Update
Geachte heer/mevrouw,
Rechtspraak
De afgelopen week is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:
Causaal verband mishandeling en overlijden (SR 2014-0400)
Het Openbaar Ministerie klaagt over de partiële vrijspraak van verdachte, van het tenlastegelegde opzettelijk mishandelen terwijl dit de dood van die persoon ten gevolge heeft gehad, voor zover dat het onderdeel ‘terwijl dit de dood van die persoon ten gevolge heeft gehad’, betreft. Het hof heeft die partiële vrijspraak als volgt gemotiveerd: het hof constateert op grond van de bevindingen van dr. Visser dat de dood van het slachtoffer kan zijn veroorzaakt door een combinatie van de bij het slachtoffer reeds bestaande hartafwijking (hartvergroting), hartinfarcering en de aanwezigheid van cocaïne in het bloed. Stress en/of emotie bij het slachtoffer als gevolg van het handelen van de verdachte kan daarbij eveneens een rol hebben gespeeld, maar niet kan worden vastgesteld of dit daadwerkelijk heeft bijgedragen en zo ja, in welke mate. Het dossier bevat op dat punt ook onvoldoende aanknopingspunten. Het hof oordeelt dat het slachtoffer, gezien zijn leeftijd, niet kan worden aangemerkt als slachtoffer op leeftijd bij wie, zonder nader bewijs, als feit van algemene bekendheid zou mogen worden aangenomen dat het geweld waarmee hij in de eigen woning werd geconfronteerd, hevige emoties heeft opgeroepen. Het hof concludeert op basis van de voorhanden gegevens dat een reële mogelijkheid bestaat dat het slachtoffer ook zou zijn overleden als de tenlastegelegde gedragingen van de verdachte waren uitgebleven. In het onderhavige geval waarin de tenlastegelegde gedragingen van de verdachte zoals voorop gesteld, naar hun aard en derhalve onafhankelijk van de ziekelijke predispositie van het slachtoffer, niet geschikt zijn om de dood van het slachtoffer teweeg te brengen en niet is gebleken dat zij het risico op de dood van het slachtoffer in relevante mate hebben verhoogd, kan het overlijden van het slachtoffer – hoezeer ook tragisch samenvallende met de hem overkomen geweldpleging – dan ook niet redelijkerwijs als gevolg van diens handelen aan de verdachte worden toegerekend zodat de verdachte van het tenlastegelegde voor zover dit de dood van het slachtoffer betreft, eveneens dient te worden vrijgesproken. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs niet aan de gedragingen van de verdachte kan worden toegerekend heeft doen steunen op zijn ‘conclusie (...) dat een reële mogelijkheid bestaat dat het slachtoffer ook zou zijn overleden als de tenlastegelegde gedragingen van de verdachte waren uitgebleven’, waarmee het hof kennelijk doelt op het overlijden ten tijde van de tenlastegelegde gedragingen. Dat oordeel is derhalve ontoereikend gemotiveerd.
Bewijs medeplegen hennep telen (SR 2014-0397)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie het tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk ‘telen’ van hennepplanten is bewezenverklaard, over de motivering van het bewezenverklaarde medeplegen. Omtrent het verweer van verdediging, dat niet kan worden bewezen dat sprake was van een zodanig bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en haar echtgenoot (medeverdachte), dat zij het ten laste gelegde samen en in vereniging met haar echtgenoot heeft gepleegd, waarbij nog is aangevoerd dat verdachte geen enkele bijdrage aan het telen van de hennep heeft geleverd, dat zij nimmer in de kweekruimtes aanwezig is geweest en dat zij slechts op de hoogte was van de aanwezigheid van de kwekerij, overweegt het hof dat het in vereniging plegen van een delict, een bewuste, nauwe en volledige samenwerking veronderstelt. Dat uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat haar echtgenoot, voordat hij de kwekerij begon, met zijn echtgenote, verdachte, heeft gesproken over zijn voornemen hun financiële problemen op te lossen door het telen van hennepplanten en dat verdachte op geen enkele wijze heeft getracht te voorkomen dat haar echtgenoot dit voornemen zou uitvoeren. Nu met de opbrengst van de hennepteelt een gedeelte van hun gezamenlijke schulden ook daadwerkelijk is afgelost, heeft verdachte eveneens geprofiteerd van de baten van de kwekerij. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er sprake is van het tezamen en in vereniging telen van hennepplanten, ook al heeft verdachte zelf geen telingshandelingen verricht en kwam zij niet in de ruimten waarin werd geteeld en wordt het verweer verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat, anders dan het hof heeft overwogen, de – uit de bewijsmiddelen volgende – feiten waarvan het hof bij de bewijsvoering is uitgegaan, onvoldoende grond bieden voor het oordeel dat verdachte zich, zoals bewezenverklaard, schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk telen van hennepplanten.
