Update
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Wederrechtelijke toe-eigening in de zin van artikel 321 Sr (SR 2015-0295)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie verduistering is bewezenverklaard, over de bewijsvoering van het Hof omdat daar geen wederrechtelijke toe-eigening uit kan volgen. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring overwogen dat de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op de wederrechtelijke toe-eigening van de huurauto en geconcludeerd dat hij van dit feit moet worden vrijgesproken. Het Hof verwerpt dat verweer met de overweging dat de verdachte opzet heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de door hem gehuurde auto, gezien de omstandigheden dat de verdachte heeft een short-leaseovereenkomst gesloten met [A], dat hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij wist dat de auto moest worden geretourneerd op 14 september 2011, dat de verdachte aan zijn medewerker toestemming had gegeven deze auto te gebruiken en onder zich te houden, dat de verdachte wist dat die medewerker tegelijkertijd met hem was aangehouden, op 13 september 2011. Dat was een dag voordat de huurovereenkomst afliep, zodat hij zich niet blindelings kon verlaten op een eventuele afwikkeling van de leaseovereenkomst door die medewerker de verdachte, die daartoe als contractspartij verantwoordelijk was, heeft in de gehele tenlastegelegde periode geen actie ondernomen de auto tijdig te doen terugbrengen naar de eigenaar. Het feit dat de verdachte gedetineerd was en in alle beperkingen zat doet hier niets aan af, nu dit niet in de weg stond aan contact tussen hem en zijn raadsman. Aldus had de verdachte via zijn raadsman kunnen zorgdragen voor een tijdige terugkeer van de auto bij de verhuurder. De Hoge Raad overweegt dat in de tenlastelegging en bewezenverklaring het begrip 'zich wederrechtelijk toe-eigenen' is gebezigd in de betekenis die daaraan in artikel 321 Sr toekomt. Volgens vaste rechtspraak is van zodanig toe-eigenen sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort (vgl. ECLI:NL:HR:2015:57). De Hoge Raad oordeelt dat de verdachte niet ervoor heeft gezorgd dat de auto na afloop van de leaseovereenkomst werd teruggegeven aan [A], aan wie de auto toebehoorde. Aan die omstandigheid kan evenwel niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de verdachte na afloop van de leaseovereenkomst over de auto 'als heer en meester is gaan beschikken'. De gebezigde bewijsmiddelen houden geen andere feiten of omstandigheden in waaruit dat zou kunnen worden afgeleid. De Hoge Raad oordeelt dat daarom het oordeel van het Hof dat de verdachte die auto zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, niet toereikend is gemotiveerd.
Begin van uitvoering voorhanden krijgen vuurwapen (SR 2015-0296)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onder meer poging voorhanden krijgen van een vuurwapen is bewezenverklaard, over het oordeel van het Hof dat er wat betreft dat feit een begin van uitvoering was van het in de bewezenverklaring bedoelde misdrijf. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring overwogen dat door de raadsman is aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van dat tenlastegelegde feit, nu er geen sprake is van een begin van uitvoering en dus geen poging. Verdachte heeft zich alleen willen laten informeren over de mogelijkheden van het kopen van een vuurwapen. Toen bleek dat hij daar een vergunning voor nodig had, heeft hij zich als koper vrijwillig teruggetrokken. Verdachte had geen opzet op het voorhanden krijgen/hebben van het vuurwapen; zijn contact met de verkoper moet als een hulpkreet worden aangemerkt. Het hof verwerpt de verweren. De uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen van verdachte is die van een op het verkrijgen van een vuurwapen gericht contact met de verkoper. Verdachte heeft deze verkoper gerichte vragen gesteld over het aangeboden vuurwapen en de bijbehorende munitie. Tijdens dat gesprek heeft verdachte ook aangegeven het wapen daadwerkelijk te willen kopen. Daarmee heeft verdachte geprobeerd een overeenkomst te sluiten die tot het door hem voorhanden krijgen/hebben van het vuurwapen zou leiden. Dat dit voorhanden krijgen/hebben niet is gerealiseerd is het gevolg van het feit dat de verkoper niet bereid was het wapen en de munitie te leveren zonder dat verdachte een verlof voor het bezit van een vuurwapen had. In een dergelijke situatie is met betrekking tot het ten laste gelegde delict sprake van een begin van uitvoering en is niet gebleken dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk. De Hoge Raad overweegt na het aanhalen van artikel 26, eerste lid, WWM dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte naar aanleiding van een op internet geplaatste advertentie waarin een vuurwapen te koop werd aangeboden telefonisch contact heeft gezocht met de verkoper. Hij heeft deze verkoper daarbij gerichte vragen gesteld over het aangeboden vuurwapen en de bijbehorende munitie. Tijdens dat gesprek heeft hij aangegeven het wapen daadwerkelijk te willen kopen en daarmee 'geprobeerd een overeenkomst te sluiten die tot het door hem voorhanden krijgen van het vuurwapen zou leiden'. De verkoper was echter niet bereid het vuurwapen te leveren toen hem bleek dat de verdachte geen verlof voor het bezit van een vuurwapen had. De Hoge Raad oordeelt dat, gelet op deze vaststellingen, het kennelijke oordeel van het Hof dat de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het delict dat bestaat in het voorhanden hebben van een vuurwapen en dat die gedragingen dus moeten worden aangemerkt als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf van artikel 26, eerste lid, van de WWM niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en evenmin onbegrijpelijk is, de gevoerde verweren in aanmerking genomen.
