Update
Geachte heer/mevrouw,
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.
Onttrekking aan pandrecht (SR 2014-0205)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie onttrekking van een goed aan het pandrecht bewezen is verklaard, dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de in die bewezenverklaring opgenomen zinsnede ‘een personenauto (…) heeft onttrokken aan het pandrecht’, althans zijn oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd. Het hof heeft vastgesteld dat bij notariële akte van 8 juni 2009 een (stil) pandrecht is gevestigd op een in eigendom van een stichting toebehorende Mercedes in eigendom ten gunste van BVBA [A], tot zekerheid van een door BV [B] aan [A] verschuldigde geldsom, dat bij vestiging van het pandrecht zowel de stichting als BV [B] vertegenwoordigd werden door verdachte, dat BVBA [A] een deurwaarder heeft ingeschakeld teneinde de in pand gegeven auto tot zich te nemen en te executeren aangezien BV [B] in gebreke bleef met de betaling van haar schuld, dat op 15 december 2009 door verdachte aan deze deurwaarder is toegezegd dat het resterende bedrag van de schuld in twee termijnen zou worden voldaan, dat betaling op eerste termijn is uitgebleven, dat verdachte daags na het verstrijken van de eerste termijn het kenteken van de in pand gegeven Mercedes op zijn naam heeft laten registreren en dat de verdachte namens [B] aan de deurwaarder en aan [A], bij e-mail, heeft bericht dat de betalingsregeling niet zal worden nagekomen, dat de in pand gegeven Mercedes niet meer eigendom is van de stichting en dat de stichting daarom niet kan meewerken aan de executie van die Mercedes tot verhaal van de vordering van [A] op [B]. Daarover heeft het hof geoordeeld dat de handeling van de verdachte, te weten het zonder toestemming van [A] op eigen naam overschrijven van de aan de stichting in eigendom toebehorende auto, ertoe strekte de parate executie van het ten behoeve van [A] op deze auto gevestigde stil pandrecht te beletten, en deze auto aldus te ‘onttrekken aan het pandrecht’, bedoeld in artikel 348, eerste lid, Sr. De Hoge Raad oordeelt dat het hof daaruit kennelijk, gelet op bovengenoemde e-mail, heeft afgeleid dat ook het eigendom van de auto aan verdachte is overgedragen en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd is.
Slagende bewijsklacht verdediging (SR 2014-0203)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien mishandeling is bewezenverklaard, dat het hof niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kon afleiden dat de opsporingsambtenaar ‘enig lichamelijk letsel (kneuzing rechtsschouder)’ heeft bekomen. De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring steunt op de in aanvulling op het verkorte arrest, bedoeld in artikel 365a Sv, opgenomen bewijsmiddelen. Het bewezenverklaarde ‘ten gevolge waarvan de opsporingsambtenaar enig lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder) bekwam’, kan daaruit niet worden afgeleid.
Witwassen (SR 2014-0196)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie witwassen bewezen is verklaard, over het feit dat dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het bewezenverklaarde als witwassen heeft gekwalificeerd alsmede dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde feit te Drachten is gepleegd, omdat artikel 420bis, eerste lid onder a. Sr moet worden beschouwd als voortdurend delict. Ten aanzien van dat laatste overwoog het hof dat verdachte verweten wordt dat hij zich - kort gezegd - schuldig maakte aan witwassen, dat bij aanhouding iPhones, afkomstig van diefstallen uit Zweden werden aangetroffen, dat verdachte heeft verklaard dat zij en haar broers en man vanuit Zweden naar Nederland zijn gereden, dat zij in Zweden iPhones hebben gestolen en deze in het voertuig hebben verstopt, dat namens verdachte is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het tenlastegelegde in Drachten is gepleegd en Nederland geen rechtsmacht over deze feiten heeft in het buitenland. Vervolgens overwoog het hof dat het delict, strafbaar gesteld in artikel 420bis, eerste lid onder a., Sr een voortdurend delict is en dat meebrengt dat het ook in Drachten kan worden gepleegd. Het hof oordeelde dat de handelingen, het verstoppen van de iPhones, niet anders kan zijn bedoeld dan het verhullen van de herkomst of verplaatsing daarvan. Die situatie heeft voortbestaan in Drachten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof daarmee geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Ten aanzien van het ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, kwalificeren van de gedragingen als witwassen oordeelde het hof - kort gezegd - het verbergen en/of verhullen van de herkomst en de verplaatsing van mobiele telefoons, terwijl zij wist dat deze mobiele telefoons van misdrijf afkomstig waren, bewezenverklaard. Het hof stelde vast, blijkens de bewijsvoering, dat deze mobiele telefoons deels uit eigen misdrijf afkomstig waren en heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als witwassen. De Hoge Raad oordeelt dat aan de klacht de opvatting ten grondslag ligt dat recente rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot motiveringseisen van het oordeel van witwassen ook betrekking heeft op het bewezenverklaarde verbergen en verhullen, bedoeld in artikel 420bis, eerste lid onder a., Sr. Die opvatting is onjuist.
SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 5 juni 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. Klik hier voor meer informatie.
Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten. In één uur tijd en op hoog niveau wordt u door prof. Paul Mevis, dr. Joost Nan of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 5-6, 3-7, 4-9, 30-10, 11-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Verkort arrest – Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte zich met geweld heeft verzet ‘ten gevolge waarvan de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] enig lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder) bekwam’, niet kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. 22-04-2014
- Hoge Raad Herstelbeslissing – Het oordeel van het hof dat het gebonden was aan de ‘rectificatiebeschikking’ van 17 september 2010, is onjuist. In aanmerking genomen dat in de beschikking van 19 november 2007 is bevolen dat het beroep van de verdachte buiten behandeling wordt gelaten, heeft het hof de verdachte ten onrechte ontvangen in zijn hoger beroep. Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal zelf de zaak afdoen. 22-04-2014
- Hoge Raad Inbeslagname – Het oordeel van het hof dat het veiligstellen van het vaartuig door de Dienst Binnenwaterbeheer van de gemeente Amsterdam niet kan worden beschouwd als een inbeslagneming ten behoeve van de strafvordering, is onbegrijpelijk in het licht van de vaststelling van het hof dat het vaartuig ‘op verzoek van het Team water van de politie naar aanleiding van een aangifte van diefstal (…) door voornoemde gemeentelijke dienst naar de bewaarhaven [is] overgebracht’. 22-04-2014
- Hoge Raad Belediging – Het kennelijke oordeel van het hof dat de bewezenverklaarde uitlatingen ter kennis van het publiek zijn gebracht, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting van het delictsbestanddeel ‘zich in het openbaar uitlaten’ als bedoeld in artikel 137c Sr. 22-04-2014
- Hoge Raad Verklaring – Het hof zal de verklaring van medeverdachte [betrokkene 4] over het bezoek van [betrokkene 5] en een andere, blonde man die verdachte zou zijn geweest, niet meenemen in het bewijs tegen verdachte, zodat het hof niet zal ingaan op het verweer dat de raadsman hieromtrent heeft gevoerd. 22-04-2014
- Hoge Raad Bewijsminimum – In het onderhavige geval kan niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal, in aanmerking genomen dat de eveneens tot het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 1] onder meer inhoudt dat de aangeefster tijdens haar zwangerschap niet alleen huilend, maar ook verkrampt en met haar handen op haar buik aan de voordeur stond. Voor zover het middel klaagt dat sprake is van schending van artikel 342 lid 2 Sv kan het dan ook niet tot cassatie leiden. 22-04-2014
- Hoge Raad Benadeelde partij – Wanneer de benadeelde partij gebruikmaakt van de haar in artikel 334 lid 3 Sv gegeven bevoegdheid tot toelichting van haar vordering, treedt zij niet op als getuige. De door haar in dat verband – niet als getuige en evenmin onder ede – afgelegde verklaring kan daarom door de rechter niet worden gebruikt voor het bewijs van het aan de verdachte tenlastegelegde. 22-04-2014
- Hoge Raad Herziening – Nu de aanvraag op dezelfde gronden steunt die in ECLI:NL:HR:2012:BY5685 ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen. 22-04-2014
- Hoge Raad Beklag en beslag – Uit de overwegingen van de rechtbank blijkt niet dat zij – met inachtneming van het summiere en voorlopige karakter van de beklagprocedure – het juiste toetsingskader heeft toegepast. Voor zover de middelen hierover klagen, zijn ze terecht voorgesteld. 22-04-2014
- Hoge Raad Bedreiging – Het hof, dat blijkens zijn onder 2.2.3 weergegeven overweging in het midden heeft gelaten of de verdachte met een mes dan wel met een iPhone heeft gezwaaid, heeft geoordeeld dat door het opzettelijk dreigend met een voorwerp, op (korte) afstand van de keel en/of het hoofd van [betrokkene 1] zwaaien en daarbij bezigen van de woorden ‘wat moet je dan’ bij [betrokkene 1] in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel kon oplopen. 22-04-2014
- Hoge Raad Vordering benadeelde partij – Voor zover het middel bedoelt te klagen dat de verdachte tot geen hogere schadevergoeding is gehouden dan tot het bedrag dat hij door het bewezenverklaarde misdrijf heeft verworven, miskent het dat het hier niet gaat om de toepassing van artikel 36e Sr, maar om de toepassing van artikel 36f Sr. Ook voor het overige faalt het middel, nu het oordeel van het hof niet blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend is gemotiveerd. 22-04-2014