Verwerpen noodweer onvoldoende gemotiveerd (SR 2014-0401)
De verdediging klaagt namens betrokkene, ten aanzien van wie mishandeling is bewezenverklaard, over de verwerping van een beroep op noodweer door het hof. Het hof vatte het verweer van de verdediging als volgt samen: aangeefster viel de ex-partner van verdachte aan en pakte haar telefoon af. Verdachte zag dit en wilde aangeefster en ex-partner uit elkaar halen. Hij heeft aangeefster met enige kracht aan de kant gezet. Het geweld dat verdachte gebruikte was proportioneel en geboden. Verdachte moest zijn ex-partner verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door aangeefster. Hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof verwerpt het verweer met de overweging dat voor een geslaagd beroep op noodweer allereerst is vereist dat aannemelijk is geworden dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de ex-partner van verdachte. Het hof acht op grond van de wettige bewijsmiddelen onvoldoende aannemelijk geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederechtelijke aanranding van de ex-partner op het moment van handelen van verdachte. Van een noodweersituatie was geen sprake. De Hoge Raad oordeelt dat de overweging van het hof dat niet sprake was van een noodweersituatie gelet op de vaststelling van het hof dat de ex-partner was aangevallen door een andere vrouw en in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging is aangevoerd ter onderbouwing van het beroep op noodweer niet zonder meer begrijpelijk.
SR Talk Sessie:
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 30 oktober 2014 en donderdag 11 december 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. De link is te vinden op deze site.
SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten.
Elke 6 tot 8 weken de meest actuele rechtspraak (incl. de Hoge Raad van de dinsdag ervoor) in één uur tijd besproken door prof. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan of mr. dr. Joost Nan.
Eerstvolgende sessie 30 oktober: 17 – 18 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Nieuw rechtsgebied? Tijdelijke break? Volg dan on demand de opnames van SR Updates Talk van medio 2013 tot heden. Meer informatie en inschrijven: SR Updates Talk Live en On Demand
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad De strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt toegepast in de samenhangende strafzaak. 14-10-2014
- Hoge Raad De strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt toegepast in de samenhangende strafzaak. 14-10-2014
- Hoge Raad Het hof heeft ontoereikend gemotiveerd dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het besluit de twee agenten van het leven te beroven en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. 14-10-2014
- Hoge Raad De bij de aanvraag tot herziening overgelegde verklaring wekt niet een ernstig vermoeden als bedoeld in artikel 457 lid 1 aanhef en onder c Sv. 14-10-2014
- Hoge Raad De strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt toegepast in de samenhangende strafzaak. 14-10-2014
- Hoge Raad Gezien de feiten en omstandigheden is het oordeel van het hof dat niet sprake is van een noodweersituatie, niet zonder meer begrijpelijk. 14-10-2014
- Hoge Raad Door de in het bewijsmiddel genoemde verklaring van een getuige voor het bewijs te bezigen, is verdachte niet in zijn verdedigingsbelang geschaad. 14-10-2014
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat het voorhanden hebben van de geldbedragen witwassen oplevert is ontoereikend gemotiveerd, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. De Hoge Raad spreekt de verdachte om doelmatigheidsredenen zelf vrij. 14-10-2014
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat het voorhanden hebben van de geldbedragen witwassen oplevert is ontoereikend gemotiveerd, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. De Hoge Raad spreekt de verdachte om doelmatigheidsredenen zelf vrij. 14-10-2014
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat de aangeefster na beëindiging van de behandelsessies niet meer aangemerkt kon worden ‘iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg toevertrouwd’, zodat de seksuele handelingen die tussen beiden plaatsvonden niet kunnen worden aangeduid als ‘ontucht plegen’, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. 14-10-2014
- Hoge Raad Het oordeel dat de dood van het slachtoffer niet redelijkerwijs toe te rekenen is aan de gedragingen van de dader omdat ‘er een reële mogelijkheid bestaat dat het slachtoffer ook zou zijn overleden als de tenlastegelegde gedragingen van de verdachte waren uitgebleven’, is ontoereikend gemotiveerd. 14-10-2014
- Hoge Raad De vraag of het de feitenrechter gelet op artikel 314 lid 2 Sv na wijziging van de tenlastelegging is toegestaan het onderzoek van de zaak zonder toestemming van de verdachte of diens uitdrukkelijk gemachtigd raadsman aanstonds voort te zetten op de in artikel 314 lid 1 tweede volzin Sv genoemde grond, moet ontkennend worden beantwoord. 14-10-2014
- Hoge Raad Het oordeel van het hof dat het voorhanden hebben van de geldbedragen witwassen oplevert is ontoereikend gemotiveerd, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. De Hoge Raad spreekt de verdachte om doelmatigheidsredenen zelf vrij. 14-10-2014
- Hoge Raad Anders dan het hof heeft overwogen, bieden de feiten waarvan het hof bij de bewijsvoering is uitgegaan, onvoldoende grond voor het oordeel dat de verdachte zich, zoals is bewezenverklaard, schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk ‘telen’ van hennepplanten. 14-10-2014