Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Ne bis in idem (SR 2015-0385)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie rijden onder invloed van alcohol en rijden zonder rijbewijs is bewezenverklaard, over het oordeel van het hof dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging omdat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in artikel 68 Sr. Het hof heeft over de ontvankelijkheid in de vervolging overwogen dat de raadsman heeft aangevoerd dat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. Het hof verwerpt dit verweer met de overweging dat de vervolging in 2012 een alcoholfeit onder een bepaalde categorie betreft. Dit is een ander feit dan rijden zonder rijbewijs. Het betreft een ongelukkige gang van zaken dat de feiten door het Openbaar Ministerie uit elkaar zijn gehaald en afzonderlijk van elkaar zijn gedagvaard. Rijden zonder rijbewijs betreft een ander feit dan rijden onder invloed, ook indien een verdachte bij rijden onder invloed onder de categorie van rijden zonder rijbewijs zoals neergelegd in artikel 8 lid 4 Wegenverkeerswet 1994, valt. De Hoge Raad overweegt dat de rechter bij de beoordeling van de vraag of sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de situatie waarop artikel 68 Sr ziet de in de beide tenlasteleggingen omschreven verwijten dient te vergelijken. Bij die toetsing dienen de volgende gegevens als relevante vergelijksfactoren te worden betrokken.
(A) De juridische aard van de feiten. Indien de tenlastegelegde feiten niet onder dezelfde delictsomschrijving vallen, kan de mate van verschil tussen de strafbare feiten van belang zijn, in het bijzonder wat betreft (i) de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekken, en (ii) de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld, in welke strafmaxima onder meer tot uitdrukking komt de aard van het verwijt en de kwalificatie als misdrijf dan wel overtreding.
(B) De gedraging van de verdachte. Indien de tenlasteleggingen niet dezelfde gedraging beschrijven, kan de mate van verschil tussen de gedragingen van belang zijn, zowel wat betreft de aard en de kennelijke strekking van de gedragingen als wat betreft de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zijn verricht.
De Hoge Raad overweegt dat uit de bewoordingen van het begrip ‘hetzelfde feit’ reeds voortvloeit dat de beantwoording van de vraag wat daaronder moet worden verstaan, mede wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Vuistregel is nochtans dat een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en/of in de gedragingen tot de slotsom kan leiden dat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de zin van art. 68 Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BM9102). De Hoge Raad overweegt, na het aanhalen van de bepalingen van artikel 8 (oud), 107 (oud), 177 (oud) WVW 1994 en 178 WVW 1994, dat artikel 8 lid 4 WVW 1994, kort gezegd, het verbod om zonder rijbewijs een voertuig te besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, waar voor die limiet aansluiting is gezocht bij de regeling voor beginnende bestuurders inhoudt en dat artikel 107 WVW 1994, kort gezegd, een verbod om een voertuig te besturen zonder rijbewijs inhoudt. De Hoge Raad overweegt dat artikel 8 en 107 WVW 1994 in zoverre van strekking verschillen dat artikel 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in artikel 107 WVW 1994 het rechtsgoed van de bescherming van het openbaar gezag vooropstaat. Daarnaast geldt dat de gedragingen waarop deze bepalingen zien, in belangrijke mate van elkaar verschillen. Naar de kern bezien gaat het in artikel 8 WVW 1994 om het rijden onder invloed van daar genoemde stoffen, en in artikel 107 WVW 1994 om het rijden zonder rijbewijs. De Hoge Raad oordeelt dat gelet op een en ander het oordeel van het hof dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte, omdat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in artikel 68 Sr, niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
Bedreiging met zware mishandeling (SR 2015-0384)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie bedreiging met zware mishandeling is bewezenverklaard, over de bewezenverklaring van het hof. Die bewezenverklaring is volgens verdediging met onvoldoende redenen omkleed nu deze uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid. Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring overwogen dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat in de avond van 28 november 2012 de verdachte zich in Delft bevond en deel uitmaakte van een groep mannen. Nadat die groep de aangever en de getuige benaderde, kreeg die getuige direct de indruk dat de groep ruzie wilde maken. De getuige zag dat alle mannen onder invloed van alcohol waren. Toen de verdachte de sigaretten van de aangever probeerde te pakken, zei de aangever tegen de verdachte dat hij weg moest gaan en dat hij hem met rust moest laten. Hierop pakte de verdachte een stoel en tilde deze boven zijn hoofd. Vervolgens maakte hij driemaal een zwaaiende/gooiende beweging met de stoel in de richting van de aangever. Hierbij riep hij woorden zoals ‘Kom dan!’. Het hof oordeelt dat de door de verdachte verrichte handelingen van dien aard en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. De Hoge Raad overweegt dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met zware mishandeling in een geval als het onderhavige vereist is dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AT3659). De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen van de verdachte, onder de omstandigheden waaronder deze zijn geschied, een bedreiging van betrokkene met zware mishandeling opleveren, gelet op de bewijsvoering daaromtrent, niet onbegrijpelijk is.
