Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u SR Updates 2013 nummer 1 aan. Klik hier voor de pdf.
Rechtspraak
Deze week is er één zaak verschenen waarop ik u graag wijs.
De Schipholbrand
Hof Den Haag oordeelde na verwijzing van de Hoge Raad (HR 14 december 2010, LJN BO2966, Schipholbrandarrest, m.nt. J. M. Reijntjes) dat het tenlastegelegde niet kon worden bewezen en derhalve dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Primair was ten laste gelegd dat hij – kort gezegd – opzettelijk brand heeft gesticht in cel 11 op de K-vleugel van Detentie- en Uitzetcentrum Schiphol-Oost door aldaar opzettelijk (met behulp van een aansteker en/of een (brandende/smeulende) sigaret) een of meer zich in die cel bevindende voorwerp(en) aan te steken, althans met een brandend/smeulend voorwerp en/of (open) vuur in aanraking te brengen en/of (aldus) tot ontbranding te brengen. Subsidiair was ten laste gelegd dat – kort gezegd – (mede) aan zijn schuld is te wijten dat brand is ontstaan in cellencomplex Schiphol-Oost doordat hij roekeloos, in elk geval aanmerkelijk onachtzaam en/of onvoorzichtig, een brandende/smeulende sigaret, althans een sigaret waarvan hij wist, in elk geval redelijkerwijs kon en/of mocht vermoeden, dat deze (nog) niet gedoofd was heeft (weg)gelegd op en/of (weg)gegooid en/of (weg)geschoten in de richting van zich in zijn cel bevindende (brandbare) voorwerp(en), althans een brandend/smeulend voorwerp en/of (open) vuur in aanraking heeft gebracht en/of laten komen met dat/die voorwerp(en). Ten aanzien van het primair tenlastegelegde overweegt het hof met betrekking tot de vraag of in het onderhavige geval sprake was van voorwaardelijk opzet, dat het daarin het gegeven dat de verdachte zich in een afgesloten detentiecel bevond toen hij een shagje wegschoot en vervolgens ging slapen, betrekt. Wanneer onder die omstandigheden brand ontstaat, bestaat het aanzienlijke risico dat niet alleen anderen, maar ook de veroorzaker van de brandstichting zelf door de gevolgen van die brand wordt getroffen, en mogelijkerwijs zelf het leven laat. Behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, is het naar ervaringsregelen niet waarschijnlijk dat iemand de aanmerkelijke kans dat hij als gevolg van zijn gedraging zelf het leven zal verliezen, op de koop toeneemt (vgl. HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 199).
Het dossier bevat geen aanwijzingen voor het tegendeel, met name niet voor de veronderstelling dat de verdachte in de periode voorafgaand aan het ontstaan van de brand suïcidaal was. De verdachte heeft tegenover de Rijksrecherche verklaard dat hij niet suïcidaal was. Psychiater J.C.O.M. Woestenburg heeft blijkens zijn verslag d.d. 22 februari 2006 geen psychiatrische symptomen bij de verdachte kunnen vaststellen, ook geen manifeste stemmingsstoornis die al dan niet met suïcidaliteit gepaard gaat.
Gelet hierop, alsmede op de verklaring van de verdachte dat hij dacht dat het shagje uit was, hetgeen erop duidt dat hij ervan uitging dat het gevolg niet zou intreden, kan naar ‘s hofs oordeel uit de gedragingen van de verdachte niet worden afgeleid dat hij zo duidelijk onverschillig was omtrent de afloop van zijn gedragingen dat daarin een aanvaarding van de kans op brand – en daarmee van zijn eigen dood – ligt besloten. Nu andersoortig bewijs van de aanvaarding van die kans eveneens ontbreekt, acht het hof ook daarom voorwaardelijk opzet op brandstichting niet bewezen. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde overweegt het hof dat verdachte heeft verklaard dat de peuk die hij enige tijd na het laatste trekje heeft weggeschoten, een in Rizla Blauw vloeipapier gerold shagje betrof. Zijn ervaring was dat shagjes gerold in Rizla Blauw-vloeipapier vanzelf uitgaan als er niet meer aan het shagje wordt getrokken.
De producent van Rizla Blauw, Imperial Tobacco, heeft aangegeven dat Rizla Blauw vloeipapier een grotere waarschijnlijkheid tot ‘zelfdovendheid' heeft dan bijvoorbeeld Rizla Oranje. Uit testen die zijn beschreven in een intern rapport van Imperial Tobacco blijkt dat een in Rizla Blauw vloeipapier gerold shagje met een diameter van 7,2 millimeter en gevuld met 750 milligram tabak, regelmatig uitgaat binnen een minuut nadat een eerste trekje van het shagje is genomen.
