Update
Geachte heer/mevrouw,
Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.
Geen bewijsuitsluiting stemherkenning verdachte naar aanleiding van met de ‘Salduz-regeling’ strijdig verhoor (SR 2014-0184)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie henneptransport in vereniging bewezen is verklaard, dat het hof niet is overgegaan tot de in artikel, 359a eerste lid, onder b, Sv neergelegde mogelijkheid tot bewijsuitsluiting van het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van identiteit en stemherkenning, houdende de herkenning van de gespreksdeelnemer als zijnde dezelfde stem als de verhoorde verdachte. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het verhoor waarin de stem van verdachte is gehoord, strijdig was met de Salduz-jurisprudentie. Het hof overwoog dat de waarneming is gedaan tijdens een met de Salduz-jurisprudentie strijdig verhoor, maar dat dit niet tot gevolg moet hebben dat de stemherkenning voor het bewijs dient te worden uitgesloten. Met uitsluiting van de verklaring voor het bewijs wordt gedoeld op de inhoud van de door verdachte afgelegde verklaring. Uitsluiting raakt de verdere opsporing niet. De Hoge Raad oordeelt dat de overwegingen van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Zie ook: SR 2014-0186.
Beperking verdachte in verdediging in het kader van de handhaving van de orde op de terechtzitting (SR 2014-0183)
De verdediging klaagt dat verdachte, ten aanzien van wie opzettelijk belediging is bewezenverklaard, door het hof op ontoelaatbare wijze in het voeren van zijn verdediging is beperkt. De voorzitter van het hof heeft verdachte het woord gegeven na voordracht van de vordering door de advocaat-generaal, en daarbij aangegeven dat verdachte zich dient te beperken tot een betoog dat ziet op de zaak. Verdachte voert het woord: ‘Eén van de daders heeft mij als dader aangewezen en ik word vervolgd. Waarom sta ik hier en niet u? Van een slachtoffer wordt een dader gemaakt. Wij zijn allemaal geconditioneerd. Wij zijn elk een eigen entiteit. Ik ook, u heeft met mijn cortex te maken.’
De voorzitter geeft te kennen dat verdachte ter zake dient te komen en geen betoog dient te houden over zijn cortex. Daarop verklaart verdachte, zakelijk weergegeven:
‘Ik kan mij niet anders verdedigen dan door dit betoog te houden. Het klopt wat ik heb geschreven. Dit is een politiek proces, dat onderdeel uitmaakt van koehandel. Artikel 147 Sr staat op de nominatielijst om op de schroothoop te belanden. Artikel 137 Sr is door Wilders als achterlijk gekwalificeerd. Artikel 266 Sr laat uitdrukkelijk het kwalificeren van functionarissen in zijn/haar ambt open. Ik ben niet strafbaar. Ik kan mij niet adequaat verdedigen. Ik spreek verder over mijn cortex.’
De voorzitter geeft nogmaals te kennen dat verdachte zijn pleidooi dient te beperken tot het tenlastegelegde en niet over zijn cortex. Verdachte verklaart daarop dat hij zich voelt alsof hem het zwijgen is opgelegd. Verdachte krijgt het laatste woord. De Hoge Raad oordeelt over de klacht dat de voorzitter een beslissing heeft genomen ten behoeve van de orde op de terechtzitting. Daartegen staat geen cassatie open.
Toewijzing vordering benadeelde partij aan erfgenaam (SR 2014-0185)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie bewezen is verklaard dat hij diefstal met geweld in vereniging heeft gepleegd, dat het hof ten onrechte de vordering van de benadeelde partij aan haar erfgenaam heeft toegewezen. Het hof stelt vast dat voorafgaand aan het overlijden een schadevergoeding van € 2.500 immateriële schade is toegewezen. Uit de akte van overlijden volgt dat de moeder de erfgename is. Het hof oordeelde dat ingevolge artikel 6:106, tweede lid, BW de vordering onder algemene titel overgaat op haar erfgenaam en wijst de vordering van vergoeding van immateriële schade aan haar erfgenaam toe. De Hoge Raad oordeelt dat het strafgeding niet voorziet in de mogelijkheid dat in geval van overlijden van benadeelde partij de erfgenaam zich voegt in het geding en diens (proces)positie overneemt. Ook in het geval de benadeelde partij, gevoegd op grond van artikel 51f, eerste lid, Sv is overleden dient de rechter ingevolge artikel 361, vierde lid, Sv te beslissen op diens vordering (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BL9105). Het hof had die vordering niet mogen aanmerken als een vordering van haar erfgenaam en niet op die vordering mogen beslissen. Nu het hof geoordeeld heeft dat gevorderde immateriële schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte, had het die vordering moeten toewijzen aan benadeelde partij (wiens vordering vatbaar is voor overgang onder algemene titel op de erfgenaam op grond van artikel 6:106, tweede lid, BW). De Hoge Raad doet wat hof had behoren te doen.
SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van donderdag 5 juni 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. Klik hier voor meer informatie.
Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten. In één uur tijd en op hoog niveau wordt u door prof. Paul Mevis, dr. Joost Nan of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 5-6, 3-7, 4-9, 30-10, 11-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Beperking verdachte in het voeren van zijn verdediging – De verdachte is door de voorzitter beperkt in het voeren van zijn pleidooi. Hier staat geen rechtsmiddel tegen open. Voor zover het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is omdat de verdachte niet overeenkomstig artikel 311 lid 2 Sv het woord heeft kunnen voeren, mist het feitelijke grondslag en kan het dus niet tot cassatie leiden. 15-04-2014
- Hoge Raad Herziening – De aanvraag stuit reeds af op de omstandigheid dat de aanvrager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de uitwerkingen van genoemd tapgesprek valselijk zijn opgemaakt. Hetgeen ter onderbouwing van dat standpunt in de aanvraag wordt aangevoerd alsmede de inhoud van de bij de aanvraag gevoegde bescheiden bieden voor die stelling onvoldoende grond. 15-04-2014
- Hoge Raad Verweer bewijsuitsluiting proces-verbaal identiteit en stemherkenning – Het hof heeft geoordeeld dat de in het proces-verbaal gerelateerde bevinding van verbalisanten niet de inhoud van de verklaringen van verdachte betreft, noch dat dit kan worden aangemerkt als bewijsmateriaal dat is verkregen als rechtstreeks gevolg van de verklaringen van verdachte afgelegd tijdens de verhoren. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 15-04-2014
- Hoge Raad Terugkeerprocedure – Wegens handelen in strijd met artikel 197 (oud) Sr is de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat het hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen. Het middel is gegrond. 15-04-2014
- Hoge Raad Betekening appèldagvaarding – In de bestreden uitspraak ligt als het oordeel van het hof besloten dat het namens de verdachte – die ten tijde van de betekening van de appèldagvaarding niet op een adres was ingeschreven in de GBA – bij het instellen van het hoger beroep opgegeven adres diende te worden aangemerkt als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. 15-04-2014
- Hoge Raad Ontvankelijkheid cassatieberoep – Gelet op de bewoordingen van artikel 552a lid 1 Sv heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat artikel 552 Sv niet voorziet in de mogelijkheid een klaagschrift als bedoeld in artikel 552 lid 1 Sv in te dienen tegen een in artikel 54a Sr bedoeld bevel van de officier van justitie tot ontoegankelijk maken van gegevens. De rechtbank heeft klaagster terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar klaagschrift. 15-04-2014
- Hoge Raad Toewijzing vordering benadeelde partij aan erfgenaam – De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van geleden immateriële schade is in eerste aanleg integraal toegewezen. In het onderhavige geval is dus sprake van de in artikel 421 lid 2 Sv bedoelde situatie dat de voeging van [betrokkene 1] als benadeelde partij in hoger beroep van rechtswege voortduurde. Het hof had die vordering niet mogen aanmerken als een vordering van haar erfgenaam [betrokkene 2] en op die vordering niet mogen beslissen. Nu het hof heeft geoordeeld dat de gevorderde immateriële schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezenverklaarde handelen van de verdachte, had het die vordering moeten toewijzen aan de benadeelde partij [betrokkene 1]. Het middel, dat hierover klaagt, is terecht voorgesteld. 15-04-2014
- Hoge Raad Dadelijke uitvoerbaarheid – De opvatting dat uitsluitend de rechter in eerste aanleg bevoegd is bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren is onjuist. Voor zover het middel klaagt dat de beslissing tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden ontoereikend is gemotiveerd, faalt het eveneens. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte ‘wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen’, zoals bedoeld in artikel 14e lid 1 Sr zodat het hof de beslissing in dit opzicht toereikend heeft gemotiveerd. 15-04-2014
- Hoge Raad Verweer bewijsuitsluiting proces-verbaal identiteit en stemherkenning – Het hof heeft geoordeeld dat de in het proces-verbaal gerelateerde bevinding van verbalisanten niet de inhoud van de verklaringen van verdachte betreft, noch dat dit kan worden aangemerkt als bewijsmateriaal dat is verkregen als rechtstreeks gevolg van de verklaringen van verdachte afgelegd tijdens de verhoren. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 15-04-2014
- Hoge Raad Herziening – De aanvraag moet voldoen aan de eisen genoemd in artikel 457 Sv. Indien de aanvraag – zoals in het onderhavige geval – aan die eisen niet voldoet, kan zij op grond van een tekortschietende motivering niet gelden als een aanvraag in de zin der wet en moet zij daarom buiten behandeling blijven. De aanvraag kan derhalve niet worden ontvangen. 15-04-2014
- Hoge Raad Verwerven en voorhanden hebben – Uit de gebezigde bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat ten tijde van de verwerving de personenauto middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf. In zoverre is het middel terecht voorgesteld. In aanmerking genomen evenwel dat de bewezenverklaring ook inhoudt dat de verdachte de auto ‘voorhanden heeft gehad’, alsmede dat het hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het ‘verwerven’ van de auto, behoeft de gegrondheid van het middel niet tot cassatie te leiden. 15-04-2014
- Hoge Raad WOTS – De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO6401. Het bij de strafoplegging tot uitgangspunt nemen dat de ernst van het gepleegde feit beoordeeld dient te worden naar de normen die gelden in het land waar dat feit is gepleegd, is onjuist. 15-04-2014
- Hoge Raad Conclusie A-G over een ernstige inbreuk van de rechtsorde als bedoeld in artikel 126m lid 1 Sv bij een inbraak in een woning. 15-04-2014