Update
Rechtspraak
Deze week is er een aantal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.
Ademtest Speedboot
Bezigen voor het bewijs van een bloedonderzoek (SR 2013-0130). Van ‘een onderzoek’ a.b.i. artikel 28a.5 Scheepvaartverkeerswet (hierna: Sv) is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek heeft omringd. Tot die waarborgen behoren a) dat de verdachte niet wordt onderworpen aan een bloedonderzoek wanneer hij kan voldoen aan de in het tweede lid van die bepaling genoemde verplichting ademlucht te blazen; alsmede b) dat een onderzoek van een afgenomen bloedmonster niet plaatsvindt dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Indien de rechter tot het oordeel komt dat bedoelde waarborgen niet zijn nageleefd, leidt dat ertoe dat het resultaat van het verrichte onderzoek niet voor het bewijs mag worden gebezigd. Artikel 359a Sv is hier niet van toepassing. Vgl. HR 29 november 2011, LJN BS1721. Het hof heeft vastgesteld dat het onderzoek niet correct is verlopen. ’s Hofs oordeel dat volstaan kon worden met de enkele constatering dat sprake is van vormverzuimen en dat daaraan niet het rechtsgevolg a.b.i. artikel 359a Sv, waaronder bewijsuitsluiting, behoeft te worden verbonden, is gelet op het vooropgestelde onjuist.
Causaal verband overval en overlijden van juwelier
De Hoge Raad herhaalt in SR 2013-0124 het toetsingskader met betrekking tot het redelijkerwijs toerekenen uit HR 27 maart 2012, LJN BT6362. Het betreft in casu een overval op een juwelier. Causaal verband tussen het door de verdachte en/of zijn mededader(s) verrichte gedragingen en het overlijden van de juwelier. Het oordeel van het hof dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs aan de bewezenverklaarde gedraging van de verdachte kan worden toegerekend, is toereikend gemotiveerd en getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. In de overwegingen van het hof ligt immers niet alleen besloten dat die gedraging een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, maar ook dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door die gedraging is veroorzaakt. Die vaststellingen zijn ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de gedraging van verdachte naar haar aard geschikt is om dat gevolg teweeg te brengen en bovendien naar ervaringsregels van dien aard is dat zij het vermoeden wettigt dat zij heeft geleid tot het intreden van het gevolg, terwijl het ‘lichte hartinfarct’ – voor zover het optreden hiervan al niet het gevolg zou zijn van de bewezenverklaarde gedraging – als niet meer dan een ‘niet uit te sluiten’ oorzaak is beoordeeld.
Betekening
De Hoge Raad herhaalt in SR 2013-0128 HR 12 maart 2002, LJN AD5163. Het oordeel van het hof dat de appeldagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend, artikel 588.1 aanhef en onder b sub 3 Sv, is niet zonder meer begrijpelijk, nu geen afschrift is verzonden naar het adres waarop de appeldagvaarding eerst tevergeefs is aangeboden.
Verzuim aftrek voorarrest
Zoals de HR heeft overwogen in zijn arresten van 11 september 2012 (LJN BX0146, LJN BX0132, LJN BX0129 en LIJN BX7004) behoort het verzuim toepassing te geven aan de artikel 27 Sr bedoelde aftrek tot de verzuimen die voor de invoering van artikel 80a RO grond vormden voor vernietiging van de bestreden uitspraak, doch nadien met toepassing van artikel 80a RO – of in voorkomende gevallen met toepassing van artikel 81.1 RO – niet langer tot cassatie nopen (zie SR 2013-0126). Dat berust erop dat bij vernietiging van de bestreden uitspraak niet voldoende in rechte te respecteren belang bestaat. Het verzuim toepassing te geven aan de wettelijk voorgeschreven aftrek a.b.i. artikel 27 Sr vormt immers een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft beslist in zijn arresten van 6 juli 2010 (LJN BJ7243) en 12 juni 2012 (LJN BW1478). Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare strafoplegging. Maar ook indien zodanige herstelbeslissing achterwege blijft, bestaat bij vernietiging van de bestreden uitspraak waarin verzuimd is de aftrek van artikel 27 Sr te bevelen onvoldoende in rechte te respecteren belang. Er is in zo een geval immers sprake van een voor een ieder evidente vergissing op grond waarvan die uitspraak verbeterd moet worden gelezen, en wel aldus dat bedoelde aftrek is bevolen. Een redelijk handelend OM dat met de tenuitvoerlegging van de strafoplegging is belast kan zich dan ook niet op het standpunt stellen dat de straf zonder die aftrek moet worden ten uitvoer gelegd. In het geval het gaat om een taakstraf a.b.i. artikel 27.1 Sr dient de aftrek te geschieden naar de gebruikelijke maatstaf van twee uren per dag. Indien, zoals in het onderhavige geval, de verdachte naast de taakstraf, is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, dient de tijd die door de veroordeelde is doorgebracht in de in artikel 27.1 Sr bedoelde vrijheidsbenemende situaties in mindering te worden gebracht op de taakstraf.
Schriftelijke volmacht van een advocaat aan griffiemedewerker om cassatie in te stellen
De Hoge Raad herhaalt in SR 2013-0127 het arrest van 22 december 2009, LJN BJ7810. Voorts herhaalt de Hoge Raad de mogelijkheid om het verzuim te dekken in het geval het gaat om het instellen van hoger beroep uit HR 20 maart 2012, LJN BV6999. Deze reparatiemogelijkheid bestaat niet in cassatie, omdat in cassatie geen terechtzitting plaatsvindt waarop de zaak inhoudelijk wordt behandeld en de verdachte wordt gehoord. De Hoge Raad wijst op artikel 452.2 Sv en artikel VI.2 van het Procesreglement. In een en ander vindt de Hoge Raad aanleiding te oordelen dat uit de omstandigheid dat, zoals i.c. is gebeurd, namens verdachte een cassatieschriftuur is ingediend door een advocaat die heeft verklaard daartoe door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, moet worden afgeleid dat aan een onvolkomen volmacht bij het instellen van cassatieberoep de wens van verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die onvolkomen volmacht niet behoeft te leiden tot n-o in het cassatieberoep.
Seksueel binnendringen bij iemand jonger dan 16 jaar
Artikel 245 Sr. Aanwijzing ‘Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik’ van 30 november 2004, Stcrt. 2005, 17. Het hof heeft de door de verdediging betrokken stelling dat de voorschriften van de Aanwijzing niet zijn nageleefd kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als onderdeel van het verweer inzake de betrouwbaarheid van de door de politie opgenomen verklaringen. De verwerping van dat verweer is toereikend gemotiveerd. Het hof was niet gehouden nader in te gaan op hetgeen de verdediging met betrekking tot het niet naleven van de Aanwijzing heeft gesteld. De conclusie van de A-G luidde anders. Zie SR 2013-0125.
SR Poll:
100% was het eens met de stelling Gezien het nieuwe arrest met betrekking tot tongzoenen en artikel 242 Sr dient de overheid de bepaling aan te passen om meer helderheid te bieden.
De nieuwe stelling luidt: Het voorstel om nummerplaatherkenning (ANPR) in te zetten bij alcoholcontroles om de pakkans voor zware drinkers te vergroten, is een goed initiatief. Breng hier uw stem uit.
SR Annotatie
Graag wijs ik u op de nieuwe SR Annotatie van Hans de Doelder waarin hij het arrest van de Hoge Raad inzake voorbereidingshandeling en uitvoeringshandelingen met betrekking tot de invoer van – inmiddels door de politie verwijderde – cocaïne bespreekt (HR 23 oktober 2012, SR 2012-0202). Hij stelt vraagtekens bij de uitspraak in relatie tot de ne bis in idem-regeling.
Klik hier om de annotatie te lezen.
Weinig tijd maar toch up-to-date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, incl. PO-punten
In één uur tijd en op hoog niveau wordt u elke zes weken door prof. Hans de Doelder of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 16-5; 4-7; 12-9; 31-10; 12-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: €69,- excl. btw per sessie (1 PO-punt ).
Meer informatie en inschrijven
www.lawatweb.nl
Hoge Raad
- Hoge Raad Schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen 19-03-2013
- Hoge Raad Er is geen herziening mogelijk van een beschikking van de Voorzitter van het Hof om het hoger beroep buiten behandeling te laten als bedoeld in artikel 410a lid 4 Sv, omdat die beschikking niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van artikel 457 lid 1 Sv. 19-03-2013
- Hoge Raad Betekenisperikelen 19-03-2013
- Hoge Raad Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt 19-03-2013
- Hoge Raad Begrip bestuurder van een schip 19-03-2013
- Hoge Raad Causaal verband overal op een juwelier 19-03-2013
- Hoge Raad Verzuim aftrek voorarrest 19-03-2013
- Hoge Raad Rapport van de Raad voor de Kinderbescherming als bewijs 25-09-2012
- Hoge Raad Dezelfde feiten? 25-09-2012