Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2014
Uitspraken van 05-04-2014 tot 11-04-2014
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Rechtspraak
De afgelopen weken is een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.

Onvoldoende weerlegging uitdrukkelijk onderbouwd standpunt betrouwbaarheid bewijs (SR 2014-0176)
De verdediging klaagt namens verdachte, ten aanzien van wie diefstal met braak in vereniging gepleegd bewezen is verklaard, dat het hof in strijd met het bepaalde in artikel 359 tweede lid, tweede volzin, heeft verzuimd om gemotiveerd het verweer, door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwd, met betrekking tot de betrouwbaarheid van verklaringen van betrokkene te weerleggen. Het hof overwoog daarover dat volgens de raadsman de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit slechts kon volgen uit de verklaring van betrokkene en onvoldoende steun vindt in de inhoud van andere bewijsmiddelen en dat verdachte een sluitend alibi, bevestigd door verdachtes toenmalige vriendin, heeft. Daarop oordeelde het hof dat het verweer wordt weersproken door de bewijsmiddelen en dat het hof geen reden heeft om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen. De Hoge Raad oordeelt dat hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht met betrekking tot de betrouwbaarheid van betrokkene bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (in de zin van ECLI:NL:HR:2006:AU9130) en het hof daarvan is afgeweken door de verklaring voor het bewijs te bezigen. Het hof heeft door niet meer te overwegen dan dat het ‘geen reden heeft om aan de juistheid en betrouwbaarheid te twijfelen’ in onvoldoende mate de redenen opgegeven die daartoe leidden.

Onvoldoende weerlegging noodweer verweer (SR 2014-0174)
Namens verdachte, ten aanzien van wie mishandeling is bewezenverklaard, klaagt verdediging over het verwerpen van het beroep op noodweer. De verdediging stelt dat de aangever verdachte in zijn gezicht heeft geduwd en hem vervolgens aan zijn T-shirt omlaag heeft getrokken. Vanuit die positie zou verdachte hebben geprobeerd zich te verdedigen tegen de wederrechtelijk aanranding van eigen lijf, dientengevolge is de mishandeling niet wederrechtelijk en dient vrijspraak te volgen. Het hof oordeelde dat de verklaring van verdachte ter zitting niet overeenstemde met de eerder bij politie afgelegde verklaring en gaat uit van de eerder afgelegde verklaring omdat deze op wezenlijke onderdelen steun vindt in verklaring van aangever en acht derhalve een noodweersituatie niet aannemelijk geworden. De Hoge Raad oordeelt dat daarmee in het ongewisse wordt gelaten of de aan het verweer ten grondslag gelegde feitelijke toedracht niet aannemelijk geworden acht, dan wel dat die toedracht het beroep op noodweer niet rechtvaardigt, waarbij in aanmerking wordt genomen dat verwerping van het beroep op noodweer niet zonder meer verenigbaar is met de voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte.

Verjaring Hoge Raad ambtshalve (SR 2014-0175)
De verdachte is bij inleidende dagvaarding het medeplegen van valsheid in geschrift in de periode van 1 oktober 1995 tot en met 31 mei 1996 ten laste gelegd. Dat is bewezenverklaard door het hof bij arrest van 31 maart 1999. Bij de stukken bevindt zich een ‘mededeling uitspraak’, uitgereikt aan verdachte in persoon op 22 februari 2012, waarvan deze op 27 februari 2012 cassatie heeft ingesteld. De mededeling is gedateerd op 30 augustus 2010 doch op grond van de voetregel moet worden aangenomen dat het hier gaat om een in de computer opgeslagen document dat op 22 december 2011 is uitgeprint. Die mededeling dient te worden aangemerkt als daad van vervolging, bedoeld in artikel 72, eerste lid, Sr. Daaraan doet niet af dat in de mededeling niet is vermeld welk gerecht het arrest heeft gewezen nu ’s hofs arrest voldoende is geïndividualiseerd. Uit de stukken blijkt niet dat gedurende twaalf maanden voorafgaand aan het uitprinten op  22 december 2011 enige daad van vervolging is verricht. Opmerking daarbij verdient dat, de met het oog op het ter kennis van verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, uitgevoerde VIP-controle op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging, bedoeld in artikel 72, eerste lid, Sr. Nu op de vermelde feiten als misdrijf een gevangenisstraf van zes jaren is gesteld, is de bepaalde verjaringstermijn verstreken.   
 
SR Talk Sessie
Graag wijs ik u op de SR-Talk sessie van 17 april 2014, waarin de actuele jurisprudentie wordt besproken. Klik hier voor meer informatie.

Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, inclusief PO-punten. In één uur tijd en op hoog niveau wordt u door prof. Paul Mevis, dr. Joost Nan of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 17-4, 5-6, 3-7, 4-9, 30-10, 11-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl

Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,

J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates

Hoge Raad