Update
Geachte heer/mevrouw,
Rechtspraak
De afgelopen week is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Dadelijk uitvoerbaar artikel 14e, eerste lid, Strafrecht (SR 2014-0484)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie belaging is bewezenverklaard, over het door het hof toepassing geven aan artikel 14e Sr en dat het hof heeft verzuimd te vermelden op welke gronden er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als bedoeld in artikel 14e Sr. De Hoge Raad oordeelt dat gelet op artikel 14e, eerste lid, Sr en mede in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring niet een gedraging bevat die onmiskenbaar is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van de aangever, terwijl het misdrijf ‘belaging’ niet zonder meer kan worden gekarakteriseerd als een misdrijf ‘dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen’, het hof diende te motiveren waarom het dadelijk ten uitvoerlegging van de voorwaarden heeft bevolen. De overwegingen dat verdachte ‘eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit’, dat ‘het recidiverisco als hoog wordt ingeschat’ en ‘dat de verdachte op geen enkele wijze blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelingen in te zien’, is geen toereikende motivering nu daaruit niet zonder meer volgt dat aan vereiste van artikel 14e, eerste lid, Sr is voldaan.
Afwijzing verzoeking tot aanhouding in verband met deelname aan landelijke staking van strafrechtadvocaten (SR 2014-0473)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie diefstal in vereniging is bewezenverklaard, dat het hof een verzoek van de verdediging, gedaan enige dagen voor de terechtzitting, tot aanhouding van de behandeling van de zaak heeft afgewezen. Het hof heeft het verzoek de behandeling van de zaak aan te houden in verband met een staking van de strafrechtadvocatuur, als reactie op de aangekondigde bezuinigingsvoorstellen van de staatsecretaris van Veiligheid en Justitie, die de raadsman steunt, niet op voorhand toegewezen en hem daarvan op de hoogte gesteld en medegedeeld dat het verzoek op de zitting kan worden herhaald. Raadsman en verdachte zijn niet op de zitting verschenen. Het hof overweegt dat bij de beoordeling van een verzoek tot aanhouding alle belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen, waaronder het belang van de verdachte en samenleving bij voortvarende berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. Het hof oordeelt dat die belangen moeten prevaleren boven het belang van een advocaat om te staken. De Hoge Raad oordeelt, na herhaling van het criterium in de overweging van het hof (ECLI:NL:HR:1999:ZD1314), dat uit de motivering van de afwijzing van het verzoek tot afhouding door het hof niet blijkt dat deze afweging is gemaakt. Het hof heeft kennelijk alleen een afweging gemaakt tussen het belang van de raadsman om te staken en het belang van een voortvarende afdoening van de strafzaak, terwijl het niet is ingaan op het verzoek aan het aanhoudingsverzoek mede ten grondslag gelegde recht van de verdachte op rechtsbijstand door een raadsman van zijn keuze. (Zie ook: SR 2014-0474)
Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (SR 2014-0482)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie overtreding van artikel 9 lid 2 WVW 1994 is bewezenverklaard, over het verzuim van het hof in bijzondere de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op grond van artikel 359, tweede lid, tweede volzin, Sv. Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd. In hoger beroep heeft de raadsman namens verdachte het volgende aangevoerd: ‘De reden van het rijden is relevant. Het is niet zo dat cliënt lak aan de regels had, hij was in een stressvolle situatie. Hij zou naar Turkije vertrekken maar hij moest naar zijn zoon. Daar was nogal spoed bij. Hij heeft dit niet tegen de politie gezegd want hij wilde niet dat de politie naar zijn zoon zou gaan. Het was heel dom en hij geeft dat ook aan. Een gevangenisstraf voor de duur van twee weken staat niet in verhouding tot het feit. Ik heb goed geluisterd naar de advocaat-generaal en ik snap dat er beleidsregels zijn, maar er moet naar individuele gevallen worden gekeken. Deze man is van heel ver gekomen, hij is verslaafd geweest. Hij is nu bijna een half jaar helemaal afgekickt en doet het goed. Hij woont alleen, in een eigen woning. Als hij naar de gevangenis wordt gestuurd betekent dit een doorkruising van positieve ontwikkelingen. Ik maak me oprecht zorgen dat hij dan met verkeerde mensen in aanraking komt en in de put raakt. Het is niet zo dat hij geen straf verdient. Het alternatief is een voorwaardelijke gevangenisstraf. Ik verzoek het hof dat ook op te leggen, desnoods een voorwaardelijke gevangenisstraf.’ De Hoge Raad oordeelt dat hetgeen door de verdediging ter zitting in hoger beroep naar voren is gebracht met betrekking tot de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het hof naar voren is gebracht. Het hof is daarvan afgeweken maar heeft, in strijd met artikel 359, tweede lid, tweede volzin, Sv niet in het bijzonder redenen opgegeven die daartoe hebben geleid.
SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 11 december 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. De link is te vinden op deze site.
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten.
Elke 6 tot 8 weken de meest actuele rechtspraak (incl. de Hoge Raad van de dinsdag ervoor) in één uur tijd besproken door prof. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan of mr. dr. Joost Nan.
Eerstvolgende sessie 11 december: 17 – 18 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Nieuw rechtsgebied? Tijdelijke break?
Volg dan on demand de opnames van SR Updates Talk van medio 2013 tot heden.
Meer informatie en inschrijven: SR Updates Talk Live en On Demand
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar
sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. 25-11-2014
- Hoge Raad Het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van het geldbedrag is in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. 25-11-2014
- Hoge Raad De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. 25-11-2014
- Hoge Raad Uit de motivering door het hof van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting blijkt niet dat het hof een afweging van alle betrokken belangen heeft gemaakt. 25-11-2014
- Hoge Raad Het hof heeft een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene en bijzondere voorwaarden. Het hof heeft deze proeftijd ten onrechte aldus vastgesteld nu deze ten aanzien van zowel de algemene voorwaarden als de bijzondere voorwaarde – gelet op het in deze zaak nog geldende artikel 14b lid 2 (oud) Sr in verbinding met artikel 14c lid 1 (oud) Sr respectievelijk artikel 14c lid 2 onder 5o (oud) Sr – ten hoogste twee jaren kon bedragen. 25-11-2014
- Hoge Raad In het systeem van de wet ligt besloten dat, indien het OM bij de behandeling van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van de strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, de rechter zonder zelf in een beoordeling van dat punt te treden, op het klaagschrift dient te beslissen. 25-11-2014
- Hoge Raad Uit de motivering door het hof van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting blijkt niet dat het hof een afweging van alle betrokken belangen heeft gemaakt. 25-11-2014
- Hoge Raad De verdachte is niet-ontvankelijk in het cassatieberoep nu niet tijdig beroep in cassatie is ingediend. 25-11-2014
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat de geldbedragen die de verdachte en zijn mededader in het kader van het zonder vergunning voeren van een geldtransactiekantoor voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen ‘daardoor’ uit misdrijf afkomstig zijn, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. 25-11-2014
- Hoge Raad Het hof is afgeweken van een door de raadsman uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, maar heeft niet de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. 25-11-2014
- Hoge Raad Onder meer op grond van een ‘ID-staat SKDB’ in het dossier moet worden aangenomen dat in het proces-verbaal ter terechtzitting als gevolg van een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Zonder miskenning van de uitdrukking ‘toebehorende aan’ heeft het hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat verdachte zich het in de bewezenverklaring genoemde (totale) geldbedrag heeft toegeëigend terwijl dat geld aan X toebehoorde. 25-11-2014
- Hoge Raad De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. 25-11-2014
- Hoge Raad De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn beroep, nu de middelen niet zijn aan te merken als middelen van cassatie gezien het feit dat zij zich niet richten tegen een rechterlijke handeling of daarmee op één lijn te stellen handeling of beslissing als bedoeld in artikel 78 RO en omdat de raadsman zich niet tot de rolraadsheer heeft gewend alvorens te klagen over ontbrekende (vertaalde) stukken. 25-11-2014
- Hoge Raad Het hof heeft geoordeeld dat de omstandigheden waarop door verdachte en de raadsvrouwe een beroep is gedaan, niet kunnen worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van deze overweging. Mede gelet op de inhoud van de dagvaarding (als verdachte verschijnen en niet als slachtoffer) getuigt dat oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. 25-11-2014