Update
Rechtspraak
De president van de Hoge Raad heeft op verzoek van de procureur-generaal op grond van artikel 119 lid 4 Wet RO N. Jörg en J. Wortel, raadsheren in de Hoge Raad der Nederlanden, voor de periode 15 juli 2013 tot en met 31 januari 2014 belast met de waarneming van het ambt van advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Dat betekent dat zij in die periode niet als raadsheer zullen fungeren, maar als advocaat-generaal. De reden voor deze ongebruikelijke maatregel is dat vanaf 2008/2009 het aantal inkomende strafzaken waarin een schriftuur is ingediend abrupt en zeer sterk (met ongeveer 50%) is gestegen. Doordat een reeks van maatregelen is genomen, kan die grote instroom van meer dan 2000 zaken per jaar inmiddels het hoofd worden geboden. Omdat het doorvoeren van die maatregelen enige tijd vergde, is in de afgelopen jaren wel een achterstand ontstaan die heeft geleid tot een te grote werkvoorraad. Doel van de maatregel is die werkvoorraad tot het gewenste niveau terug te brengen.
De afgelopen weken zijn er twee zaken verschenen waarop ik u graag wijs.
De opsporingsbevoegdheid van artikel 23 WED is niet beperkt tot de bijzondere plaatsen waar in die wet bedoeld voorschrift vermoedelijk niet wordt nageleefd (SR 2013-0286)
Verdachte is door het hof veroordeeld voor het opzettelijk handelingen verrichten als bedoeld in artikel 2 Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Het hof heef het verweer dat het bewijs niet rechtmatig was verkregen is niet verworpen, omdat bij de opsporingsambtenaren aanwijzingen bestonden dat economische voorschriften (als bedoeld in de WED) niet werden nageleefd. Het belang van de opsporing brengt mee dat wordt nagegaan waar in concreto zich een overtreding voortdoet en op grond daarvan waren de opsporingsambtenaren gerechtigd de tankduwbak te betreden. De Hoge Raad stelt dat een in artikel 23 WED gegeven opsporingsbevoegdheid niet beperkt is tot de bijzondere plaatsen waar een in die wet bedoeld voorschrift vermoedelijk niet wordt nageleefd, doch het belang van de opsporing meebrengt dat bij aanwijzingen dat zo een voorschrift niet wordt nageleefd ook moet kunnen worden vastgesteld waar zich een overtreding voordoet.
Damschreeuwer (SR 2013-0285)
Verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk door valse alarmkreten de rust te verstoren. De vaststelling van het hof dat het schreeuwen door verdachte dient te worden aangemerkt als een valse alarmkreet, dient te worden aangemerkt op grond van de vaststelling dat verdachte tijdens de dodenherdenking luidkeels ‘Ahhh, Ahhh’ heeft geschreeuwd, getuigen die schreeuw als ijzingwekkend hebben omschreven, voor duizenden aanwezigen op de Dam, die niet konden waarnemen dat verdachte zonder redelijke aanleiding schreeuwde, de kreet alleszins dreigend gevaar kon opwekken en sommige mensen inderdaad zijn gaan gillen en hebben geprobeerd weg te komen, is niet onbegrijpelijk en een waardering van feitelijke aard.
Het opzet van de dader dient gericht te zijn op de ordeverstoring nu opzet als bestanddeel geplaatst is voor het bestanddeel ‘de rust verstoort’. Het hof heeft dat onjuist uitgelegd, maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden nu dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
SR Poll:
50% was het eens met de stelling: ‘Het buiten vervolgingstellen door het Hof Den Haag van een van ‘Grooming’ verdachte man in verband met de inzet van een volwassen opsporingsambtenaar als pedolokker is terecht’, 50% was het oneens met de stelling.
De nieuwe stelling luidt: ‘Het voorstel om identiteitsfraude op internet strafbaar te stellen is een vorm van windowdressing.’ Breng hier uw stem uit.
SR Updates Talk 4
Graag wijs ik u op de SR Updates Talk van 12 september 2013, verzorgd door mr. J.H.J. Verbaan waarin hij de actuele jurisprudentie bespreekt. Klik hier voor meer informatie.
Weinig tijd maar toch up to date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, incl. PO-punten.
