Naar boven ↑

Update

Nummer 19, 2014
Uitspraken van 24-05-2014 tot 30-05-2014
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.

Verklaring kwetsbare getuige (SR 2014-0244)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie mishandeling van zijn kinderen en bedreiging met misdrijf tegen het leven bewezen is verklaard, dat de bewezenverklaringen door het hof onvoldoende met redenen zijn omkleed door onder meer een verklaring van de getuige, die toen de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, afgelegd bij de rechter-commissaris, zonder bijzonder de redenen daarvan op te geven te bezigen voor het bewijs. De bewezenverklaring van het hof steunde onder meer op een verklaring van de verdachte, processen-verbaal van de rechter-commissaris, houdende verklaringen de slachtoffers, processen-verbaal van aangifte van de slachtoffers en een foto. De Hoge Raad oordeelt dat aan het voorschrift van artikel 360 Sv de gedachte ten grondslag ligt dat rechter aan getuigenissen, die niet onder de waarborg van de eed zijn afgelegd, geen bewijskracht zal toekennen en in het geval hij de verklaring van een slechts aangemaande getuige voor bewijs bezigt een bijzondere overweging wordt verwacht waarom hij die verklaring bewijskracht toekent. Volgens vaste jurisprudentie geldt het voorschrift echter niet voor het gebruik van een verklaring van een getuige jonger dan zestien jaar afgelegd tegenover de politie, neergelegd in een ambtsedig proces-verbaal en noopt het bezigen van die verklaring voor het bewijs de rechter niet reeds tot het afleggen van verantwoording van het gebruik daarvan. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat in feitelijke aanleg de betrouwbaarheid van deze voor het bewijs gebezigde bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring niet gemotiveerd is betwist, bestaat in onderhavig geval onvoldoende aanleiding voor nietigheid.

Ruchtbaarheid geven (SR 2014-0242)
De verdediging richt zich namens verdachte, ten aanzien van wie smaad is bewezenverklaard, tegen het oordeel van het hof dat verdachte met het zenden van een e-mail aan het kinderdagverblijf kennelijk het doel had ruchtbaarheid te geven aan de inhoud daarvan. Het hof overwoog ten aanzien van het bewezenverklaarde dat de dochter van verdachte en zijn ex-partner (benadeelde) in 2008 en 2009 opvang genoot bij een kinderdagverblijf te Diemen. Na een incident tijdens de sinterklaasviering 2008 heeft de verdachte over de e-mail geprobeerd afspraken te maken met zijn ex-partner over hun beider aanwezigheid op de sinterklaasviering 2009. Met de bedoeling het kinderdagverblijf te informeren over wat zich in de voorbereiding op die viering tussen hem en zijn ex-partner afspeelde, heeft de verdachte een e-mail van hem aan zijn ex-partner doorgestuurd naar het kinderdagverblijf. Die e-mail houdt onder meer in: ‘Als jij net als vorig jaar een scène gaat schoppen dan zal ik mij niet schromen daar aangifte van te doen. Je bent al veroordeeld voor je gedrag en je zit in je proeftijd’. Het hof oordeelt dat verdachte, met deze mededeling zijn doel om - kennelijk met het oog op een ongestoorde Sinterklaasviering - het kinderdagverblijf te informeren over wat zich tussen hem en zijn ex-partner afspeelde, voorbij is geschoten en dat deze mededeling niet anders kan worden opgevat dan dat de verdachte met die mededeling willens en wetens de eer en goede naam van zijn ex-partner heeft aangerand, althans willens en wetens de aanmerkelijke kans daartoe heeft aanvaard. Over de verklaring van verdachte dat hij op aanraden van een leidinggevende van het kinderdagverblijf de e-mail heeft verstuurd naar [A]@hetnet.nl, stelt het hof vast dat dit onmiskenbaar een algemeen e-mailadres van het kinderdagverblijf betreft, zodat de verdachte door gebruikmaking van dat e-mailadres minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de bewuste mededeling meerdere medewerkers van het kinderdag verblijf zou bereiken. Het hof oordeelt dat daarmee ook bewezen is dat verdachte de opzet heeft gehad om aan de bewuste mededeling ruchtbaarheid te geven. De Hoge Raad geeft aan dat onder ‘ruchtbaarheid geven’, bedoeld in art. 261 Sr, dient te worden verstaan ‘het ter kennis van het publiek brengen’. Met zodanig 'publiek' is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld en oordeelt dat het oordeel van het hof niet toereikend gemotiveerd is. Uit de bewijsvoering kan niet worden afgeleid dat de verdachte heeft gehandeld met het kennelijke doel aan die mededeling ruchtbaarheid te geven, bedoeld in artikel 261 Sr. Dat op aanraden van een leidinggevende het e-mailadres, in gebruik bij medewerkers, is gehanteerd om met het oog op een ongestoorde sinterklaasviering het kinderdagverblijf op de hoogte te brengen van hetgeen zich tussen hem en ex-partner heeft afgespeeld en dat de medewerkers die mededeling ook daadwerkelijk onder ogen hebben gekregen is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet voldoende om daaruit te kunnen afleiden dat dit is gebeurd met het kennelijke doel die mededeling ter kennis te brengen van een kring van betrekkelijk willekeurige derden.

Voorbereiding zedendelicten (SR 2014-0238)
De verdediging stelt dat het hof de bewezenverklaarde voorbereiding van medeplegen verkrachting en verkrachting van een minderjarige onvoldoende heeft gemotiveerd. Het hof heeft met betrekking tot het bewijs overwogen dat sprake is van strafbare voorbereiding. De handelingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm bestemd tot het begaan van het misdrijf. Verdachte heeft een bericht geplaatst en vervolgens met ‘Richard’ uitvoerig e-mailcontact gehad alsmede een afspraak waarbij concrete plannen worden gemaakt voor het seksueel misbruiken van een kind beneden de 12 jaar. Het misdadig doel staat daarmee vast. Ter verwezenlijking van dat doel zijn voorts nadere afspraken gemaakt en is verdachte naar Nederland gereden met de bedoeling die dag door te rijden naar Duitsland alwaar hij seks zou gaan hebben met de minderjarige Laura. Verdachte had op die dag een aantal seksartikelen en het bedrag dat overeenkomstig de afspraken in de e-mails aan de moeder van het kind betaald zou worden voor het seksueel misbruik bij zich. De voorwerpen kunnen afzonderlijk dan wel gezamenlijk naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienstig zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had (HR 20 februari 2007, LJN AZ0213). Voor bewezenverklaring van verkrachting is vereist dat door geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand wordt gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestaan of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Dat de voorbereiding tevens betrekking had op het seksueel binnendringen tegen de wil door (bedreiging met) een feitelijkheid kan volgen uit de verklaringen van aangever en uit mailwisseling. Het beeld is dat verdachte voornemens was om, samen met anderen, in een vakantiewoning met een meisje van 10 jaar oud tegen betaling (aan de moeder) seks te hebben eventueel met gebruikmaking van sm-attributen. Uit de mail van de verdachte volgt dat hij er van uit ging dat (onder meer) pijpen door Laura onderdeel uitmaakte van de afspraak met de moeder, ook als Laura dat niet leuk zou vinden. Hieruit kan worden afgeleid dat hij ook tegen de wil van Laura van plan was zich (onder meer) door haar te laten pijpen. De feitelijkheid die daarbij als middel zou worden gebruikt, zou bestaan uit de omstandigheid dat Laura met drie voor haar onbekende volwassen mannen (en zonder haar moeder) zich zou bevinden in een vakantiewoning. Gelet op de intentie en de leeftijd van de mannen, de plaats van de ontmoeting en de sm-attributen zou dit voor Laura een vreemde, overrompelende situatie zijn waardoor zij zou zijn genoodzaakt om te blijven en de seksuele handelingen te ondergaan. Vast is komen te staan dat de voorbereidingshandelingen van verdachte zien op seksueel misbruik van een 10-jarig meisje. Dit is niet anders wanneer (voor de verdachte achteraf) blijkt dat het om een fictief meisje gaat. De Hoge Raad oordeelt dat middelen berusten op de stelling dat de feiten niet bewezenverklaard kunnen worden, omdat de misdrijven ter voorbereiding waarvan handelingen plaatsvonden, niet konden worden voltooid. De persoon bleek immers een fictief 10-jarig meisje. Zij stellen daarmee een eis aan de strafbaarheid van de voorbereiding van een misdrijf die de wet niet kent en ook niet bij het karakter van strafbare voorbereiding past. Voldoende is dat uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat de bewezenverklaarde gedragingen strekten ter voorbereiding van feiten als in de bewezenverklaring bedoeld en dat het opzet van de verdachte op het begaan daarvan was gericht.

SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 5 juni en donderdag 3 juli 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. Klik hier voor meer informatie.

Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten. In één uur tijd en op hoog niveau wordt u door prof. Paul Mevis, dr. Joost Nan of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 5-6, 3-7, 4-9, 30-10, 11-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates

Hoge Raad