Update
Geachte heer/mevrouw,
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.
Redengevend bewijsmiddel (SR 2014-0237)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie verduistering van geld van zijn vader bewezen is verklaard, dat het door het hof gevoerde bewijs tegenstrijdig is en daarmee de bewezenverklaring onvoldoende met redenen heeft omkleed. Het hof gebruikt voor de bewezenverklaring onder meer de verklaring van de verdachte inhoudende dat hij geld opnam op grond van een afspraak met zijn vader. Het hof overwoog met betrekking tot het verweer van de verdediging dat de geldopnames op grond van een afspraak geschieden weerlegd wordt door de verklaring van de vader die het bestaan van dergelijke overeenkomst ontkent en dat voorts niet goed te begrijpen is dat een dergelijke overeenkomst – als die tot stand is gekomen – niet op schrift is gesteld, gelet op het bestaan van een zus. Nu verdachte uit hoofde van zijn opleiding en beroep als administrateur vertrouwd was met schriftelijke vastlegging van financiële gegevens, klemt deze twijfel temeer en dat geldt ook voor het gegeven dat verdachte het geld niet op zijn rekening heeft overgemaakt per bankoverschrijving, maar deze contant heeft opgenomen en in zijn kamer heeft bewaard. Derhalve is de stelling van verdachte niet aannemelijk geworden. De Hoge Raad oordeelt dat wanneer een rechter zich in een nadere overweging beroept op bepaalde feiten of omstandigheden die door hem redengevend werden geacht voor de bewezenverklaring, die feiten en omstandigheden moeten zijn vervat in de gebezigde bewijsmiddelen. Dat laatste heeft betrekking op feiten en omstandigheden die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en dus niet op feiten en omstandigheden en evenmin op verklaringen die de rechter in zijn nadere overweging onaannemelijk dan wel ongeloofwaardig acht. Die behoren niet te worden opgenomen onder de bewijsmiddelen. Het hof heeft de bewezenverklaring kennelijk mede doen steunen op de verklaring van de verdachte dat hij van zijn vader dagelijks geld voor zorg en huishouding mocht opnemen en evenwel geoordeeld dat de stelling van de verdachte dat hij een overeenkomst had onaannemelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat de klacht van de verdediging terecht is, maar dat dat niet hoeft te leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak, aangezien de uitspraak - ook als het gebrek wordt weggedacht - zonder meer toereikend is gemotiveerd.
Meerdaadse samenloop (SR 2014-0229)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie diefstal in vereniging met geweld en afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving is bewezenverklaard, dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, twee strafbepalingen op de bewezenverklaarde feiten heeft toegepast in plaats van deze feiten als een voortgezette handeling, bedoeld in artikel 56, eerste lid, Sr, althans eendaadse samenloop bedoeld in de zin van artikel 55 eerste lid, Sr te kwalificeren. Het hof heeft omtrent de strafbaarheid van deze feiten geoordeeld dat het eerste bewezenverklaarde is voorzien bij artikel 317 en strafbaar gesteld in artikel 317 juncto artikel 312, tweede lid, Sr en wordt gekwalificeerd als afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen. Het cumulatief bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 282 Sr en gekwalificeerd als medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden. Het hof heeft als toepasselijk wettelijk voorschrift onder andere artikel 57 Sr vermeld. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden aangezien artikel 317 en 282 een verschillende strekking hebben, zodat artikel 55, eerste lid, Sr niet voor toepassing in aanmerking komt. Hetzelfde geldt voor artikel 56 Sr, omdat geen sprake is van soortgelijke feiten. Nu terzake geen verweer is gevoerd was het hof niet gehouden het oordeel dat artikel 57 Sr van toepassing was te motiveren.
Witwassen (SR 2014-0227)
De klacht van de verdediging is gericht op het bewezenverklaarde ‘witwassen’. Het hof heeft overwogen dat uit de bewijsmiddelen een vermoeden naar voren komt dat de criminele herkomst van de geldbedragen die verdachte voorhanden had, het dealen in cocaïne betreft, waarvoor verdachte ook is veroordeeld. Verdachte heeft geen concrete verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van de geldbedragen. Verdachte heeft aangegeven geld te hebben gekregen van een derde om een autowasstraat te beginnen. In beide gevallen wilde de verdachte de naam van die derde niet noemen. Het hof stelt vast dat de legale herkomst van de geldbedragen niet aannemelijk is geworden en verwerpt het verweer. Voorts stelt het hof ten aanzien van het standpunt van de verdediging dat verdachte met de geldbedragen geen handelingen heeft verricht die hebben bijgedragen aan het verhullen of verbergen van de criminele herkomst daarvan dat de wijze waarop de verdachte de geldbedragen bewaarde handelingen betroffen die op het versluieren van die bedragen waren gericht waarmee verdachte het zicht op de illegale herkomst van deze bedragen heeft ontnomen. De Hoge Raad oordeelt dat uit de motivering van het hof niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van die geldbedragen doordat gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of vervullen van de criminele herkomst van die geldbedragen en ontoereikend gemotiveerd is. Dat de verdachte op deze wijze geldbedragen in zijn huis verborg, brengt immers nog niet zonder meer mee dat de verdachte daarmee in het bijzonder ook de criminele herkomst van dat geld heeft getracht te verbergen of te verhullen.
SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 5 juni en donderdag 3 juli 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. Klik hier voor meer informatie.
Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten. In één uur tijd en op hoog niveau wordt u door prof. Paul Mevis, dr. Joost Nan of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 5-6, 3-7, 4-9, 30-10, 11-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Witwassen. De verdachte heeft een met een elastiekje gebundelde hoeveelheid geldbedragen in de kluis in de kelder van zijn woning opgeborgen. Dat de verdachte op deze wijze de geldbedragen heeft opgeborgen brengt niet zonder meer met zich mee dat de verdachte daarmee ook de criminele herkomst van dat geld heeft getracht te verbergen of te verhullen. De motivering van het hof is ontoereikend. 20-05-2014
- Hoge Raad Mishandeling. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BV3442. Het middel klaagt terecht dat het hof onderdelen van de verklaringen van verdachte die niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring ten onrechte onder de bewijsmiddelen heeft opgenomen. Nochtans leidt de gegrondheid van het middel niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak. 20-05-2014
- Hoge Raad Ontvankelijkheid. De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat de schriftuur houdende middelen niet binnen de termijn van artikel 437 lid 2 Sv is ingediend. 20-05-2014
- Hoge Raad Witwassen en de schadevergoedingsmaatregel. Het oordeel van het hof dat sprake is van witwassen is ontoereikend gemotiveerd, aangezien hij niet heeft gemotiveerd waarom sprake is van een meer dan het enkele voorhanden hebben van het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag. Voor zover het middel berust op de opvatting dat de ingangsdatum van de te betalen wettelijke rente over het bedrag van de toegewezen vordering van de benadeelde partij gelijk moet zijn aan de ingangsdatum van de te betalen rente over het bedrag van de op de voet van artikel 36f Sr opgelegde betalingsverplichting, is het middel tevergeefs voorgesteld omdat die opvatting niet juist is. 20-05-2014
- Hoge Raad Meerdaadse samenloop. Artikel 317 en 282 Sr hebben een verschillende strekking. Daarom zijn artikel 55 lid 1 Sr en 56 Sr niet van toepassing. Er is namelijk geen sprake van soortgelijke feiten. Het hof was niet gehouden zijn oordeel dat artikel 57 Sr van toepassing is te motiveren. 20-05-2014
- Hoge Raad Strafmotivering. Op handelen in strijd met een in artikel 3 Opiumwet gegeven verbod staat als maximale vrijheidsstraf een hechtenis van ten hoogste een maand. Gelet hierop is ’s hofs overweging dat volgens de oriëntatiepunten straftoemeting hier een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf weken passend en geboden is en dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd zou zijn, onbegrijpelijk. 20-05-2014
- Hoge Raad Strafoplegging. De rechtbank heeft bij de strafoplegging tot uitgangspunt genomen dat de ernst van het gepleegde feit beoordeeld dient te worden naar de normen welke gelden in het land waar dat feit is begaan. Aldus heeft de rechtbank hetgeen in een eerdere uitspraak (HR 26 juni 1990, NJ 1991/190) is vooropgesteld, miskend. 20-05-2014
- Hoge Raad Verlaten tenlastelegging. Mede gelet op de wetsgeschiedenis heeft het hof met zijn oordeel dat het bestanddeel ‘ertoe brengen’ als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 5 Sr duidt op ‘een situatie waarin een reële eigen keuze van de prostituee in meer of mindere mate afwezig is, waarbij op zichzelf niet doorslaggevend is of de prostituee al dan niet minderjarig is’, een te beperkte en dus onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term ‘ertoe brengen’. Door de verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken heeft het hof hem dus vrijgesproken van iets anders dan was tenlastegelegd. 20-05-2014
- Hoge Raad Profijtontneming. Het hof heeft in zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen, bestaande in het ‘gratis’ kunnen beschikken over een leenauto. Dit voordeel heeft het hof geschat en dat oordeel is niet onbegrijpelijk 20-05-2014
- Hoge Raad Redengevend bewijsmiddel. In ECLI:NL:HR:2012:BX0146 is geoordeeld dat van een onvoldoende te respecteren belang als bedoeld in artikel 80a RO sprake kan zijn bij bepaalde gebreken in de bewijsmotivering die voordien grond plachten te vormen voor vernietiging, waarbij te denken valt aan gevallen waarin de bewezenverklaring zonder meer toereikend is gemotiveerd. Daar is in dit geval sprake van en daarom heeft de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak. 20-05-2014
- Hoge Raad Niet-ontvankelijk in hoger beroep. Verdachte heeft in casu binnen drie maanden na de uitspraak van de kantonrechter hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het vonnis niet kan worden aangemerkt als een vonnis als bedoeld in artikel 410a Sv, heeft de kantonrechter ten onrechte volstaan met het doen opmaken van een door hem gewaarmerkte aantekening als bedoeld in artikel 395a lid 1 Sv (stempelvonnis). 20-05-2014