Te duchten gevaar voor de veiligheid van het vliegvaartuig (SR 2015-0376)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie het opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich in een vliegtuig bevindt, is bewezenverklaard over de bewezenverklaring van het hof voor zover dat inhoudt dat door de gedragingen van de verdachte ‘gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest’. Het hof heeft bewezenverklaard dat de ‘gezagvoerder en cabinepersoneel zich niet volledig kon(den) richten op de normale werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord’. Het hof heeft tevens bewezenverklaard dat dit zijn oorzaak vond in verdachtes gewelddadige gedragingen en in het niet opvolgen door de verdachte van aanwijzingen van het cockpit- en cabinepersoneel waardoor drie leden van het cabinepersoneel zich gedurende lange tijd met de verdachte moesten bezighouden en de gezagvoerder de cockpit moest verlaten. De Hoge Raad overweegt, na het aanhalen van artikel 385b Sr, zoals deze luidde ten tijde van het bewezenverklaarde feit, dat voor het te duchten gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig, zoals bedoeld in artikel 385b Sr, vereist is dat dat gevaar ten tijde van de daad van geweld naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest (ECLI:NL:HR:2009:BG1653, r.o. 2.3 ten aanzien van artikel 157 Sr). De Hoge Raad oordeelt dat het hof gelet op de bewezenverklaring zonder miskenning van artikel 385b Sr lid 1 onder 1° Sr heeft kunnen oordelen dat door het handelen van verdachte gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig als bedoeld in de genoemde wetsbepaling te duchten was.
SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Graag wijs ik u op de SR Talk-sessie van donderdag 3 december 2015, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken.
Meer informatie en inschrijven
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad De verstekmededeling is niet binnen de redelijke termijn betekend. De middelen die klagen over de betekening van de dagvaarding en het volstaan met een opsommig van bewijsmiddelen, falen. 22-09-2015
- Hoge Raad Is in casu sprake van te duchten gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig als bedoeld in artikel 385b lid 1 onder 1° Sr? 22-09-2015
- Hoge Raad De aanvraag tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu bij de aanvraag geen bescheiden zijn gevoegd waaruit kan blijken van de gronden waarop de aanvraag berust. 22-09-2015
- Hoge Raad Het hof heeft het beroep op verontschuldigbare overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep onvoldoende met redenen omkleed. 22-09-2015
- Hoge Raad Het oordeel, dat sprake is van bedreiging met zware mishandeling, is niet onbegrijpelijk. 22-09-2015
- Hoge Raad Het hof heeft de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. 22-09-2015
- Hoge Raad Gerechtvaardigd verzoek vertrouwelijkheid bij verzoek uitlevering. 22-09-2015
- Hoge Raad Verhouding tussen het beslag ex artikel 94 en 94a Sv. 22-09-2015
- Hoge Raad Cassatie in belang der wet: vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een ontnemingsprocedure. 22-09-2015
- Hoge Raad De rechtbank heeft bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf toegepast. 22-09-2015
- Hoge Raad Geen schending ne bis in idem-beginsel ten aanzien van vervolging van zowel rijden onder invloed als rijden zonder rijbewijs. 22-09-2015
- Hoge Raad Cassatie in belang der wet: verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarschriftprocedure als bedoeld in artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. 22-09-2015
- Hoge Raad Het hof heeft de verdachte op ontoereikende gronden niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. 22-09-2015
- Hoge Raad De wettelijke beoordelingsfactoren noemen, maar een kenbare weging en waardering van die factoren achterwege laten, leidt ertoe dat bewijsuitsluiting niet kan volgen als rechtsgevolg op een vormverzuim. 22-09-2015
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat wat betreft ‘count four’ is voldaan aan de eis dat uit het bijgevoegde bewijsmateriaal een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit, is onbegrijpelijk. 22-09-2015
- Hoge Raad Cassatie in belang der wet: verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure als bedoeld in artikel 164 lid 8 WVW 1994. 22-09-2015
- Hoge Raad Het hof heeft in strijd met artikel 360 lid 1 Sv niet gemotiveerd waarom het de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede heeft ontleend aan een anonieme schriftelijke verklaring. 15-09-2015
- Hoge Raad De strafmotivering bevat, in strijd met artikel 359 lid 6 Sv, niet een opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. 15-09-2015
- Hoge Raad De strafmotivering bevat, in strijd met artikel 359 lid 6 Sv, niet een opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. 15-09-2015