Naar boven ↑

Update

Nummer 25, 2015
Uitspraken van 03-07-2015 tot 09-07-2015
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Duplo auto’s (SR 2015-0326)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie diefstal is bewezenverklaard, over het ten onrechte dan wel ontoereikend verwerpen door het hof van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel strafvermindering van het Openbaar Ministerie. Het hof heeft het verweer samengevat en als volgt verworpen: de verdediging stelt dat door het Openbaar Ministerie en de politie met de TROS afspraken zijn gemaakt voor het televisieprogramma ‘Opgelicht’. Deze afspraken zouden een schending van de privacy van de verdachte met zich hebben gebracht. De verdediging stelt dat op basis van deze afspraken door het programma ‘Opgelicht’ opnames zijn gemaakt tijdens de actiedag van de politie, op welke dag een aantal verdachten in deze zaak is aangehouden. Deze opnames zijn door het programma ‘Opgelicht’ uitgezonden. Daarbij is verdachte in beeld gekomen. Zijn gezicht werd daarbij ‘slechts’ voorzien van een balkje, terwijl de gezichten van politiemensen en medewerkers van het programma zouden zijn ‘geblurred’. Verdachte zou ondanks dat balkje door anderen van de uitzending zijn herkend. Ook zijn in het programma beelden van een bewakingscamera getoond waarbij verdachte volledig herkenbaar in beeld was. In de betreffende uitzending werd medegedeeld dat verdachte zich bezighield met het stelen van auto’s en de bijbehorende boekjes. Volgens de verdediging is sprake van opsporing buiten het Wetboek van Strafvordering om en is sprake van schending van de privacy van verdachte zonder dat dat noodzakelijk was in een democratische samenleving. Dit zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel strafvermindering ingeval van veroordeling. Op grond van het dossier en het ter terechtzitting verhandelde wordt de volgende gang van zaken vastgesteld. Tijdens een onderzoek naar verdachten van autodiefstallen en het klonen van auto's ontdekte de politie dat ook een cameraploeg van het programma TROS ‘Opgelicht’ aan het filmen was en zich met het fenomeen ‘duplo auto’s’ bezighield. Daarop heeft de politie de TROS benaderd en met de programmamakers van TROS ‘Opgelicht’ afspraken gemaakt. In het programma ‘Opgelicht’ zijn beelden getoond van verdachte, terwijl zijn ogen waren voorzien van een balkje. Tevens zijn beelden getoond van een bewakingscamera waarop verdachte is te zien, zonder dat zijn ogen zijn voorzien van een balkje. Verdachte is naar aanleiding van de uitzending door derden herkend. Het hof hecht eraan allereerst vast te stellen dat er geen aanwijzingen zijn dat het programma ‘Opgelicht’ onderzoek naar het fenomeen duplo-auto’s en naar verdachtes betrokkenheid daarbij heeft gedaan op initiatief van de politie. Veeleer lijkt het erop dat het programma en de politie op dezelfde dadergroep stuitten. Ten tweede betekent het voorgaande dat ook los van de samenwerking met de politie verdachte rekening diende te houden met ‘inbreuken’ op zijn privacy. Het staat dan ook geenszins vast dat de door de verdediging gestelde ‘inbreuk’ op de privacy aan het Openbaar Ministerie is toe te rekenen. Het hof acht het ook niet van belang om nader onderzoek te doen naar de vraag of de door de verdediging gestelde inbreuken zijn toe te rekenen aan het Openbaar Ministerie, nu daarvoor geen dan wel onvoldoende aanknopingspunten zijn gebleken. De Hoge Raad overweegt dat het hof heeft vastgesteld dat de politie de TROS heeft benaderd en afspraken heeft gemaakt met de makers ‘Opgelicht’. Op basis van deze afspraken zijn voor het programma ‘Opgelicht’ opnames gemaakt tijdens de actiedag van de politie waarbij de verdachte is aangehouden. Deze opnames zijn uitgezonden, naar aanleiding waarvan de verdachte door derden is herkend. Dat deze vaststellingen impliceren dat de politie deze uitzending mogelijk heeft geïnitieerd, en in ieder geval heeft gefaciliteerd (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BU7636) en dat gelet hierop het kennelijke oordeel van het hof dat aan voornoemd handelen geen consequenties worden verbonden omdat geenszins vast[staat] dat de door verdediging gestelde 'inbreuk' op de privacy aan het Openbaar Ministerie is toe te rekenen, is niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verwerping van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging dan wel strafvermindering dus ontoereikend heeft gemotiveerd en dat het middel in zoverre gegrond is. De Hoge Raad oordeelt dat het verweer voor zover het strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging echter niet tot cassatie hoeft te leiden. Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging komt als in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg immers slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AM2533, r.o. 3.6.5). Voorts geldt dat een schending van het in artikel 8 EVRM gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in artikel 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BH8889, r.o. 4.5). Het hof had het verweer in zoverre dus slechts kunnen verwerpen.

