Naar boven ↑

Update

Nummer 6, 2014
Uitspraken van 07-02-2014 tot 15-02-2014
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.

Het op stotterende wijze praten tegen een persoon die stottert: belediging? (SR 2014-0070)
De verdediging klaagt over het oordeel van het hof dat op stotterende wijze praten tegen een persoon die stottert, als belediging in de zin van artikel 266 Sr kan worden aangemerkt. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte betrokkene luid en verstaanbaar voor betrokkene stotterend heeft toegesproken, terwijl verdachte en betrokkene samen met anderen in de lift van het flatgebouw stonden. Betrokkene stottert en stond met dit gebrek ook bekend bij de medebewoners. Het hof overweegt dat een uitlating die jegens iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is gedaan, als beledigend, bedoeld in artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht, moet worden beschouwd, indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Daarvan is niet alleen sprake als de uitlating woorden bevat die op zichzelf genomen een beledigend karakter hebben, maar ook, zoals in het onderhavige geval, indien op stotterende wijze wordt gesproken tegen een persoon die stottert. Dat verdachte met deze daad uiting zou hebben gegeven aan zijn emotie, ontstaan als gevolg van het slepende conflict tussen verdachte en betrokkene doet daaraan niet af. De Hoge Raad oordeelt dat in het licht van de omstandigheden dat het aanspreken luid en duidelijk en in de aanwezigheid van derden is geschied, het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste opvatting en niet onbegrijpelijk is.

Beroep op noodweer onvoldoende gemotiveerd verworpen (SR 2014-0071)
De verdediging klaagt namens verdachte ten aanzien van wie poging doodslag is bewezenverklaard, over de verwerping van een beroep op noodweer. Het hof heeft vastgesteld dat geen sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door betrokkene jegens verdachte, noch van een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Dat leidt het hof met name af uit de omstandigheid dat betrokkene op het moment van de fatale messteek in zijn rug naar verdachte toegekeerd stond. Lezing van verdachte dat de messteek plaatsvond in de keuken en niet op of in nabijheid van de in de woonkamer staande bank maakt dat oordeel volgens het hof niet anders. Het beroep wordt dan ook verworpen omdat niet aannemelijk is geworden dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De Hoge Raad oordeelt, in aanmerking genomen dat het hof niet meer omtrent de situatie en het gedrag van betrokkene jegens de verdachte onmiddellijk voorafgaand aan het bewezenverklaarde steken met een mes heeft vastgesteld dan dat betrokkene op het moment van de bewezenverklaarde messteek met zijn rug naar de verdachte toegekeerd stond, dat zonder nadere motivering, het oordeel van het hof dat geen sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, noch van een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor, niet begrijpelijk is.

Afwijzing verzoek horen minderjarige getuige (SR 2014-0072)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie een poging doodslag is bewezenverklaard, dat het hof het verzoek om een minderjarig kind als getuige te horen, heeft afgewezen. Het hof heeft de afwijzing van dat verzoek gedaan onder overweging dat het belang van het welzijn van deze minderjarige, ten tijde van het delict 5 jaar oud, ernstig kan worden geschaad, indien hij in de onderhavige zaak op welke wijze dan ook gehoord wordt. Het belang van het welzijn van deze minderjarige diende naar het oordeel van het hof te prevaleren boven het belang van de verdediging om deze minderjarige als getuige te horen. De Hoge Raad oordeelt dat bij de beoordeling de maatstaf van artikel 288 lid 1 sub b te gelden heeft. De rechter mag derhalve ook in dit geval het belang van de getuige doen prevaleren boven het recht van de verdachte om de getuige te (doen) ondervragen (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BI3847). Het kennelijke oordeel van het hof, tegen de achtergrond van zeer ingrijpende en traumatiserende gebeurtenissen met betrekking tot zijn moeder, dat het afleggen van een verklaring als getuige de gezondheid of het welzijn van de zeer jeugdige minderjarige zo zeer zou schaden dat het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om het jongetje als getuige te horen, is, mede in aanmerking genomen dat de buurvrouw van de aangeefster tegenover de politie een belastende verklaring heeft afgelegd, terwijl niet blijkt dat de verdediging die buurvrouw als getuige heeft willen horen, alsmede dat de door een betrokkene spontaan tegenover een verbalisant afgelegde belastende verklaring door deze verbalisant ter terechtzitting onder ede is bevestigd, niet onbegrijpelijk.

SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van 6 maart 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. Klik hier voor meer informatie.

Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten. In één uur tijd en op hoog niveau wordt u door prof. Paul Mevis, dr. Joost Nan of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 6-3, 17-4, 5-6, 3-7, 4-9, 30-10, 11-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H. J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates

Hoge Raad