- Hoge Raad Witwassen – Het hof heeft met de overweging dat artikel 420bis lid 1 onder a Sr moet worden beschouwd als een voortdurend delict, tot uitdrukking gebracht dat het verbergen of verhullen als bedoeld in die bepaling ook ziet op het verborgen en verhuld houden, en derhalve op gedragingen waardoor het verborgen of verhuld zijn voortduurt, zodat het tenlastegelegde feit ook te X kan zijn gepleegd. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 22-04-2014
- Hoge Raad Afwijzing aanhoudingsverzoek – Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. Uit ’s hofs motivering van de afwijzing van het verzoek blijkt niet dat het hof deze afweging van belangen heeft gemaakt. Het verzoek is ontoereikend gemotiveerd. 22-04-2014
- Hoge Raad Verschijning verdachte – Ingevolge artikel 509d Sv kan de rechter, indien de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, een bevel tot medebrenging van de verdachte als bedoeld in artikel 495a lid 2 Sv achterwege laten indien de persoonlijke verschijning van de verdachte ‘noch noodzakelijk noch gewenst is’. Blijkens de in 2.5 weergegeven overwegingen heeft het hof geoordeeld dat op grond van de daarin genoemde bijzondere omstandigheden een bevel tot medebrenging van de verdachte achterwege moet worden gelaten. Aldus heeft het hof niet het juiste criterium toegepast. De beslissing van het hof is daarom ontoereikend gemotiveerd. 22-04-2014
- Hoge Raad Onttrekking aan pandrecht – Het hof heeft geoordeeld dat de handeling van de verdachte, te weten het zonder toestemming van [A] op eigen naam overschrijven van de aan [D] in eigendom toebehorende auto – waaruit het hof kennelijk, mede gelet op de e-mail van 20 december 2009, heeft afgeleid dat ook de eigendom van de auto aan de verdachte is overgedragen –, ertoe strekte de parate executie van het ten behoeve van [A] op deze auto gevestigde stil pandrecht te beletten, en deze auto aldus te ‘onttrekken aan het pandrecht’ als bedoeld in artikel 348 lid 1 Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, in aanmerking genomen de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. 22-04-2014
- Hoge Raad Poging doodslag – Het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte door de in de bewezenverklaring bedoelde gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans op de dood van [betrokkene 1] heeft aanvaard, is niet zonder meer begrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat het hof over de aard en de gevolgen van de verwondingen niet meer heeft vastgesteld dan hetgeen in bewijsmiddel 3 is weergegeven, zonder dat uit ’s hofs overwegingen kan worden afgeleid welke risico’s op de dood de gedragingen van de verdachte in het leven hebben geroepen. Het middel slaagt. 22-04-2014
- Hoge Raad Strafmotivering – Artikel 359 lid 6 Sv noopt het hof niet tot nadere motivering van de op artikel 14c Sr steunende bijzondere voorwaarde. De Hoge Raad verwerpt het beroep. 22-04-2014
- Hoge Raad Noodweerexces – In zijn overwegingen ligt besloten dat het hof slechts de vernieling van de autoruit heeft aangemerkt als een wederrechtelijke aanranding die voor de beoordeling van het beroep op noodweerexces van belang is. Zonder nadere motivering valt echter niet in te zien waarom het kort daarvoor door [betrokkene 1] tegen de auto en tegen (onder anderen) de verdachte gebruikte geweld niet ook kan worden aangemerkt als een wederrechtelijke aanranding. Mede daarom is de overweging van het hof dat ‘de reactie van de verdachte (...) zodanig disproportioneel [is] dat hem geen beroep op noodweerexces toekomt’ niet zonder meer begrijpelijk. 22-04-2014
- Hoge Raad Beklag en beslag – De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de rechtbank, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (vgl. HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:38, NJ 2014/66). 22-04-2014
- Hoge Raad Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt – Hetgeen door de raadsvrouwe ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie, ten overstaan van het hof naar voren is gebracht. Het hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door de gewraakte verklaringen voor het bewijs te gebruiken, maar heeft, in strijd met artikel 359 lid 2 tweede volzin Sv niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. 22-04-2014