Naar boven ↑

Update

Nummer 12, 2015
Uitspraken van 29-03-2015 tot 03-04-2015
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Afwijzing verzoek om horen getuige (broer van verdachte) (SR 2015-0151)
De verdediging klaagt namens de verdachte, ten aanzien van wie handelen in strijd met het verbod gegeven in art. 3 onder C Opiumwet, is bewezenverklaard, over de afwijzing van het hof van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van de broer van verdachte als getuige. De verdediging heeft het verzoek om de broer te horen op de zitting in hoger beroep herhaald en redenen opgegeven op grond waarvan de verdediging het nodig acht dat hij moest worden gehoord. Het hof heeft aangegeven dat onvoldoende is onderbouwd waarom het horen van de getuige, gelet op de verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting, in redelijkheid voor enige in de strafzaak te nemen beslissing van belang kan zijn. Het hof betrekt daarbij ook dat de hennepkwekerij op 20 maart 2012 door de politie is ontdekt en dat de broer van de verdachte op 24 mei 2012 door de politie is gehoord. De broer had reeds toen als getuige kunnen verklaren dat verdachte tegen hem had gezegd dat hij niets van de hennepkwekerij wist. Dat heeft hij echter niet gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat zonder nadere motivering het oordeel van het hof niet begrijpelijk is. In het bijzonder gelet op hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd en op de overweging van het hof dat de broer van de verdachte bij zijn eerste verhoor door de politie had kunnen verklaren dat verdachte tegen hem had gezegd hij niets van de hennepkwekerij wist, maar dat echter niet heeft gedaan.

Beroep op noodweer(exces) bij spuiten met pepperspray (SR-2015-0163)
De verdediging klaagt namens klager, ten aanzien van wie mishandeling is bewezenverklaard, over het verwerpen van het beroep op noodweer(exces). Het hof heeft het verweer verworpen dat sprake was van verdediging na te zijn geduwd en om zijn nek te zijn gepakt. Kort gezegd, heeft het hof vastgesteld dat op het parkeerterrein van een camping een woordenwisseling ontstond tussen de verdachte en een ander over lakschade die door die ander zou zijn veroorzaakt aan de auto van verdachte. De verdachte belette vervolgens die ander om, in afwachting van de door de verdachte gebelde politie, van daar te vertrekken door achter haar auto te gaan staan. Door de omstanders en eigenaar van de camping, de aangever, werd geen lakschade geconstateerd. Vervolgens heeft de aangever de verdachte, die wel schade had geconstateerd, gesommeerd zich van de plaats te verwijderen en heeft hij hem, toen de verdachte niet week, getracht daarvandaan te duwen met toenemende fysieke kracht. Op zeker moment heeft de verdachte zich losgetrokken en is hij naar zijn auto gelopen, waarvandaan hij een busje pepperspray mee terugnam. Toen de verdachte wederom achter de auto van die ander was gaan staan, heeft de aangever de verdachte opnieuw met een zekere kracht bij zijn nek vastgepakt en getracht weg te duwen. Daarop heeft de verdachte de aangever met pepperspray in zijn gezicht gespoten. Het hof overweegt dat gesproken kan worden van een wederrechtelijke aanranding van de verdachte door de aangever in zijn poging verdachte te verwijderen. Toch kan volgens het hof geen succesvol beroep worden gedaan op handelen in noodweer(exces). Ten eerste heeft verdachte zich bewust in een situatie begeven waarin hij kon verwachten dat het slachtoffer met fysieke kracht tegen hem zou optreden. Het gedrag van verdachte was een provocatie gericht op een confrontatie. Ten tweede heeft de verdachte, zo hij zich al mocht verweren, een middel gekozen dat niet in redelijke verhouding staat tot de aanranding. Een beroep op noodweer kan dan niet slagen. Daarbij is niet aannemelijk geworden dat het gebruik van de pepperspray het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging bij de verdachte, veroorzaakt door de aanranding. De Hoge Raad overweegt dat onder omstandigheden gedraging van de verdachte voorafgaande aan de wederrechtelijke aanranding door het latere slachtoffer in de weg kunnen staan aan het slagen van een beroep op noodweer(exces) door de verdachte. De Hoge Raad oordeelt vervolgens dat het oordeel van het hof dat de verdachte provocerend gedrag heeft getoond en aldus uit was op een confrontatie en dat op die omstandigheid het beroep op noodweer(exces) in reactie op het wederrechtelijke gedrag afstuit niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, niet onbegrijpelijk is en, verweven als het is met de waarderingen van feitelijke aard, toereikend is gemotiveerd.

Kennelijke misslag tenlastelegging. Grondslagverlating (SR-2015-0161)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onder meer het bezit van een vervalst reisdocument en oplichting is bewezenverklaard, over het verlaten van de grondslag door in de zaak A onder 3 en 4 bewezen te verklaren dat de ten laste gelegde feiten zijn gepleegd ‘in Amstelveen’. Aan de verdachte is in de zaak A onder 3 en 4 ten laste gelegd dat hij ‘te Amsterdam’ in het bezit was van een paspoort waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het vals of vervalst was en dat hij ‘te Amsterdam’ zich met geweld heeft verzet tegen een aanhouding op verdenking van oplichting. Het hof heeft dat ook bewezenverklaard. In aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv heeft het hof overwogen dat een misslag in de bewezenverklaring moet worden hersteld in die zin dat daar waar Amsterdam is bewezenverklaard dient te worden gelezen Amstelveen. Het hof geeft aan dat gelet op de bewijsmiddelen met betrekking tot de feiten verdachte daardoor niet in zijn belang wordt geschaad. De Hoge Raad oordeelt dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 augustus 2013 niet blijkt dat de advocaat-generaal bij het hof heeft gevorderd dat de tenlastelegging ten aanzien van zaak A onder 3 en 4 diende te worden gewijzigd. In cassatie dient het er voor te worden gehouden dat zulks niet is geschied. De Hoge Raad neemt gelet hierop en op aan de Hoge Raad toegezonden stukken, aan dat de alternatieven ‘en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland’ als gevolg van een onmiskenbare misslag niet zijn opgenomen in de weergave van de tenlastelegging van het hof in het bestreden arrest. De Hoge Raad leest de in het bestreden arrest weergegeven tenlastelegging dienovereenkomstig verbeterd. Hierdoor ontvalt de feitelijke grondslag aan de klacht.

SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Graag wijs ik u op de SR Talk-sessie van donderdag 4 juni 2015, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken door prof. Paul Mevis.
Meer informatie en inschrijven

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates