeelt, na een overweging met betrekking tot voorbedachte raad, dat het hof zijn oordeel dat de voorbedachte raad kan worden bewezenverklaard niet toereikend heeft gemotiveerd. Daarbij neemt de Hoge Raad in het bijzonder in aanmerking dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat de gelegenheid voor de verdachte om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven, zich in het bijzonder voordeed vanaf het moment waarop de verdachte het slachtoffer tevergeefs om geld heeft gevraagd, waarbij het hof omtrent de duur van dit tijdsbestek niets anders heeft vastgesteld dan dat de verdachte in dat tijdsbestek naar de wc, de keuken en de berging is gegaan en in de berging een snoer heeft afgeknipt. Zonder nadere motivering is voorts het kennelijke oordeel van het hof dat de door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat de verdachte gedurende dit – kennelijk beperkte – tijdsbestek een ‘veelheid van handelingen’ moest verrichten en een ‘veelheid van beslissingen’ moest nemen, aannemelijk maakt dat de verdachte in dit tijdsbestek daadwerkelijk voornoemde gelegenheid had om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, niet aannemelijk.
Noodweer bij confrontatie met vuurwapen (SR 2015-0035)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie poging doodslag is bewezenverklaard, dat het hof het beroep op noodweer heeft verworpen. Het hof heeft het beroep op noodweer verworpen onder de overweging dat voor een geslaagd beroep is vereist dat de handelingen van verdachte noodzakelijk waren ter verdediging van zijn eigen of een andermans lichaam tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of een onmiddellijk dreigend gevaar hiervoor. Het hof overweegt na vaststelling van de feiten dat het op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen – noch op basis van het forensisch onderzoek, noch op basis van de verklaringen van de getuigen en de medeverdachten – niet vaststellen in welke volgorde er is geschoten. Het hof kan eveneens niet vaststellen wie als eerste een schot heeft gelost noch hoe de schotenwisseling zich daarna heeft ontwikkeld. Ten aanzien van de feitelijke weergave door de verdachte concludeert het hof dat die niet aannemelijk is geworden, in aanmerking genomen dat:
- a) De door verdachte gegeven lezing van de gebeurtenissen wordt noch gedragen door forensisch bewijs noch door verklaringen van getuigen en/of medeverdachten. Zijn lezing wordt bovendien weersproken door die van de medeverdachte.
- b) Het dossier bevat ten slotte geen aanknopingspunten op basis waarvan het hof de lezing van verdachte op zichzelf aannemelijker moet achten dan de lezing van de medeverdachte.
Gelet hierop is uit de inhoud van het dossier niet aannemelijk geworden dat er op enig moment (voor de flat en tijdens het wegrennen) voor verdachte sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreiging daarvan, zodat niet aan de noodweersituatie te stellen eisen is voldaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof heeft vastgesteld dat verdachte en de andere betrokkene onverwacht [werden] geconfronteerd met de medeverdachte die een getrokken vuurwapen in zijn hand had en op hen kwam aflopen en dat de verdachte en de andere betrokkene ‘als reactie hierop (...) meteen [zijn] weggerend, waarbij/waarvoor verdachte in de richting van de medeverdachte heeft geschoten’. Mede gelet op de vaststellingen van het hof is het oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er op enig moment voor verdachte sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreiging daarvan, niet zonder meer begrijpelijk.
SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Elke 6 tot 8 weken de meest actuele rechtspraak (incl. de Hoge Raad van de dinsdag ervoor) in één uur tijd besproken door prof. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan of mr. dr. Joost Nan.
Datum: Graag wijs ik u op de eerstvolgende sessie 5 maart 2015: 16-18 uur.
Kosten: € 138 excl. btw per sessie (2 PO-punt).
Volg on demand de opnames van SR Updates Talk van medio 2013 tot heden. Zie: SR Updates Talk Live en On Demand
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad De rechtbank had niet vooruit mogen lopen op een eventueel later op te leggen ontnemingsmaatregel. 27-01-2015
- Hoge Raad Niet-ontvankelijkheid verdachte bij gebrek aan ingediende schriftuur houdende middelen van cassatie. 27-01-2015
- Hoge Raad Schuld en causaliteit in de zin van artikel 6 WVW en een verkeerde toepassing van artikel 27 Sr. 27-01-2015
- Hoge Raad Het niet nader gemotiveerde oordeel van het hof dat artikel 51 Sv is nageleefd is niet zonder meer begrijpelijk. 27-01-2015
- Hoge Raad Het hof heeft verzuimd te beslissen op verweer dat redelijke termijn is overschreden. 27-01-2015
- Hoge Raad Hoge Raad verbetert hof wat betreft het verbinden van de in de bijzondere voorwaarde omschreven verplichting tot storting van een geldbedrag. 27-01-2015
- Hoge Raad Voorbedachte raad ontoereikend gemotiveerd. 27-01-2015
- Hoge Raad Ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreiging daarvan. 27-01-2015
- Hoge Raad Het hof heeft aan de benadeelde partij ter vergoeding van de schade een hoger bedrag toegewezen dan zij heeft gevorderd. Daarnaast heeft het hof ten onrechte voor dat bedrag aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. 27-01-2015
- Hoge Raad Onterechte klacht ten aanzien van de motivering van de bewezenverklaring. 27-01-2015
- Hoge Raad Hoge Raad verbetert hof wat betreft het verbinden van de in de bijzondere voorwaarde omschreven verplichting tot storting van een geldbedrag. 27-01-2015
- Hoge Raad Uit de bewijsvoering kan het in de bewezenverklaring omschreven opzet van verdachte niet zonder meer worden afgeleid. 27-01-2015
- Hoge Raad Voldoende verband rechtstreekse schade als bedoeld in artikel 51f Sv en artikel 361 lid 2 Sv. 27-01-2015
- Hoge Raad Geen onzekerheid dat een door verdachte bepaaldelijk gemachtigde advocaat de bijzondere schriftelijke volmacht heeft verleend. 27-01-2015
- Hoge Raad Rechtsmacht op het Nederlands deel van het Continentaal Plat. 27-01-2015