Naar boven ↑

Update

Nummer 30, 2014
Uitspraken van 19-09-2014 tot 25-09-2014
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Rechtspraak
De afgelopen week is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs:

Nuancering regels Grenzen Getuigenbewijs naar aanleiding voortbouwend appel (SR 2014-0363)
De verdediging klaagt namens verdachte, veroordeeld voor poging zware mishandeling, over het feit dat het hof de ten overstaan van politie afgelegde verklaringen voor het bewijs heeft gebezigd. Het hof had ten aanzien van de bewezenverklaring in het bijzonder overwogen dat het slachtoffer op 18 en 19 oktober 2012 tegenover de politie heeft verklaard dat zij door haar ex-vriend, de verdachte, in haar gezicht was geslagen. Zij durfde uit angst voor de gevolgen geen aangifte te doen. Zij heeft haar verklaring later bij de rechter-commissaris gewijzigd. Zij zou zijn uitgegleden en ten val zijn gekomen bij het duwen en trekken om een mobiele telefoon in handen te krijgen. Het hof achtte, mede omdat het contact tussen verdachte en slachtoffer was hersteld bij het afleggen van de latere verklaring bij de rechter-commissaris, haar verklaringen, afgelegd op 18 en 19 oktober 2012, (opgenomen in een proces-verbaal), geloofwaardiger. Haar eerste verklaringen passen bovendien bij het geconstateerde letsel. Het hof achtte op grond van haar eerste verklaring wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een poging heeft gedaan aan haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen om door haar met zijn vuist tegen het gezicht (oogkas) te slaan. De Hoge Raad overweegt dat aan het voortbouwend appel onder meer de gedachte ten grondslag ligt dat, hoewel de behandeling van de zaak in hoger beroep in beginsel als een nieuwe behandeling van de zaak moet worden aangemerkt, de appelrechter nochtans de bevoegdheid wordt geboden de behandeling van de zaak te concentreren op de geschilpunten die door de procesdeelnemers zijn kenbaar gemaakt en dat hij aan onbestreden onderdelen van het vonnis in eerste aanleg in beginsel geen aandacht behoeft te besteden mits hij deze onderdelen niet uit hoofde van zijn eigen verantwoordelijkheid voor de juiste beoordeling van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv aan de orde wil stellen. Met een 'voortbouwend appel' valt niet goed te verenigen dat de rechter in hoger beroep steeds ambtshalve ter terechtzitting in hoger beroep als getuige moet oproepen de persoon wiens in het opsporingsonderzoek afgelegde belastende verklaring welke tijdens een verhoor door de rechter-commissaris of tijdens de terechtzitting in eerste aanleg is ingetrokken, het enige bewijsmiddel is waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen. Het ligt bij een voortbouwend appel in de rede dat het aan de procespartijen en de appelrechter wordt overgelaten te beoordelen of een zorgvuldige totstandkoming van het rechterlijk bewijsoordeel eist dat die persoon op de terechtzitting als getuige wordt gehoord. Het hof heeft vastgesteld dat slachtoffer, nadat ze haar verklaring heeft afgelegd bij de politie, door de rechter-commissaris is gehoord en die eerder afgelegde verklaringen heeft gewijzigd en op essentiële punten de verdachte ontlastende, nadere verklaring heeft afgelegd. Hoewel het niet de enige bewijsmiddelen betreft waaruit verdachte betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen, moet in onderhavige zaak niettemin met zodanige situatie op één lijn worden gesteld. Verdachte is in hoger beroep verschenen en ook zijn raadsvrouwe was aanwezig. Aldaar is niet door of namens de verdachte verzocht slachtoffer als getuige op te roepen met het oog op het tenlastegelegde, zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat een zodanig verzoek niet is gedaan. Evenmin heeft het hof ambtshalve de oproeping van slachtoffer als getuige ter terechtzitting bevolen. Het oordeel van het hof dat de in het opsporingsonderzoek afgelegde verklaringen van slachtoffer voor het bewijs van het tenlastegelegde kunnen worden gebruikt, getuigt – mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen – niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

In het water duwen als mishandeling aanmerken onvoldoende gemotiveerd (SR 2014-0347)
De verdediging klaagt namens verdachte, veroordeeld voor onder andere opzettelijke mishandeling en bedreiging met zware mishandeling, over de motivering van het hof dat slachtoffers pijn hebben ondervonden doordat ze door verdachte in het water zijn geduwd. Het hof had daartoe overwogen dat de Hoge Raad heeft uitgemaakt dat onder 'pijn' als bestanddeel van mishandeling dient te worden verstaan iedere op het lichaam betrokken min of meer hevige onaangename gewaarwording en dat het geen betoog hoeft dat het onverhoeds van de kade duwen in het onderhavige geval een onaangename gewaarwording heeft opgeleverd. De Hoge Raad oordeelt dat uit de door het hof gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte bij betrokkenen zo een onlust veroorzakende gewaarwording heeft veroorzaakt door hen in het water te duwen doch dat dat niet tenlastegelegd is. Dat zij door die gedraging pijn hebben ondervonden kan uit de bewijsvoering van het hof niet worden afgeleid.

Bewezenverklaring op grond van zwijgen verklaring verdachte niet toelaatbaar (SR 2014-0361)
De verdediging klaagt namens verdachte, veroordeeld voor onder andere witwassen, over de bewezenverklaring van het hof van het onder 2 tenlastegelegde witwassen door dat onder meer te doen steunen op de omstandigheid dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht. De bewezenverklaring rust onder meer op een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar houdende de vraag hoe verdachte aan een waardevolle Audi A4 TD komt en het antwoord van verdachte dat hij daar geen antwoord op wil geven. Het hof overweegt voorts nog dat, gelet op de hoge waarde van het goed, een verklaring van verdachte over de herkomst van het daarvoor benodigde geld verlangd mag worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de weigering van de verdachte te verklaren over de in de bewezenverklaring vermelde auto als bewijsmiddel heeft gebezigd. Dat is in strijd met artikel 29, eerste lid, Sv. Dat het hof de juistheid van de nadien door de verdachte afgelegde verklaring niet aannemelijk heeft geacht, leidt niet tot een ander oordeel.

SR Talk Sessie:
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 30 oktober 2014 en donderdag 11 december 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. De link is te vinden op deze site.

SR Updates Talk | Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten.

Elke 6 tot 8 weken de meest actuele rechtspraak (incl. de Hoge Raad van de dinsdag ervoor) in één uur tijd besproken door prof. Paul Mevis, mr. Joost Verbaan of mr. dr. Joost Nan.

Eerstvolgende sessie 30 oktober: 17 – 18 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Nieuw rechtsgebied? Tijdelijke break?
Volg dan on demand de opnames van SR Updates Talk van medio 2013 tot heden.
Meer informatie en inschrijven: SR Updates Talk Live en On Demand

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates

Hoge Raad