Duur proeftijd (SR 2015-0297)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie belaging meermalen gepleegd is bewezenverklaard, over de oplegging van een proeftijd door het Hof. De Hoge Raad overweegt dat blijkens het arrest het Hof een proeftijd van drie jaren heeft vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene en bijzondere voorwaarden. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof heeft deze proeftijd ten onrechte aldus vastgesteld nu deze ten aanzien van zowel de algemene voorwaarden als de bijzondere voorwaarden - gelet op het in deze zaak nog geldende artikel 14b, tweede lid (oud), in verbinding met artikel 14c, eerste lid (oud), respectievelijk artikel 14c, tweede lid onder 5º (oud), Sr - ten hoogste twee jaren kon bedragen. De Hoge Raad herstelt de misslag zelf.
Nieuwe zoekmachine SR Updates
SR Updates is voorzien van een vernieuwde en verbeterde zoekmachine. Naast de gebruikelijke ‘features’ is de zogenoemde filter een absolute aanwinst. Wie op zoek is naar een bepaalde meerdaadse samenloop-zaak uit 2013, kan die zaken nu gemakkelijk filteren uit het archief (met inmiddels meer dan vijftienhonderd uitspraken!). Daarmee is SR Updates niet alleen het meest snelle en meest complete medium op het terrein van het strafrecht, het is ook nog eens het meest innovatief! Klik hier om gebruik te maken van de zoekfunctie.
Annotatie
‘De bewijsdrempel van artikel 342 lid 2 Sv, die verhindert om op basis van één getuigenverklaring tot een veroordeling te komen, is niet erg hoog. Als de jurisprudentie iets laat zien, dan is het dat met vrij weinig steunbewijs genoegen wordt genomen door zowel de feitenrechter als de Hoge Raad. Eerder heb ik voorgesteld deze bewijsregel daarom maar te vervangen door een ambtshalve motiveringsverplichting (J.S. Nan, ‘Naar een vervanging van de unus testis-regel van artikel 342 lid 2 Sv’, Proces 2014-3, p. 196-210)....’, zo begint de recente geplaatste annotatie van J. Nan bij ECLI:NL:HR:2015:1247, SR-Updates 2015-0232..., waar ik u graag op attendeer.
SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 3 september en 3 december 2015, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. De link is te vinden op deze site.
SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten.
Elke 6 tot 8 weken de meest actuele rechtspraak (incl. de Hoge Raad van de dinsdag ervoor) in één uur tijd besproken door prof. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan of mr. dr. Joost Nan.
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Nieuw rechtsgebied? Tijdelijke break?
Volg dan on demand de opnames van SR Updates Talk van medio 2013 tot heden.
Meer informatie en inschrijven: SR Updates Talk Live en On Demand
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat de verdachte de auto zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, is niet toereikend gemotiveerd. 30-06-2015
- Hoge Raad Aan de in de tenlastelegging gebezigde termen ‘een gewoonte maken’ en ‘omzetten’ komt voldoende feitelijke betekenis toe. 30-06-2015
- Hoge Raad Proeftijd door het hof ten onrechte vastgesteld op drie in plaats van op twee jaren. 30-06-2015
- Hoge Raad Falende klacht met betrekking tot het begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf van artikel 26 lid 1 WWM. 30-06-2015
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat sprake is van witwassen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. 23-06-2015