Vervolg alcoholslotprogramma (SR 2015-0310)
De verdediging klaagt namens verdachte dat te dezen sprake is van een dubbele vervolging aangezien ter zake van hetzelfde feit én de verplichting aan verdachte is opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma (hierna: asp) én tegen hem de onderhavige strafvervolging is ingesteld. De Hoge Raad herhaalt de overweging uit ECLI:NL:HR:2015:434: ‘Tegen de achtergrond van het hiervoor overwogene is bij de huidige Nederlandse regelgeving de strafvervolging van een verdachte ter zake van het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin de verdachte op grond van datzelfde feit de onherroepelijk geworden verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd. Die beginselen van een goede procesorde kunnen immers meebrengen – en brengen in de hier aan de orde zijnde gevallen ook mee – dat een inbreuk op het beginsel dat iemand niet tweemaal kan worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit, de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie tot gevolg heeft. Dit vervolgingsbeletsel geldt eveneens gedurende een tegen de oplegging van het asp lopende bezwaar- of beroepsprocedure.’ De Hoge Raad overweegt vervolgens dat met het oog op de strafzaken die inmiddels zijn afgedaan met een onherroepelijke veroordeling in voormeld arrest is beslist dat noch de (mogelijke) oplegging van het asp en de daaraan ten grondslag liggende regelgeving noch het daarover in dat arrest gegeven oordeel kan worden aangemerkt als een voor herziening van een veroordeling door de strafrechter vereist (nieuw) ‘gegeven’ als bedoeld in artikel 457, eerste lid onder c, Sv en dat hetgeen de Hoge Raad in dit arrest heeft overwogen met betrekking tot de strafvervolging van een verdachte ter zake van het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank, eveneens geldt in zaken als de onderhavige betreffende de weigering van de verdachte mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid aanhef en onder a, WVW 1994. De Hoge Raad overweegt vervolgens dat voormeld arrest een onderwerp betreft waarover de feitenrechters in strafzaken – wellicht mede beïnvloed door beslissingen van de bestuursrechter over dit onderwerp – divergerende opvattingen huldigden en dienvolgens tot uiteenlopende beslissingen zijn gekomen, dat het arrest van 3 maart 2015 op dat punt duidelijkheid beoogde te verschaffen wat betreft de strafrechtelijke kant van het onderwerp (de strafvervolging), dat daags na dit arrest  de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in zijn uitspraak wat betreft de bestuursrechtelijke kant van het onderwerp duidelijkheid heeft geschapen (ECLI:NL:RVS:2015:622). De Hoge Raad realiseert zich dat de uitkomst van deze beslissingen niet zodanig voorzienbaar was dat de procesdeelnemers in reeds aanhangige strafzaken daarmee rekening hadden behoren te houden en daarom in feitelijke aanleg hadden moeten klagen over, kort gezegd, dubbele vervolging. Daarin vindt de Hoge Raad aanleiding om in zaken als de onderhavige waarin vóór 3 maart 2015 uitspraak is gedaan die nog niet onherroepelijk is geworden, te doen wat het hof had behoren te doen, mits (i) tegen de uitspraak tijdig beroep in cassatie is ingesteld, (ii) in de cassatieschriftuur is aangevoerd dat sprake is van dubbele vervolging in die zin dat de verdachte ter zake van hetzelfde feit de verplichting is opgelegd tot deelname aan het asp, en (iii) die stelling door de raadsman is gestaafd met bescheiden aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld. De onder (iii) genoemde voorwaarde geldt niet indien op grond van vaststellingen van het hof dan wel op grond van de op de voet van artikel 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken van het dossier de feitelijke grondslag van het middel als vaststaand kan worden aangenomen. De Hoge Raad oordeelt dat, gelet op de strafmotivering van het hof in cassatie als vaststaand kan worden aangenomen dat in de onderhavige zaak aan de verdachte ter zake van hetzelfde strafbare feit de verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd. Dat betekent dat het Openbaar Ministerie in zijn vervolging van de verdachte ter zake van dat feit niet-ontvankelijk is.

SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Graag wijs ik u op de SR Talk-sessie van donderdag 3 september en 3 december 2015, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken.
Meer informatie en inschrijven

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates

Hoge Raad