Ook uit het in hoger beroep door het Nationaal Forensisch Instituut (NFI) uitgevoerde onderzoek blijkt dat shagjes gerold in Rizla Blauw-vloeipapier na een aantal minuten vanzelf doven.
Naar het ‘brandgenererend vermogen' van shagjes is – anders dan bij sigaretten – volgens de aan het NFI verbonden deskundige ir. Lelieveld niet eerder onderzoek gedaan. Uit het door het NFI uitgevoerde onderzoek blijkt dat sigaretten vele malen brandgevaarlijker zijn dan shagjes. Ir. Lelieveld achtte de kans dat een weggeschoten shagje in de gegeven omstandigheden een vlammende brand zou doen ontstaan voorshands heel klein. Hij was dan ook zeer verbaasd toen tijdens het door het NFI uitgevoerde onderzoek bleek dat er (onder de bij dat onderzoek gehanteerde omstandigheden) redelijk snel een vlammende brand ontstaat. Het hof heeft diverse kanttekeningen bij dat onderzoek geplaatst. Het hof is van oordeel dat de kans dat een in Rizla Blauw vloeipapier gerold shagje, dat enige tijd na het laatste trekje wordt weggeschoten vanaf een bed in de richting van de prullenbak nabij het achtereinde van dat bed, terechtkomt op toiletpapier en/of lakenmateriaal dat op het voeteneinde van dat bed ligt en vervolgens brand veroorzaakt, als bepaald gering moet worden aangemerkt. Dat oordeel komt overeen met de conclusie van DGMR dat ontsteking door een weggeschoten shagje moet worden aangemerkt als onwaarschijnlijk.
Bij die stand van zaken is het hof van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de verdachte de gevolgen van zijn (veronderstelde) handelen had kunnen en moeten voorzien. Dit leidt het hof tot de conclusie dat het veronderstelde handelen van de verdachte niet kan worden aangemerkt als aanmerkelijk onachtzaam en/of onvoorzichtig – laat staan als hoogst onachtzaam en/of onvoorzichtig of roekeloos – zoals ten laste is gelegd.
SR Poll
50% was het eens met de stelling: ‘Door de val van het kabinet is de kans klein geworden dat het voorstel tot minimumstraffen bij recidive in werking zal treden. Dat is een toe te juichen ontwikkeling.' 50% was het oneens met de stelling.
De nieuwe stelling luidt: Ruim vier jaar na het Salduz-arrest dient voortvarend aan ‘Het wetsvoorstel rechtbijstand en politieverhoor' te worden gewerkt. Breng hier uw stem uit.
Weinig tijd maar toch up-to-date blijven?
Volg de online jurisprudentiebespreking Strafrecht, incl. PO-punten
In één uur tijd en op hoog niveau wordt u elke zes weken door prof. Hans de Doelder of mr. Joost Verbaan bijgepraat over de laatste ontwikkelingen binnen het strafrecht. U kunt daarbij denken aan jurisprudentie, wetsvoorstellen of belangwekkende tijdschriftartikelen.
Data: 14-3; 16-5; 4-7; 12-9; 31-10; 12-12
Tijd: 17:00 tot 18:00 uur
Kosten: €69,- excl. btw per sessie (1 PO-punt ). Voor de sessie van 14 maart zijn nog enkele (gratis kennismakings)plaatsen.
Meer informatie en inschrijven
www.lawatweb.nl
Inzenden rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij van abonnees unieke rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u ook over nog niet gepubliceerde rechtspraak, klik dan hier om uw uitspraak in te zenden.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief of de website www.sr-updates.nl, dan kunt u mailen naar sr-updates@budh.nl.
Veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,
J.H.J. Verbaan
Hoofdredacteur SR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Unus testis nullus testis 12-02-2013
- Hoge Raad Slagende en falende bewijsklacht artikel 272 Sr 12-02-2013
- Hoge Raad Bekendheid met vonnis 12-02-2013
- Hoge Raad Voorbereidingshandelingen 12-02-2013
- Hoge Raad Krachtens wettelijk voorschrift gedaan bevel 12-02-2013
- Hoge Raad Alleen de verschoningsgerechtigde zelf, in een beklagprocedure als de onderhavige waarin het verschoningsrecht in het geding is, kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 552a Sv. 12-02-2013
- Hoge Raad Opname in een inrichting ter verpleging en voor welke duur 12-02-2013