Naar boven ↑

Update

Nummer 11, 2015
Uitspraken van 21-03-2015 tot 27-03-2015
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw, 

Bijgaand treft u een nieuwe SR Update aan.

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs: 

Afwijzing verzoek om horen getuige (broer van verdachte) (SR 2015-0151)
De verdediging klaagt namens de verdachte, ten aanzien van wie handelen in strijd met het verbod gegeven in artikel 3 onder C Opiumwet, bewezen is verklaard, over de afwijzing van het hof van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van de broer van verdachte als getuige. De verdediging heeft het verzoek om de broer te horen op de zitting in hoger beroep herhaald en redenen opgegeven op grond waarvan de verdediging het nodig acht dat hij gehoord moest worden. Het hof heeft aangegeven dat onvoldoende onderbouwd is waarom het horen van de getuige, gelet op de verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting, in redelijkheid voor enige in de strafzaak te nemen beslissing van belang kan zijn. Het hof betrekt daarbij ook dat de hennepkwekerij op 20 maart 2012 door de politie is ontdekt en dat de broer van de verdachte op 24 mei 2012 door de politie gehoord. De broer had reeds toen als getuige kunnen verklaren dat verdachte tegen hem had gezegd dat hij niets van de hennepkwekerij wist. Dat heeft hij echter niet gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat zonder nadere motivering het oordeel van het hof niet begrijpelijk is in het bijzonder gelet op hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd en op de overweging van het hof dat de broer van de verdachte bij zijn eerste verhoor door de politie had kunnen verklaren dat verdachte tegen hem had gezegd hij niets van de hennepkwekerij wist maar dat echter niet heeft gedaan. 

Medeplegen en medeplichtigheid in geval medeplegen bestanddeel is van de delictsomschrijving (SR-2015-0150)
De verdediging klaagt namens klager, ten aanzien van wie diefstal met bedreiging van geweld in vereniging gepleegd is bewezenverklaard, over het aanmerken van het bewezenverklaarde als tezamen en in vereniging plegen van diefstal met bedreiging van geweld. Het hof heeft onder meer vastgesteld dat verdachte en diens broer liepen in de richting van de auto, waarin zij de aangever hadden zien zitten. De verdachte opende het portier aan de bestuurderszijde van de auto en de broer opende het portier aan de bijrijderszijde. Nadat de broer een tas uit de auto had weggenomen met daarin een portemonnee, is de aangever uit de auto gestapt en in de richting van de broer gelopen. Toen de broer iets uit die portemonnee had gepakt, heeft de aangever die portemonnee uit de handen van de broer gerukt. Daarop heeft de verdachte, die op een korte afstand van die twee stond, een dreigende houding aangenomen, en zijn hand omhoog gedaan alsof hij ging slaan. Uit de onder meer voor het bewijs gebezigde prints van videobeelden heeft het hof afgeleid dat de verdachte, die heeft verklaard niet te hebben geweten dat diens broer een portemonnee uit een tas had gepakt, wèl moet hebben gezien dat de broer iets uit een portemonnee pakte en dat de aangever daarop die portemonnee, die kennelijk niet aan de broer van verdachte toebehoorde, uit de handen van die broer wegrukte. Naar het oordeel van het hof betekent dit dat aan de bedreigende gedragingen van de verdachte geen andere betekenis kan worden toegekend dan te zijn gericht op hetzij het voor diens broer of hemzelf mogelijk maken van de vlucht hetzij het veiligstellen van het weggenomen geld. De Hoge Raad oordeelt na de overwegingen van ECLI:NL:HR:2014:3474, SR-2014-0492 aan te halen en op te merken dat ook in een geval waarin de tenlastelegging het bestanddeel ‘gepleegde door twee of meer verenigde personen’ bevat, de rechter zal moeten beoordelen of de door de verdachte geleverde bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is, dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is, in aanmerking genomen dat de vastgestelde feiten en omstandigheden waarop dat oordeel is gebaseerd. De Hoge Raad overweegt dat in het oordeel van het hof besloten ligt dat de gedragingen van verdachte toen zijn mededader het geldbedrag uit de portemonnee had weggenomen, met die diefstal in zodanig nauw verband stonden en van zodanig belang waren dat ten aanzien van de diefstal gevolgd door bedreiging met geweld gesproken kan worden van nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met zijn mededader. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan doordat het hof in deze situatie van gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit heeft overwogen dat ‘niet is gebleken van een vooraf gemaakte afspraak’ tussen de verdachte en de medeverdachte.

Profijtontneming; Overschrijding inzendtermijn (SR-2015-0146)
De verdediging klaagt namens verdachte, aan wie een verplichting is opgelegd tot betaling van een bedrag van €28.119 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, over het oordeel van het hof dat de betalingsverplichting niet wordt verminderd ondanks de overschrijding van de inzendingstermijn. Het hof overwoog dat het acht heeft geslagen op het feit dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 eerste lid EVRM heeft plaatsgevonden. Daarbij heeft het hof het tijdsverloop tussen het instellen van het hoger beroep tegen het vonnis van 5 juli 2011 en de datum van ontvangst van het dossier ter griffie van het hof op 6 februari 2013 in aanmerking genomen. De inzendtermijn is met bijna een jaar overschreden. Het hof ziet echter, gelet op de voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep, geen reden voor enige vorm van compensatie bij het opleggen van de betalingsverplichting. De Hoge Raad oordeelt dat zonder nadere motivering het oordeel van het hof dat door een bijzonder voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep de overschrijding van de inzendtermijn is gecompenseerd en daardoor de redelijke termijn niet is overschreden, niet begrijpelijk is. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak in hoger beroep eerst bijna twee jaar en vijf maanden na het instellen van het hoger beroep is afgedaan.

NIEUWE ZOEKMACHINE SR UPDATES
Sinds vorige week is SR Updates voorzien van een vernieuwde en verbeterde zoekmachine. Naast de gebruikelijke ‘features’ is de zogenoemde filter een absolute aanwinst. Wie op zoek is naar een bepaalde meerdaadse samenloop-zaak uit 2013, kan die zaken nu gemakkelijk filteren uit het archief (met inmiddels meer dan vijftienhonderd uitspraken!). Daarmee is SR Updates niet alleen het meest snelle en meest complete medium op het terrein van het strafrecht, het is ook nog eens het meest innovatief! Klik hier om gebruik te maken van de zoekfunctie.

Annotatie
‘De verdachte was op bezoek in het huis van zijn tante en maakte daar zo’n ruzie, dat hij door de politie werd verwijderd. Toen hij van het politiebureau kwam, ontdekte hij dat zijn jas, huissleutels en telefoon nog in het huis van tante lagen. Hij ging (weer) naar die woning, ging via de achtertuin en achterdeur (of: achterraam) naar binnen en wilde naar eigen zeggen vervolgens zijn spullen ophalen om naar zijn eigen woning te gaan. Hij zegt (later) dat hij er niet was om ruzie te maken....’, zo begint de recente geplaatste annotatie van H. de Doelder bij ECLI:NL:HR:2015:190, waar ik u graag nogmaals op attendeer.

SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
SR Talk biedt u de unieke gelegenheid om per kwartaal online te worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Graag wijs ik u op de SR Talk-sessie van donderdag 4 juni 2015, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken door prof. Paul Mevis.
Meer informatie en inschrijven

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl

Veel leesplezier.


Met vriendelijke groet,

 

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates