Update
Geachte heer/mevrouw,
Rechtspraak
De afgelopen week is een tweetal zaken verschenen waarop ik u graag wijs.
Grondslagverlating – mensenhandel (SR 2013-0341)
Verdachte is door het hof vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het door de advocaat-generaal ingestelde middel klaagt dat de vrijspraak van het hof steunt op een onjuiste uitleg van de tenlastelegging. Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet artikel 273f lid 1 onder 3° Sr zo worden uitgelegd dat het oogmerk van de verdachte erop gericht moet zijn dat de betrokkene zich in een ander land dan waar deze is aangeworven, meegenomen of ontvoerd, beschikbaar stelt tot het verrichten van de in dat artikel bedoelde handelingen. Het hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het aanwerven of medenemen van een ander met het oogmerk die ander in een ander land tot prostitutie te brengen, een en ander als bedoeld in artikel 273f lid 1 onder 3° Sr, zo beperkt op te vatten dat daarvan geen sprake meer kan zijn wanneer dat aanwerven of medenemen van die ander plaatsvindt op een moment waarop die ander reeds het voornemen had opgevat in een ander land in de prostitutie te gaan werken en dat aanwerven of medenemen plaatsvindt in dat andere land. Door het bestanddeel ‘in een ander land’ te koppelen aan de gedraging ‘ertoe te brengen’ heeft het hof derhalve een te beperkte en dus onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende termen die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in artikel 273f lid 1 onder 3° Sr. Het middel klaagt terecht dat het hof aldus de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten.
Geen noodzaak tot verwijderen foto’s (SR 2013-0349)
Op 24 december 2001 zijn van de verdachte foto’s gemaakt in een opsporingsonderzoek ter zake van verdenking van openlijk geweld en poging doodslag. Het middel in deze zaak berust in de kern op de stelling dat de van de verdachte genomen foto’s volgens de destijds geldende voorschriften verwijderd hadden behoren te zijn uit het ‘politieregister supporters/evenementenbegeleiding District 7’. Door de vrijspraak respectievelijk het ontslag van alle rechtsvervolging zou het behouden van de foto’s niet langer noodzakelijk zijn met het oog op een goede taakvervulling. De Hoge Raad verwerpt het beroep. Opmerking verdient dat de enkele omstandigheid dat een verdachte is vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging niet noodzakelijk met zich brengt dat gegevens te zijnen aanzien niet langer van belang zijn voor de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van artikel 2 van de Politiewet 1993, in het bijzonder met het oog op het voorkomen en bestrijden van laakbaar gedrag dat een verstoring van de openbare orde kan opleveren.
SR Updates Talk 4
Graag wijs ik u op de SR Updates Talk van vandaag (12 september 2013), verzorgd door prof. mr. H. de Doelder, waarin hij de actuele jurisprudentie bespreekt. Klik hier voor meer informatie.
Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, incl. PO-punten.
In één uur tijd en op hoog niveau wordt u elke zes weken door prof. Hans de Doelder of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 12-9; 31-10; 12-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
B.A. Salverda
Redacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad De Hoge Raad stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof naar aanleiding van vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan. 10-09-2013
- Hoge Raad In aanmerking genomen dat een vreemdeling niet behoort te worden vervolgd wegens het onmiskenbaar in het kader van zijn vlucht in het bezit hebben of aangewend hebben van vervalste documenten zolang, kort gezegd, op de door de vreemdeling gedane eerste asielaanvraag nog niet onherroepelijk is beslist (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY4310), levert het aangevoerde het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze hiermee bekend geweest, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard in de strafvervolging van de aanvraagster ter zake onderhavig feit. Derhalve is sprake van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1 aanhef en onder c Sv. 10-09-2013
- Hoge Raad In de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van de tegenwoordige herzieningsregeling zijn aanknopingspunten te vinden voor een andere uitleg van artikel 457 lid 1 aanhef en onder c Sv. De gronden waarop de vrijspraak steunt kunnen onder omstandigheden nochtans wel zo een gegeven opleveren. In casu is van dergelijke omstandigheden evenwel niet gebleken. 10-09-2013
- Hoge Raad De stellingen waarop het middel berust kunnen niet de gevolgtrekking dragen dat het in het register opgenomen blijven van de destijds van de verdachte gemaakte foto’s een vormverzuim oplevert dat is begaan in het kader van het voorbereidend onderzoek, als bedoeld in artikel 359a Sv, naar de in deze zaak tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten. 10-09-2013
- Hoge Raad De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in artikel 437 lid 2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. 10-09-2013
- Hoge Raad De schriftuur bevat geen cassatiemiddel in de zin der wet, zodat het voorschrift van artikel 437 lid 2 Sv niet in acht is genomen, en verdachte in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen. 10-09-2013
- Hoge Raad Klaarblijkelijk heeft het hof de bewezenverklaring doen steunen op de inhoud van de bewijsmiddelen die zijn vermeld in de aanvulling als bedoeld in artikel 365a Sv, en heeft het deze gewaardeerd in samenhang met de feiten en het onderzoek die het hof in zijn arrest heeft genoemd, met vindplaatsen in de processtukken. Daarop stuit het middel af. 10-09-2013
- Hoge Raad ’s Hofs oordeel dat verdachte op grond van artikel 26 EVOA (oud) verplicht was tot kennisgeving van deze transporten aan de bevoegde autoriteit in Nederland getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof heeft het bewezenverklaarde terecht gekwalificeerd als ‘Opzettelijke overtreding van een voorschrift (…), begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd’ en dit aangemerkt als meerdaadse samenloop. Het hof had echter voor deze feiten één straf moeten opleggen in plaats van twee. De Hoge Raad leest de uitspraak verbeterd in die zin dat het hof verdachte heeft veroordeeld tot de betaling van één geldboete van € 15.000. 10-09-2013
- Hoge Raad De bewezenverklaring is voor zover inhoudende dat de verdachte opzettelijk heeft nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken door niet kenbaar te maken dat hij werkzaamheden verrichtte of had verricht als zelfstandig ondernemer, waarvan hij wist dat die gegevens van belang waren, niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Voor zover het middel daarover klaagt is het terecht voorgesteld. 10-09-2013
- Hoge Raad Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet artikel 273f lid 1 onder 3 Sr aldus worden uitgelegd dat het oogmerk van verdachte erop gericht moet zijn dat de betrokkene zich in een ander land dan waar deze is aangeworven, meegenomen of ontvoerd, beschikbaar stelt tot het verrichten van de in dat artikel bedoelde handelingen. Door het bestanddeel ‘in een ander land’ te koppelen aan de gedraging ‘ertoe te brengen’ heeft het hof derhalve een te beperkte en dus onjuiste betekenis toegekend aan die in de tenlastelegging voorkomende termen die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in artikel 273f lid 1 onder 3 Sr. Door verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken heeft het hof haar dus vrijgesproken van iets anders dan was tenlastegelegd. 10-09-2013
- Hoge Raad De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in artikel 437 lid 2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. 10-09-2013