In één uur tijd en op hoog niveau wordt u elke zes weken door prof. Hans de Doelder of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 12-9; 31-10; 12-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: € 69 excl. btw per sessie (1 PO-punt)
Meer informatie en inschrijven: www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw geanonimiseerde uitspraak in te zenden.
Hoge Raad
- Hoge Raad Het oordeel van het Hof dat de verdachte door middel van een valse sleutel het geldbedrag heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening kan, mede gelet op de stelling van de verdachte dat met het interimbestuur is afgesproken dat zij tot 31 januari 2005 alle financiële zaken van de motorclub nog zou regelen, waarvan de juistheid door het Hof in het midden is gelaten, kan niet zonder meer uit de bewijsvoering worden afgeleid. 02-07-2013
- Hoge Raad De Officier van Justitie heeft niet kunnen verantwoorden dat belang van de verdachte bij het ontgaan van straf/en of strafrechtelijke maatregelen ter zake van zijn tenlastelegging omschreven gedragingen minder zwaar moeten wegen dan het belang van strafrechtelijke rechtshandhaving. Het hof heeft miskend dat de strafrechter niet vrijstaat om de aan de officier van justitie voorbehouden vervolgingsbeslissing op die wijze ten volle te toetsen. 02-07-2013
- Hoge Raad Falende klacht met betrekking tot ‘s Hofs oordeel dat opzet van verdachte op het voorbereiden van moord en/of doodslag niet bewezen kan worden. De beslissing van het Hof inzake de selectie en waardering van bewijsmateriaal, die - behoudens bijzondere gevallen - geen motivering behoeft, kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden. 02-07-2013
- Hoge Raad Het voorgestelde middel in onderhavige slaagt, nu de oplegging van de ontnemingsmaatregel niet naar de eis der wet met voldoende redenen is omkleed. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontoereikend gemotiveerd, voor zover die berekening berust op het uitgangspunt dat de betrokkene in een bepaalde periode actief is geweest in de handel in softdrugs. 02-07-2013
- Hoge Raad De opvatting dat het oogmerk om door middel van (bedreiging met) geweld de diefstal voor te bereiden of te vergemakkelijken of het bezit van het gestolene te verzekeren ontbreekt, indien degene van wie het aan een ander toebehorende goed met geweld of bedreiging met geweld werd afgenomen de diefstal mede heeft beraamd en bij de uitvoering daarvan een rol heeft gespeeld, kan niet als juist worden aanvaard. Het hier bedoelde oogmerk is aanwezig indien het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg met zich bracht dat de diefstal werd voorbereid of vergemakkelijkt of dat het bezit van het gestolene werd verzekerd. 02-07-2013
- Hoge Raad Het opzet van de dader dient gericht te zijn op de ordeverstoring nu opzet als bestanddeel geplaatst is voor het bestanddeel ‘de rust verstoort’. Het Hof heeft dat onjuist uitgelegd maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden nu dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. 25-06-2013
- Hoge Raad De Hoge Raad herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan artikel 416 lid 2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het ten aanzien van verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rechtbank. In het midden kan blijven of HR LJN ZC9463 steun biedt aan het bestaan van een algemene regel voor zaken waarop de Wet stroomlijnen hoger beroep nog niet van toepassing was, inhoudende dat verdachte en OvJ ook nadat de zaak is uitgeroepen bevoegd zijn het hoger beroep in te trekken, mits de inhoudelijke behandeling van de zaak nog niet is aangevangen, nu na de invoering van die wet aan een dergelijke voorziening geen behoefte meer bestaat. 25-06-2013
- Hoge Raad Falende klachten met betrekking tot de motivering van de bewezenverklaring en het gebruik voor het bewijs van een verklaring van een getuige en een relaas van verbalisanten bevattende een ontoelaatbare gissing. Conclusie AG: anders. 25-06-2013
- Hoge Raad Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep; Het Hof heeft mede op de grond dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, verdachte ex artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep De inhoud van de aan de cassatieschriftuur gehechte kopieën biedt evenwel grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven is ingediend. Op grond hiervan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat een dergelijke schriftuur wel is ingediend. 25-06-2013
- Hoge Raad Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep op rolzitting. Op gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld. 25-06-2013
- Hoge Raad De Hoge Raad stelt dat een in artikel 23 WED gegeven opsporingsbevoegdheid niet beperkt is tot de bijzondere plaatsen waar een in die wet bedoeld voorschrift niet vermoedelijk niet wordt nageleefd, doch het belang van de opsporing meebrengt dat bij aanwijzingen dat zo een voorschrift niet wordt nageleefd ook moet kunnen worden vastgesteld waar zich een overtreding voordoet. 25-06-2013
- Hoge Raad De bestreden uitspraak houdt in strijd met artikel 353 lid 1 Sv geen beslissing in ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in artikel 552a lid 3 Sv gestelde termijn van 3 maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van artikel 552a lid 1 Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen. (zie HR LJN BX0146, rov. 2.2.3). 25-06-2013
- Hoge Raad Het Hof had, bij gebreke aan initiatief van de verdachte ter bestrijding van de juistheid van de door de advocaat afgelegde verklaring dat hij door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd was tot het instellen van een rechtsmiddel, geen onderzoek mogen doen naar de juistheid van de verklaring van de advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van beroep. 25-06-2013
- Hoge Raad Het ter terechtzitting gedane verzoek tot het horen van de getuige X is een verzoek tot het horen van getuigen als bedoeld in artikel 315 in verband met artikel 328 Sv, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Het proces verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op het verzoek tot het horen van X als getuige. Dat verzuim heeft ex artikel 330 in verband met artikel 415 Sv nietigheid tot gevolg. 25-06-2013
- Hoge Raad De aanvraag tot herziening kan niet worden ontvangen nu deze steunt op dezelfde gronden die in een eerdere aanvraag (HR 30 oktober 2012, LJN BY1572) ongenoegzaam zijn geoordeeld. 25-06-2013
- Hoge Raad Artikel 21, aanhef en onder a, RVV 1990 bevat het tot de bestuurder van een motorvoertuig gerichte verbod om met dat motorvoertuig als zodanig aangeduide maximumsnelheden te overschrijden. Artikel 181, eerste lid, WVW 1994 richt zich tot de eigenaar of houder van een motorrijtuig en verplicht hem ervoor zorg te dragen dat met dat motorrijtuig geen overtredingen van verkeersvoorschriften worden begaan welke bij gebreke van een bekende dader onbestraft blijven. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan de verdachte verweten feiten als het verschil tussen de omschreven gedragingen is dermate groot dat geen sprake kan zijn van ‘hetzelfde’ feit in de zin van artikel 68 Sr. 25-06-2013
- Hoge Raad Het Hof heeft zijn oordeel dat de voorbedachte raad bewezen kan worden verklaard niet toereikend gemotiveerd, in het bijzonder in aanmerking genomen de nauwe samenhang tussen de handelingen die het Hof heeft aangemerkt als 'van elkaar te onderscheiden handelingen', en hetgeen het Hof heeft overwogen over het tijdsverloop dat gemoeid is geweest met dat door het Hof bedoelde 'geheel van handelen', waarbij de verdachte 'tijd heeft gehad zich te beraden op het besluit om X van het leven te beroven'. 25-06-2013
- Hoge Raad Is er sprake van hetzelfde feit? 26-04-2013
Uitspraken zonder ECLI
- Nu de Wet van 23 juli 1923, Stb. 357 een uitputtende regeling geeft voor de erkenning van gewetensbezwaren, is geen plaats voor andere gewetensbezwaren als strafuitsluitingsgrond, zoals de Hoge Raad nadien, aangaande de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst (Stb. 1962, 370) en in overeenstemming met eerdere rechtspraak aangaande wettelijke ontheffingsmogelijkheden in verband met gewetensbezwaren, heeft beslist, HR NJ 1989/109.
- De Hoge Raad heeft in HR 6 februari 2007, LJN AY6713, NJ 2008/467 vastgesteld dat de bijzonderheden, zoals in de tenlastelegging feitelijk omschreven, hierin bestaan dat verdachte door het verspreiden van zelf gecreëerde leugenachtige berichten en het in verband daarmee verrichten van aan elkaar tegengestelde transacties heeft getracht de koers van het aandeel Cardio Control in voor hem gunstige zin te beïnvloeden. Nu deze bijzonderheden door verdachte zelf zijn geschapen moet zijn wetenschap daaromtrent worden aangemerkt als wetenschap omtrent zijn eigen voorgenomen effectentransacties. Dergelijke wetenschap is geen voorwetenschap ex artikel 46 (oud) Wte 1995. In deze uitspraak is sprake van een soortgelijk geval.